Financiën gemeente

geld_muntenGeactualiseerd 15 mei 2017


Zeister financiën doorgelicht
HOE GEZOND IS DE GEMEENTE?

Voor elke gemeentetransactie zou moeten gelden:
o Zou je het met je eigen geld ook doen?
o Hoe leg je het je kinderen uit als het bekend wordt? (vrij naar Warron Buffet, belegger)
______________________________________________________________

INHOUDSOPGAVE RUBRIEK

INLEIDING

Zeist vindt dat het streven van de gemeenteraad, van het college van B&W en van gemeentelijke ambtenaren moet zijn om Zeist tot de beste gemeenten van Nederland te laten behoren. Concreet betekent dit het bieden van een veilige, groene en schone leefomgeving, ruime en eigentijdse voorzieningen en een excellente gemeentelijke dienstverlening en dit alles tegen lage kosten (belastingen en heffingen). Zo’n ambitie mogen burgers verwachten.

Volgens de provincie is de financiële positie van Zeist solide in vergelijking met andere gemeenten in de omgeving. De gemeente houdt zich echter ook bezig met diverse risicovolle projecten. Die moeten vooral betaald worden uit de opbrengst van extra te bouwen woningen. Gezien de economische stagnatie ontstonden er de afgelopen jaren steeds hogere tekorten in de (grond)exploitatie (Grex) van de projecten. Door geldnood gedwongen moest Zeist dan ook gaan bezuinigen. Ze vroeg de burgers om voorstellen te doen voor het structureel (dus jaarlijks) korten op de uitgaven en het verhogen van de inkomsten. Ook in andere gemeenten worden vergelijkbare initiatieven genomen

Ook Beter Zeist heeft daaraan in 2011 meegedaan en schreef ook een open brief over het proces en deed algemene aanbevelingen over (aanvullende) maatregelen. Vele burgerorganisaties spraken in, zie ook de algemene inspraakreactie van Beter Zeist en die over het proces en het thema ‘burger en buitenruimte‘.
De bezuinigingsoperatie leverde (op termijn) op jaarbasis meer dan 6 miljoen euro op. Pikant is wel dat toen de nood hoog was de burgers wel werd gevraagd mee te denken over het beleid. Kennelijk is het uitgeven van geld gemakkelijker dan het bezuinigen en hoeven de burgers over het vaststellen van verliesgevende projecten maar in beperkte mate te worden geraadpleegd. Toch moeten de burgers en bedrijven een deel van de kosten betalen.

Zeist heeft te maken met (generieke) kortingen op:
o Het gemeentefonds;
o Het fonds onderwijshuisvesting;
o De verschillende te decentraliseren rijks- en provinciale taken;
o De rijksbijdrage in geval van de groei naar 100.000 + gemeenten;
o De BTW-heffing voor organisaties waarin gemeenten met elkaar samenwerken.
Dat alles zorgt voor negatieve verwachtingen in de meerjarenraming. Die vergen dus nog meer bezuinigingsrondes. Zo wordt vanaf 2015 de volksverzekering AWBZ voor een belangrijk deel ondergebracht in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning die wordt uitgevoerd door de gemeenten. Ook moeten de gemeenten de jeugdzorg gaan uitvoeren en tegelijk daarop bezuinigen. Deze zorg is de afgelopen jaren met ca. 50 procent gegroeid. Ook worden jonge arbeidsgehandicapten herkeurd, krimpt het aantal beschutte werkplekken bij sociale werkplaatsen sterk (met ca 70 %), en zullen velen moeten terugvallen op een (gemeentelijke) bijstandsuitkering.

Gezien dit alles wilde de Stichting Beter Zeist beter inzicht krijgen in de gemeentelijke financiën en (project)risico’s. Hierover heeft een werkgroep van deskundige burgers uit het platform van buurten en dorpen in de zomer en herfst van 2012 een rapport opgesteld.
terug naar top

RAPPORT ZORGEN OM ZEIST

Het rapport, dat op 5 november 2012 aan de gemeente werd aangeboden, laat zien dat er zorgen zijn om Zeist. Hoewel het huidige vermogen van de gemeente op papier aanzienlijk is, dreigen er toch tekorten te ontstaan die niet zijn te dekken uit de beschikbare reserves. De conclusie is dat het weerstandsvermogen nu al onvoldoende is. Beter Zeist schat de risico’s op verliezen veel hoger in dan de gemeente aangeeft, namelijk ongeveer 45 miljoen euro meer. Ook komen er nog nieuwe risicovolle projecten aan. Dan wordt het totale risico wellicht onhoudbaar. Het roer moet om volgens het rapport, want nu al krijgen de burgers via bezuinigingen de rekening gepresenteerd.

De coalitie van D66, VVD, PvdA en GroenLinks beloofde in haar akkoord van april 2010 een sluitende meerjarenbegroting en een beperking van risico’s. Financiële duurzaamheid werd een belangrijke pijler van het gemeentebeleid. Deze belofte verplichtte Zeist haar financiën op orde te brengen. In het rapport stelt Beter Zeist veel vragen over de financiële positie van de gemeente. Dat doet zij aan de hand van een analyse van begrotingen en jaarrekeningen en een schatting van de risico’s op verlies bij grote projecten.

Het rapport ‘Zorgen om Zeist’ laat zien dat Zeist er minder goed voorstaat dan wordt voorgesteld. Zo is het weerstandsvermogen al jaren ruim onvoldoende en overschrijdt de gemeente haar leencapaciteit. De marktrisico’s van projecten worden onderschat, omdat Zeist nog steeds verwacht dat op termijn de investeringen worden terugverdiend. Het bouwen van huizen en kantoren levert echter onvoldoende geld op om projecten te bekostigen. Dat betekent dat veel geld moet worden geleend, terwijl onzeker is of het ooit in voldoende mate zal worden terugverdiend.

Er zijn vier hoofdproblemen:

  • Het niet rekening houden met de dalende marktwaarde van grond en woningen;
  • De opeenstapeling van nieuwe projecten;
  • Het doorgaans laag begroten van infrastructurele projecten zoals tunnels (en de sneltram);
  • Het gebrek aan ervaring van de gemeente als projectontwikkelaar.
    terug naar top

BETER BELEID

Eén van de voorstellen van Beter Zeist is het instellen van een onafhankelijk onderzoek. Dat zou moeten ingaan op de kosten en organisatie van projecten, de aanzienlijke risico’s die de gemeente loopt en de alternatieven voor het huidige beleid.
Verder zal de opzet van de begrotingen en de jaarrekeningen moeten verbeteren. De burgers, maar ook raadsleden zien door de bomen het bos niet meer.

Ook onderneemt Zeist te veel projecten tegelijkertijd: Kerckebosch, Hart van de Heuvelrug, het gemeentehuis, het stationsgebied, de herstructurering van het centrumgebied en mogelijk nog een sneltram. Dat zorgt niet alleen voor extra risico’s, maar het kost ook onnodig energie van burgers, raadsleden en ambtenaren. En wanneer er tekorten ontstaan, zullen de burgers dat merken door hogere lasten en minder voorzieningen.

Zeist zal moeten kiezen wat gezien de economische stagnatie nu nog wel en wat (voorlopig) niet kan worden uitgevoerd. Dat wordt des te urgenter omdat steeds meer taken naar de gemeente worden overgeheveld tegen een lager totaalbudget van ongeveer 35 miljoen euro. Het gaat reeds vanaf het eerste jaar om circa 75% van het budget van wat het Rijk tot nu toe voor de uitvoering van de taken nodig heeft. Bij de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) door de gemeente bleek, dat de kosten pas na vier jaar redelijk stabiel waren. Verder bedraagt het huidige inkomen uit het Gemeentefonds zo’n 57 miljoen ten opzichte van de nieuwe budget van 35 miljoen. Het gaat dus zowel in absolute als in relatieve zin om een aanzienlijk, onbekend totaalrisico. Wel heeft de gemeente in de post RIOZ veiligheidshalve al een deel hiervoor geblokkeerd. Toch moeten de burgers gezien dit alles vrezen voor hogere lasten en een lagere kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening.

Volgens Beter Zeist doet de gemeente er goed aan het rapport serieus te nemen: “Het mes snijdt dan aan twee kanten: minder risico’s voor Zeist en een helder en beter beleid”. 
Voor de gespecificeerde conclusies van het rapport 
Zorgen om Zeist, H 5.4
Zie verder het gehele rapport Zorgen om Zeist of de verkorte versie (samenvatting).
terug naar top

REACTIE VAN DE GEMEENTE

Het rapport ‘Zorgen om Zeist’ werd in december 2012 met de voorzitter van de financiële commissie van de raad besproken. Dat gaf Beter Zeist nog geen reden om het rapport aan te passen. De vier eerder genoemde hoofdproblemen uit Zorgen om Zeist bleven namelijk bestaan.

Drie en een halve maand na de publicatie reageerde de gemeente op het rapport, zie brief gemeenteZoals wethouder Joke Leenders al eerder had laten weten, werd niet ingegaan op de afzonderlijke conclusies en aanbevelingen. Ook de vraag van Beter Zeist om een overleg op ambtelijk niveau werd door de wethouder afgewezen. Kennelijk zat het College met het rapport in haar maag. Wij vinden namelijk dat antwoorden op onze specifieke vragen moeten worden onderbouwd, zoals dat ook in het rapport is gebeurd. Vandaar dat wij een herinnering stuurden alsnog inhoudelijk te reageren op de vragen, opmerkingen en aanbevelingen Brief Gem. Zorgen om Zeist, 7-02-2013.pdfHierop is niet in positieve zin gereageerd.
terug naar top

ZEISTER JAARSTUKKEN BEOORDEELD 25-5-2013

In mei 2013 heeft de Beter Zeist ook de jaarstukken van de gemeente van commentaar voorzien. Het ging om de Begroting 2013, de Jaarrekening 2012 en de Voorjaarsnota 2013 met de wijzigingen voor dat jaar en inclusief de ramingen voor de volgende jaren.
De Voorjaarsnota Zeist 2013 liet zien dat gemeenteraad en B&W nu gelukkig bezig zijn met het versterken van de financiële positie van Zeist. Dat is een goede zaak. Toch zijn de in het rapport van Beter Zeist geuite zorgen maar ten dele weggenomen. Het platform van buurten meent dat er nog verbeteringen nodig en mogelijk zijn, o.a. op het gebied van:

  • Benchmarking van jaarcijfers, begrotingen en plannen;
  • Risicomanagement;
  • Efficiency van (beleids-)processen;
  • Transparantie van de jaarstukken voor de burgers en andere stakeholders;
  • Het betrekken van burgergroeperingen en stakeholders bij het beleid;
  • Beperking van de apparaatskosten.

Als voorbeeld van de onduidelijkheid van de gepresenteerde cijfers vroeg Beter Zeist onder meer aandacht voor de aangegeven omvang en schommeling van de ratio weerstandsvermogen.
Deze ratio was volgens de begroting 2012 0,55, begin 2012 zou deze 0,88 zijn en in het Pas-rapport van april 2012 stond dat de ratio toen 0,53 was. De risico’s van projecten zoals gemeentehuis, Kerckebosch, Soesterberg en Stationsgebied waren in die laatste berekening nog niet eens meegenomen.
In de begroting 2013 werd uitgegaan van een ratio van 0,55. Daarna zou deze volgens de BeleidsRapportage 2012 0,69 zijn en volgens het jaarverslag 2012 was deze 0,81 (per 31 december 2012). In de voorjaarsnota 2013 werd op pagina’s 8/9 van bijlage 1 (impliciet) de suggestie gewekt, dat de ratio weerstandsvermogen de streefwaarde van 0,8 had bereikt.

De schommeling van het weerstandsvermogen in diverse jaarstukken komt niet overtuigend over. Waarschijnlijk waren niet altijd alle relevante risico’s van de diverse projecten op dezelfde wijze meegenomen. En werden wel steeds appelen met appelen vergeleken? Niet voor niets waarschuwde de accountant (pagina 11 van het jaarverslag 2012) ervoor de externe financiering niet verder te laten oplopen.

Bijgaand de algemene en de meer specifieke opmerkingen en commentaar van Beter Zeist over:

Beter Zeist blijft de vinger aan de pols te houden op het gebied van de financiën van de gemeente. Gelukkig worden inmiddels bij twee verliesgevende groepen projecten maatregelen getroffen om de (toekomstige) verliezen te beperken. Dat geldt in het bijzonder voor het programma Hart van de Heuvelrug en voor de ontwikkeling van Kerckebosch. De verliezen worden gedekt door te putten uit de reserves en door opbrengsten vooruit te schuiven naar de toekomst. Verder worden projecten versoberd en is de gemeente bezig de ambities voor bepaalde projecten bij te stellen.
terug naar top

BEGROTING 2015, 14-10-2014

Beter Zeist is positief over de tendens in de begroting om knelpunten op te lossen. Enkele saillante punten in dit verband:

  • De belastingdruk voor de burgers blijft ongeveer hetzelfde. Dat is in lijn met het coalitieakkoord 2015-2018. Wel probeert de gemeente de kosten en uitgaven verder te beperken.
  • De weerstandscapaciteit is gestegen naar voldoende (circa 1) en Zeist wil de capaciteit verder verhogen. De risico’s zijn echter nog aanzienlijk. Deze worden geschat op 45 miljoen euro. Het beleid is gericht om de risico’s terug te dringen. Het gaat in het bijzonder om het sociale domein (jeugd, participatie en WMO) en de ‘verbonden partijen’ waar de gemeente mede-risicodrager drager is.
  • In de begroting 2015 wordt voor Den Dolder veel geld gereserveerd: 4 miljoen voor de fiets- en voetgangerstunnel, een structurele subsidie van 68.000 euro voor het centrum De Kameel en een eenmalige bijdrage van 39.000 voor de Torteltuin.
  • Als eerste storting voor het Bomenfonds Zeist is alvast 1 miljoen euro opgevoerd. Dat fonds is bedoeld als bestemmingsreservering voor de toekomstige vervanging van oude bomen. Ook wordt in de meerjarenraming 2015-2018 het jaarlijkse tekort van 53.000 euro voor de herplant van bomen gedekt.
  • Voor de realisering van de Centrumvisie is 2 miljoen euro beschikbaar.
  • Geprobeerd wordt het structurele tekort op de post parkeren te verminderen van 1,1 miljoen euro in 2015 tot circa 7 ton of minder in 2018. Gezien het gebruik van de (gemeentelijke) garages is het de vraag of dat zal lukken.
  • Verder wordt gewerkt aan de actualisering van het grondbeleid.
  • Voor het stimuleren van het fietsverkeer is in 2015 1 ton meer beschikbaar.
  • Globaal zijn in de begroting nu ook de financiële risico’s aangegeven van de ‘verbonden partijen’ waarmee de gemeente samenwerkt. Deze zijn echter meestal nog te weinig concreet gemaakt.
  • Voor de uitwerking wordt verwezen naar de begroting 2015 (deel 1 en deel 2: zie site gemeente) en het raadsvoorstel.

Wat de financiële risico’s betreft heeft de Freule van Seyst in haar column van 27 oktober 2014 een aantal vragen gesteld over de begroting 2015 . Zij heeft gekeken naar de betrouwbaarheid van de grondslag van de schatting van de financiële risico’s (voor tegenvallers). Het gaat om:

  • Kritische vragen die zijn te stellen over de zogenaamde Monte-Carlosimulatie.
  • Het niet schatten van de door de gemeente erkende risico’s bij verbonden partijen. Het moeilijk kunnen schatten van risico’s ontslaat de gemeente niet van de verplichting deze zo goed mogelijk binnen een bereik van minima en maxima te kwantificeren.
  • Idem bij zorginstellingen, in het bijzonder ten aanzien van de zorgplicht voor vervangend onderwijs (zie failliet zonnehuizen), sportverenigingen en woningbouwcorporaties.
  • Het totale verlies dat de gemeente afgelopen 10-15 jaar aan projecten en bovengenoemde zaken heeft geleden en heeft afgeboekt. Dit om jaarlijks gespecificeerd te krijgen hoeveel de gemeente aan geld en waarden heeft verloren en dus niet kon besteden aan andere zaken.

Ernst&Young kwam op 18 november 2014 met een managementletter over de interim-controle van de jaarrekening 2014. Daaruit blijkt dat de accountant ook let op de punten die de freule noemde over de financiële risico’s. Zo dringt Ernst&Young aan op een beperking van risico’s bij grondexploitaties van projecten en een voldoende inzicht in de financiële positie van verbonden partijen. Dit is overigens in de loop van 2015 niet veranderd. Daarnaast bepleit de accountant het beter waarborgen van de onafhankelijkheid en deskundigheid van de interne controle. In grote lijnen ondersteunt de gemeente deze analyse. Het management belooft in de reactie op de managementletter maatregelen om de gesignaleerde tekortkomingen aan te pakken.
terug naar top

WORKSHOPS GEMEENTEFINANCIEN

Na een vraag van Beter Zeist om meer inzicht in de gemeentefinanciën werd op 21 september 2013 een studiebijeenkomst gehouden. Daar gaven gemeenteambtenaren op basis van een aantal vragen aan een twintigtal personen toelichting over de gebruikte  systematiek. Tijdens deze presentatie werden de grote lijnen van de gemeentefinanciën behandeld.
Link naar de presentatie.
Link naar de daarin gebruikte cijferoverzichten.

Tijdens en na de bijeenkomst bleek dat belangrijke vragen zoals over het risicomanagement en de grondexploitaties nog onbeantwoord bleven. Ook wees het College van B&W in oktober 2013 zelf op de beperkte bruikbaarheid van de Bestuurs Rapportage (BeRap) in de huidige vorm. Dit omdat het resultaat van de Jaarrekening weer flink zal afwijken van dat van de BeRap. Gezien dit alles organiseerde de Stichting Beter Zeist in samenwerking met de gemeente een vervolgbijeenkomst.
Onder de leiding van Eric Westerhof en andere medewerkers van de gemeente kregen belangstellenden en deskundigen op 13 januari 2014 de gelegenheid nader op de hiervoor genoemde punten in te gaan. De bijeenkomst vond plaats in de vorm van een presentatie met praktijkvoorbeelden. Er werd uitgebreid van de gelegenheid gebruik gemaakt om vragen te stellen. Hierbij de stukken die aan de orde kwamen: de presentatie van 13 januari 2014 en paragraaf 3 van de begroting 2014 over weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Voor meer inzicht in de gemeentefinanciën kan het hier het boekje hierover uit 2014 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden geraadpleegd.
In 2017 wordt de verdeling van onderwerpen (producten) over de 11 programma’s van de begroting enigszins gewijzigd, zie productindeling. Dit gebeurt op basis van het rijksBesluit Begroting en Verantwoording (BBV 2016). In 2017 staat bijvoorbeeld natuurbescherming in het programma Sport, cultuur en recreatie. Duurzaam en milieu staan dan in het programma Volksgezondheid en milieu.

terug naar top

TRANSPARANTIE GEMEENTEFINANCIEN

Om de transparantie van de gemeentefinanciën te vergoten heeft Beter Zeist op 24 november 2014 de raadsleden een drietal suggesties gedaan. Het gaat om het gebruik van een woonlastenmeter, het doorvoeren van transparantie over overheidsuitgaven en het gebruik van compacter jaarstukken. Hierop werd tot tweemaal toe niet gereageerd. Kennelijk vindt de gemeente het niet zo belangrijk dat burgers een helder inzicht kunnen krijgen in de overheidsuitgaven.

Wel streeft Zeist in haar begroting 2016 e.v. naar vergroting van het kostenbewustzijn en verlichting van lokale lasten zoals OZB en belastingen. Het gaat dan om de precariobelasting, toeristenbelasting en/of hondenbelasting. De gemeente wil daarmee de burgers meer armslag geven voor maatschappelijke en particuliere initiatieven. Zie verder de notitie lastenverlichting.

Overigens is het vrijwel onmogelijk als belanghebbende burger de financiële stukken van projecten te bestuderen. Deze worden namelijk vrijwel allemaal langdurig geheim worden gehouden. Zie het Register besluiten tot geheimhouding Wet Openbaarheid van bestuur vanaf 1 januari 2011. Het gaat meestal om besluiten over grondexploitaties (Grex) en overeenkomsten. Vooral de termijnen waarvoor dossiers geheim worden verklaard zouden weer eens besproken mogen worden. Maar ook de noodzaak om onderwerpen überhaupt geheim te verklaren en zo ja, welke onderwerpen. Uitgangspunt zou moeten zijn dat alles voor iedereen openbaar is. Zo staat het ook in de wet. Maar de raad gunt belanghebbenden geen inzicht in belangrijke financiële stukken, zie bijvoorbeeld de Agenda van de besloten raadsvergadering van 18 juni 2014 over exploitatie van gemeentelijk eigendom.

Vergelijk hiermee het volgende. Op 3 juli 2014 heeft Staatssecretaris Dekker in antwoord (pagina 3) op kamervragen over de aanbesteding van TV-uitzendrechten voor eredivisievoetbal de geheimhouding van de biedingsbedragen van de NOS onbevredigend genoemd. “Dergelijke geheimhoudingsbepalingen zijn begrijpelijk vanuit een belang van de verkopende partij. Maar zij dienen niet het algemeen belang, omdat zij niet bijdragen aan transparantie over de besteding van publieke middelen. Gebrek aan transparantie kan bovendien resulteren in hogere prijzen. Voor toekomstige biedingsprocedures vind ik transparantie een essentieel punt. Verantwoording kunnen afleggen is voor een publieke organisatie een belangrijk uitgangspunt”. Waarvan acte.

In de NRC van 10 juli 2014 pleiten de juristen (met ervaring met het openbaar bestuur) Ursula Schaap en Lars Hooning voor het openbaar worden van de meeste overheidscontracten. Dat vermindert de kans op fraude en bevordert redelijke prijzen: “Als de meeste overheidscontracten openbaar worden, kan de overheid bureaucratische aanbestedingsprocedures vervangen door een eenvoudiger concurrentiestelling en kwaliteit zwaarder laten wegen.” En: “vertrouwelijkheid is zelfs contraproductief …. de leverancier mag trots zijn dat hij de overheid als klant heeft ….”
terug naar top

GARANTIES GEMEENTE VOOR GARANTIES EN LENINGEN DERDEN

In januari 2014 stuurde het College van B&W een Nota garant- en borgstellingen naar de raad (14RVooo5). Daaruit bleek dat de gemeente in aanzienlijke mate garant staat voor leningen van woningbouwcorporaties. Het gaat in Zeist om een garantstelling in derde instantie van 25% van leningen ter waarde van 304 miljoen euro. Uit de gemeentelijke jaarstukken kon dit tot nu toe niet worden afgeleid.
Eén van de corporaties is De Kombinatie. Deze heeft thans (in 2014) een B1 status. Dat betekent dat de voorgenomen activiteiten de corporatie binnen 3-5 jaar in gevaar brengen. Voor de corporaties als geheel kan het risico stijgen van laag naar gemiddeld. Dit als gevolg van de rijksmaatregelen en toekomstige noodzakelijke investeringen. Inmiddels is deze corporatie gefuseerd met Seyster Veste tot Woongoed Zeist.

Naast uitstaande leningen heeft Zeist risicovolle garanties bij de zogenaamde ‘verbonden partijen’: zie het overzicht. Sommige zullen in geval van financiële tegenvallers wellicht een beroep doen op de garantstelling van de gemeente. In maart 2016 heeft Zeist het overzicht 2016 van de verbonden partijen en de daarbij lopende risico’s geactualiseerd. Daarin staan niet de risico’s die de gemeente loopt als gevolg van activiteiten van de formeel onafhankelijk werkende woningbouwcorporaties (wel die voor de WOM- Kerckebosch). Daarmee worden overigens wel afspraken gemaakt over uitvoering van werkzaamheden.
terug naar top

PROJECTRISICO’S GEMEENTE

Zeist heeft niet veel vrije grond in eigendom. Eigenlijk alleen Kerckebosch, dat nu wordt verkocht aan particulieren en Seyster Veste. Bij het gemeentehuis heeft de gemeente de grond van autobedrijf Renes gekocht om het project van de grond te trekken en de garage daarvoor te verplaatsen. De meeste eigen grond stond voor o euro in de boeken.

Waar de gemeente zich danig op heeft verkeken is dat zij samen met Seyster Veste een werkmaatschappij heeft opgericht (WOM) voor het project Kerckebosch met hoge ambities. Hetzelfde geldt voor het open einde samenwerkingsverband met 17 partijen ‘Hart van de Heuvelrug’.
Verder staat men soms feitelijk garant voor de realisering van projecten zoals de Vogelwijk. Dat leverde een onverwacht verlies op van 4,12 mln. euro. In totaal is gemeente in derde instantie voor 25% financieel aansprakelijk bij het omvallen van de Zeister woningbouwcorporaties. Het gaat dan maximaal om een bedrag van een kwart van 304 mln. euro aan leningen, dat is 76 mln.
Ook is de gemeente wettelijk verantwoordelijk voor het voorzien in voldoende huisvesting voor basis en speciaal onderwijs. Dat leidde onder meer tot een groot verlies bij de Zonnehuizen als gevolg van wanbeheer aldaar. Voor de gemeente leidt dit tot een risico van 1,8 mln. bij een geschatte kans van 30% van 6 mln.

Een nieuw – mogelijk risicovol – contract is dat voor het project station Driebergen- Zeist en de ondertunneling en verbreding van de Driebergseweg (onder meer een speciaal risico  van bommen uit de 2e Wereldoorlog). Ook de regelmatig voorkomende structureel hogere kosten van complexe infrastructuurprojecten vormt een risico. Zo zal het ProRail-project Utrecht CS met 3o miljoen worden overschreden en een jaar langer duren. Bij de aanpassing van de railverbinding Lelystad-Randstad ging het om een extra bedrag van 260 miljoen. Bij de verbinding Lelystad – Zwolle (Zwolse Poort) was de overschrijding 200 miljoen.

Verder speelt nog het probleem van de vele met de gemeente verbonden partijen (veelal regionale samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van gemeenschappelijke taken) en hun mogelijke verliezen die moeten worden gecompenseerd. Dat alles staat nog los van de decentralisering van landelijke taken en de daarbij behorende bezuinigingstaakstelling.

Het gaat in Zeist dus niet om risicovolle aankoop van gronden maar om risicovolle samenwerkingsverbanden, tegenvallers en onzekerheden bij wettelijke verplichtingen.
terug naar top

RAPPORT REKENKAMER OVER FINANCIELE BEHEERSING PROJECTEN

Nog voor Kerst 2016 heeft de Rekenkamer Zeist haar kritische eindrapport uitgebracht over de financiële projectbeheersing van de gemeente. Met de door de raad onderschreven aanbevelingen ‘Richtingwijzers voor kaderstelling’ is sinds 2011 weinig gedaan. Voor Beter Zeist komt de conclusie niet als een verrassing. Het klopt met onze eigen ervaringen hoe Zeist omgaat met grote projecten. Een pluspunt is dat raad en gemeente het risicobeheer van projecten mede op basis van ons rapport ‘Zorgen om Zeist” (2012) hebben geïntensiveerd. Het aanbevolen projectmatig werken, informeren – bijsturen – verantwoorden, is echter niet doorgevoerd. De Zeister werkwijze van “maatwerk en projectmatig creëren” bij de financiële beheersing van projecten is niet vastgelegd in procedures en regels. Hoe is dan de uitvoering van projecten nog te sturen en te controleren? Zie de samenvatting en en het rapport. Op 24 januari 2017 was er een Ronde Tafel over de aanbevelingen uit het rapport en het antwoord van het college. Stichting Beter Zeist heeft daarover een reactie gegeven.
terug naar top

INTERN CONTROLEPLAN ZEIST

In art. 212/213 van de Gemeentewet is de verplichting opgenomen zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de gemeentelijk financieel beheer. Door de verscherpte landelijke wet- en regelgeving is een verdere ontwikkeling van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) noodzakelijk. De wetswijziging staat gepland voor 2018 en de verwachte ingangsdatum is 1 januari 2019. Als gevolg van de wijziging moet het college jaarlijks een ‘in control statement’ afgeven aan de gemeenteraad. Dit ter vervanging van de rechtmatigheidsverklaring van de accountant. Een kwalitatief goede VIC is daarbij noodzakelijk, evenals het risicomanagement en planning en control.

In 2017 wil het college daarom de raad voorstellen een Intern Controleplan vast te stellen. Het doel van dit plan is een maximale aansluiting te verkrijgen tussen de uitgevoerde VIC en door de accountant te verrichten werkzaamheden. Het plan biedt de basis om jaarlijks te bezien welke processen onderdeel van de VIC uitmaken en wat de diepgang daarvan zal zijn.
De afdeling Control van de gemeente voert de VIC uit om de getrouwheid, de rechtmatigheid en de omvang van de risico’s met betrekking tot financieel kritische processen vast te stellen. De resultaten geven informatie over in hoeverre de gemeente beheersing heeft over haar bedrijfsvoering. Het uiteindelijke resultaat zal moeten zijn, dat de gemeente zichtbaar ‘in control’ is.

Stichting Beter Zeist heeft in overeenstemming met het rapport van de Rekenkamer gepleit voor duidelijke doelen en concrete meetcriteria. En daarbij periodiek controleren of de uitvoerende activiteiten leiden tot de afgesproken doelen. Zonder duidelijke doelen kun je nooit weten of je ook beleidsmatig ‘in control’ bent. Het gaat er namelijk niet alleen om of het totaal van de financiële huishouding ‘in control’ is, maar vooral ook of de gestelde doelen binnen de financiële en andere kaders en binnen de gestelde tijd zijn gerealiseerd. Kortom: zoals Peter Duisenberg in 2016 bepleitte: maak duidelijke plannen, voer deze uit, controleer de voortgang ervan en stuur de plannen zo nodig bij (de zgn. Methode Duisenberg). En zorg voor een goede, stapsgewijze voorbereiding, zoals de gemeente Etten Leur die heeft afgesproken:
1. Maatregel benoemen;
2. Verwachte effect(en) duidelijk beschrijven;
3. Planning van de uitvoering.

In het kader van de rijksopgave aan gemeenten om voor 2024 alle asbestdaken verwijderd te hebben stelde de CU in mei 2017 terecht, dat er eerst een inventarisatie gemaakt moet worden: “We kunnen niet handhaven als we niet weten waar de asbest daken liggen”. Daaraan kan ter illustratie worden toegevoegd:
– Hoeveel fietsongevallen er in Zeist plaats vinden weten we niet,
– Aan wat voor soort woningen behoefte is weten we ook niet,
– Een meetbaar doel voor miljoenen investeringen in de herinrichting van allerlei straten, wegen en lanen is er ook niet,
– een veiligheidsanalyse vooruitlopend op het over het busstation leiden van 3.550 auto’s is blijkbaar niet nodig, enz.
terug naar top


Print page
Share Button
Zorgen Om Zeist, H 5.4
Zorgen Om Zeist, H 5.4
Zorgen om Zeist, H 5.4.doc
47.5 KiB
501 Downloads
Details...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *