Janus

janus-dimon21

Politiek in Zeist
Janus, 10 augustus 2016

Ik wilde op 5 juli nog eens horen hoe de raad zou beslissen over het burgerinitiatief om de verkeervariant voor het centrum te heroverwegen. Dat viel niet mee. Eerst bleken er twee raadsleden af te treden. Die moesten uiteraard met veel egards langdurig worden uitgezwaaid. Zo vertrok de nestor van GroenLinks na 12,5 jaar in de raad. Sinds 2006 was hij 8 jaar lang fractievoorzitter van een coalitiepartij. Daarbij heeft hij, zoals hij zei, zijn steentje mogen bijdragen aan een groener en socialer Zeist.

Het groen was echter bij de fractie van GroenLinks niet in goede handen, zeker niet als ondersteuner van de coalitie. Was het niet deze partij die pal stond bij het uitvoeren van dubieuze projecten die ten koste gingen van een groen en mooi Zeist? Denk aan de plannen voor hoogbouw in Zeist, het opofferen van het Sanatoriumbos, het bebouwen van het binnenbos van Kerckebosch en de aantasting van de Stichtse Lustwarande. Een deel van de plannen moest worden aangepast of teruggetrokken na herhaalde langdurige procedures van burgergroeperingen.
Nog steeds ervaren burgergroepen de naweeën van de hoogbouwplannen zoals bij het plan de Wending, het Stinkens terrein (tijdelijk Allegro tuin) en de Zeister Warande. Wat zijn de groene heldendaden van de partij? Kunt u ze noemen? Vanwege zijn langdurige inzet als raadslid benoemde Zijne Majesteit de Koning hem tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Waar een publieke, betaalde functie al niet toe kan leiden.

Even afrekenen dames en heren!
Tijdens zijn afscheidswoordje moest hem nog iets van het hart. Het ging over de hedendaagse burgerparticipatie. Het volgende citaat uit het schriftelijk verslag van de griffie:
“In de achterliggende periode ging de mondige burger zich steeds meer roeren. Naast inspraak kwam er voorspraak en samenspraak en tot dit alles heeft de raad zich een verhouding moeten vinden. Daarbij is het jammer dat je steeds dezelfde gezichten ziet, veelal hoogopgeleide en goedgesitueerde 60-plussers. Regelmatig wordt de raad verweten niet te luisteren; maar mijn ervaring is dat deze raad héél goed luistert en weloverwogen beslissingen neemt, maar het nu eenmaal niet iedereen naar de zin kan maken. Raad, laat u daarbij niet intimideren door lieden die u – met name in de “sociale” media – bejegenen als zakkenvullers of vriendjes van de onroerend-goed-jongens en publiekelijk twijfelen aan uw verstandelijke vermogens, morrelen aan uw democratische legitimiteit en uw integriteit en zo de bijl zetten aan de wortels van de parlementaire democratie. Men vraagt van de raad openheid en transparantie; en volkomen terecht. Maar verschuil je als criticaster dan zelf niet achter obscure pseudoniemen als Janus of Van IJzer. Laat u niet ringeloren door zelfbenoemde baronnen en freules van Zeist. Tegelijkertijd is er een grote groep inwoners die de weg naar het gemeentehuis niet weet te vinden en zich meer en meer lijkt af te wenden van de politiek. Het is en blijft een belangrijke opgave van de raad om deze groep te bereiken en te betrekken.”

Wat betekent dit eigenlijk?
Wat mij aan het verhaal opvalt is dat hij zich niet zozeer bekommert om de inhoud van wat sprekers en columnisten zeggen, maar om de aard ervan en wie het zegt. “Obscure pseudoniemen van columnisten”. Bij het literair middel ‘column’ is juist de pregnante boodschap van belang en minder wie de afzender(s) zijn, tenzij anders bedoeld. “Het zijn steeds dezelfde gezichten.” Is dat bij de raad ook niet zo? Bij hem in ieder geval wel, al 12,5 jaar. “Veelal hoogopgeleiden en goedgesitueerde 60-plussers.” Hoe zit het met het raadslid zelf en met andere opa’s en oma’s in de raad?
Ouderen maken tenminste nog tijd vrij om zich in te spannen voor het algemeen welzijn van de toekomstige generaties, bijvoorbeeld omdat ze iets willen nalaten aan hun kinderen. Zijn de leden en donateurs van organisaties die hun afgevaardigden sturen allemaal out-of-date? Kennelijk is volgens hem de houdbaarheidsdatum van 60-plussers verlopen. Leeftijdsdiscriminatie is hiervoor nog een lichte kwalificatie. En waarom wacht hij met de kritiek tot zijn afscheid in plaats van direct te reageren op columns, artikelen en ingezonden brieven? Bang voor de burgers om zijn ware aard te laten zien of geen zin te communiceren?

Zou het zich als politici afzetten tegen de huidige inspraak niet een reden zijn dat mensen zich van de politiek afkeren? Laten we wel wezen: waaruit blijkt dat de raad echt luistert naar burgers en iets doet met inspraak? De politieke praktijk laat zien dat projectontwikkelaars en vastgoedinvesteerders veel meer invloed hebben dan de burgerij. Dat geldt ook voor het burgerinitiatief voor de heroverweging van de verkeersvariant in het centrum. De discussie daarover was al beslist voordat het raadsdebat werd gevoerd. De coalitie en haar partners volgden braaf het college en burgers hadden het nakijken. De vastgoedexploitanten van Belcour en hun volgelingen hieven het glas.
Hoe kan het anders zijn dat de raad circa 600 mensen, die met vermelding van naam, toenaam en adres vroegen om een inhoudelijke discussie, in de kou laat staan? Ook werden er naar verluid honderden zienswijzen ingediend over de verkeersbesluiten, maar het college en de meerderheid van de raad zien niets in een Ronde Tafel daarover. Waarom hierover niet spreken en over andere voorstellen wel? Zelfs sommige raadsleden begrepen het niet.

Alleen kritiek die in de politieke kraam te pas komt?
Later op de avond, tijdens de besluitvorming over de bomenverordening, maakten GroenLinks en enkele andere partijen in hun amendementen gretig gebruik van de inspraakreacties van burgervertegenwoordigers. Kennelijk deed hun leeftijd er nu ineens niet meer toe. Maar zodra burgers kritiek geven beginnen sommige politici modder te gooien naar mensen die nota bene onbetaald en belangeloos hun vrije tijd opofferen voor het algemeen belang. Kennelijk mogen die alleen reacties geven die in de politieke kraam te pas komen. En dan maar klagen dat men zelf kritiek krijgt.

Ik moest denken aan een fractiegenoot van de nestor van GroenLinks. Die was het in 2007 niet eens met de actie van de “Stichting Geen Verhoging Maximale Bouwhoogte in centrum Zeist”. GroenLinks was immers in navolging van projectontwikkelaars voor het bouwen van torenflats in het centrum van Zeist en langs de invalswegen. Het raadslid lapte de privacy van de 1.175 personen die handtekeningen hadden gezet aan zijn laars. Hij ging samen met de gemeenteadministratie na of zij wel op de adressen woonden waar de actievoerders hadden aangebeld of welke zij in hun e-mails hadden opgegeven. Niet iedereen bleek daar volgens de gemeentelijke administratie ingeschreven te staan. Toen verkondigde hij met veel bombarie in de Nieuwsbode dat het draagvlak van de actie niet deugde.

Zou het niet mogelijk zijn dat sommigen daar op bezoek waren of er clandestien woonden? Of misschien liep de gemeentelijke administratie achter. Hoe kwam hij als raadslid trouwens aan de adressen? Van het college? Wat bezielt een raadslid van GroenLinks om zo de Wet bescherming persoonsgegevens, die per 1 september 2001 van kracht is, te overtreden? Wat is een gemeente waard die zo’n actie ondersteunt, waarschijnlijk om politieke redenen. Er werd nooit aangifte gedaan; wel zo netjes van de actievoerders die door de politiek werden beschuldigd van misleiding.

Zwalkende partijen en weinig deskundigheid
Het gaat er niet om GroenLinks te bashen, maar burgers en hun opinieleiders weten heus nog wel hoe deze partij de afgelopen jaren heeft geopereerd. Dat was niet altijd even verheffend. Principes en kroonjuwelen werden verpatst om deel te nemen aan coalities. De huidige fractievoorzitter zal heel wat moeten repareren om bij de bevolking voldoende vertrouwen te krijgen voor de volgende verkiezingen. Het geven van een prijs aan Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is niet genoeg. Het gaat om het herkenbaar en aantoonbaar streven naar het bereiken van je belangrijkste doelen.

Wat over GroenLinks is gezegd geldt in feite voor de meeste partijen uitgezonderd CU/SGP en de SP. Daar weet je meestal wel waar je aan toe bent. De overige partijen kampen in het algemeen met teruglopende aantallen leden en een weinig betrokken achterban. Per partij moet noodgedwongen het kader uit enkele tientallen aanhangers worden gerekruteerd. Een lastige zaak om kwaliteit binnen te halen. Bovendien wordt er vooral geselecteerd op volgzaamheid ten aanzien van partijleiding.

Organiseer en faciliteer de benodigde tegenspraak!
Des blijer zouden de fracties dus moeten zijn met kwalitatief goede inspraakreacties. Gratis adviezen over voorstellen, vaak geschreven door mensen met vak- en omgevingsdeskundigheid. Ja inderdaad, meestal hoog opgeleiden. Eigenlijk zou de gemeente marktconform moeten betalen voor dergelijke belangeloos gegeven adviezen. Zoals bedrijven hackers inhuren om tekorten in hun systemen en programma’s op te sporen. Dat alles ter voorkoming van onvoorziene problemen en kosten. Waarom dan de alom gewaardeerde Stichting Milieuzorg Zeist e.o. geen subsidie meer geven? Wat als de burgerorganisaties de pijp aan Maarten geven en de gemeente haar gang laten gaan? Afwachten hoe de kernwaarden van Zeist (verder) worden aangetast? Moeten de raadsleden zelf weer voorstellen gaan beoordelen in plaats van achterover te leunen en kennis te nemen van wat burgerorganisaties inbrengen. Zouden ze dan echt diepgaand plannen kunnen en willen beoordelen? Wat verwacht u?

De politiek zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden wil zij acceptabel blijven voor de meerderheid van de bevolking. En vooral insprekers en kritiek serieus nemen. We wachten af of zij daartoe in staat is. Zo niet, dan marginaliseren de politieke partijen zichzelf met alle gevolgen van dien.

Beter ten halve gekeerd, dan …..
Janus, 3 juni 2016

Raakt u ook in de war door de discussies over het centrum? Niet zozeer over het doel van de centrumvisie: een groen, gezond en gastvrij centrum. Dat klinkt mooi, maar hoe bereik je dat?

Al jaren loopt het bezoek aan het Zeister centrum terug. In middelgrote plaatsen gebeurt dat overal. Volgens de kerngroep van de centrumdialoog zou het bezoek verbeteren door van Belcour het stadshart te maken. Hoe realistisch is dat? De vastgoedexploitanten hebben tot nu toe nog weinig aan dat hart gedaan. En de hoge huren belemmeren het vestigen van bijzondere, nieuwe winkels. Het verlagen van de huren betekent afschrijven en waardevermindering van het (leegstaande) vastgoed. Dan maar vragen aan de overheid of zij Belcour wil helpen. En daarbij de gemeente onder druk zetten door te zeggen dat zij anders niet willen investeren. Waarom moet de de bevolking daarvoor opdraaien en waarom houdt de gemeente haar poot niet stijf?

Dat helpen van Belcour zou onder meer moeten gebeuren door de ingangen van Belcour aantrekkelijker te maken. Vandaar een knip voor de bussen op de Korte Weeshuislaan. Dus moesten de bussen over de Voorheuvel gaan. Dat had de kerngroep van de centrumdialoog met Belcour-papagaaien zelf bedacht, niet de themagroepen bereikbaarheid en winkelen. De buurtbewoners zagen het voorstel echter niet zitten. Daarom moet het tunneltje weg om plaats te maken voor een korte busbaan. Zo ontstond het voorstel van de raad voor een knip voor auto’s op die plek met alle gevolgen voor de omliggende buurten.

Kan Belcour zijn eigen zaken niet regelen?
Zijn we zo naïef om te denken dat er dan meer klanten over Belcour gaan flaneren? Dat de passanten van de Slotlaan en de Voorheuvel zich laten verleiden Belcour in te gaan? Wat moeten ze daar zoeken? Een door winstbeluste uitbaters verwaarloosde koopgoot met vooral ketens die zo kunnen omvallen? V&D is al verdwenen en andere leegstaande panden trekken geen klanten. Als de exploitanten echt iets aan het ‘hart’ zouden willen doen, moeten zij denken vanuit consumenten. Die zoeken nu vooral speciaalzaken die je elders niet vindt. Voor ketens kun je namelijk overal terecht, zoals in Utrecht en Amersfoort. Waarom klopt Belcour bij de gemeente aan in plaats van zelf verantwoordelijkheid te nemen? Het roer omgooien, je verlies accepteren en het winkelgebied een speciale formule geven? Bijvoorbeeld een deel ervan bestemmen voor gezondheid en bewegen en een deel voor duurzaamheid en milieu. Tegen lagere huren inspelen op de behoeften van consumenten. En de inrichting van de openbare ruimte daarop aanpassen. Genoeg organisaties en instellingen in de regio die op een centrale plek een publieksvestiging willen openen. Dat trekt wél geïnteresseerden, ook uit een veel ruimer gebied. Dit heb ik jaren terug voorgesteld, maar toen keken de retailers mij glazig aan. Inmiddels zijn gezondheid en duurzaamheid centrale thema’s geworden.

Succes behalen vereist meegaan met de marktontwikkelingen. De marktpositie is voor een middelgrote plaats anders dan voor een grotere stad. Kijk naar het nog restende imago van Zeist als plaats met allure waar het vorstelijk vertoeven is. Dus niet doen zoals grote broer Utrecht. Niet het overgebleven groen opruimen, zeker niet in het centrum, niet alles volbouwen. Hoogbouw is uit den boze. Wie wilde ook alweer het centrum opstoten in de vaart der volkeren? Projectontwikkelaars en in hun kielzog de kneedbare gemeente. Gelukkig wisten de burgers – de enige echte gemeente – het beter en voorkwamen ze de ingrepen in de beeldkwaliteit van Zeist.

Welke verkeersproblemen?
Nu wordt de aandacht vooral gericht op de verkeerscirculatie in het centrum. Dat is volkomen misplaatst, er zijn nauwelijks verkeersproblemen. Wel kunnen bepaalde punten worden verbeterd, zoals de onduidelijke inrichting van het Voorheuvelgebied en de kruispunten Antonlaan/Steynlaan en Hogeweg/Slotlaan. Waar het vooral aan schort is het gebrek aan aandacht voor het fietsverkeer. Denk aan veilige fietsroutes naar scholen en aanrijroutes, zoals de Slotlaan langs het Walkartpark en de Oude Arnhemseweg. Steeds meer mensen gaan per fiets en bakfiets naar het centrum in plaats van met de auto. Dat neemt toe naarmate het aantal elektrische fietsen groter wordt.

Tegelijkertijd neemt de overlast van auto’s en bussen af. De elektrische aandrijving geeft ter plekke geen uitlaatgassen en vermindert het verkeerslawaai. En de lange gelede bussen kunnen gemakkelijk bochten draaien. Dat komt omdat de afstand tussen de assen klein is en de volgdelen van de bussen goed in het spoor blijven van het eerste deel. Zo kunnen zelfs zeer kleine rotondes vlot worden genomen. Enkelvoudige bussen hebben een grotere draaicirkel nodig, juist het omgekeerde van wat je zou denken. Dat weten buschauffeurs maar al te goed. Kortom: wat nu nog als probleem wordt ervaren verdwijnt grotendeels binnen tien jaar of eerder. Dus waarom nu alles op zijn kop zetten om tijdelijke problemen op te lossen?

Wat moeten we nu doen?
Er is niets op tegen om winkelstraten aantrekkelijk in te richten. Toch zal zoiets in Zeist niet veel effect hebben op het winkelbezoek. Het gebeurt immers overal. Laat Belcour zijn eigen problemen oplossen en laat Zeist in zijn waarde. Als Zeist iets wil doen, denk dan goed na wat je als burgergemeenschap wilt. Druk als gemeente vooral geen onomkeerbare besluiten door. Ga de discussie met de burgers aan en loop als gemeenteraad daarvoor niet weg. Juridische procedures zijn niet het eerste middel om conflicten op te lossen. Zoek die als raad en college dan ook niet op.

Kijk waar de burgers hun prioriteiten willen leggen. Probeer daarbij een acceptabel en werkbaar evenwicht te vinden tussen bereikbaarheid, veiligheid en een aantrekkelijke verblijfs- en woonomgeving. Dus niet alleen de suggestieve vraag stellen of men een autoluw centrum wil. Maar ook vragen wat de belanghebbenden daarvoor over hebben en wat men wil opofferen. En als je vervolgens besluiten neemt moet je weten wat de gevolgen zijn. Je krijgt niets voor niets en wees daar eerlijk in. En wat is eigenlijk autoluw? Geen doorgaand verkeer of iets anders? Een bepaald percentage auto’s minder dan eerst of gaat het alleen om een verkiezingsleuze?

BIZ als spreekbuis van de gemeente
Ook niet denken dat alle problemen oplosbaar of al opgelost zijn, zoals op de facebookpagina ‘BIZ’ wordt beweerd. Dat is niet zo. Dat gebeurt alleen in sprookjes. Overigens is het wel dubieus dat de redacteur van deze facebookpagina als centrumvertegenwoordiger in de regiegroep van de gemeente zit. En daar en elders vooral als spreekbuis van de gemeente de geneugten van de centrumvisie bejubelt. Welke facebookpagina volgt? Die van mij? Ik denk dat ik op eigen sap ook maar eens een dergelijke pagina open, maar dan voor heel Zeist. Kan ik wat tegengas geven en hameren op realiteitszin en het volgen van goede procedures.

Laten we eerst goed nadenken voordat onomkeerbare besluiten worden genomen. Dat scheelt veel energie, onbegrip en niet in de laatste plaats geld van de gemeenschap. En het betaalt zich uit bij de verkiezingen. Het omgekeerde geldt uiteraard ook. Kortom: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Vandaar dat ik het burgerinitiatief heb gesteund om de verkeersvariant van de raad te heroverwegen. U ook?

Dolen op de nieuwe site van Zeist
Janus, 31 december 2014

Net voor kerst 2014 presenteerde de gemeente de compleet vernieuwde site zeist.nl online. In het persbericht staat:

  • “De vraag van de bezoeker is het uitgangspunt: de informatie en de taken waar de bezoeker het meest naar zoekt, zetten we het meest prominent op de site.
  • De site is compact, bevat niet meer dan 10% van het aantal pagina’s van de oude site. Voordeel: de belangrijkste informatie is veel beter vindbaar. En actualiteit en toegankelijkheid kan veel beter worden bewaakt.
  • De site past zich aan op het scherm waarop ze wordt vertoond. De site is nu veel beter leesbaar via een mobiel.
  • De nieuwe site blijft een ‘work in progress’: er wordt continu gewerkt aan verbeteringen, nieuwe content en nieuwe mogelijkheden.
  • Naast de nieuwe www.zeist.nl, wordt separaat gewerkt aan een nieuw BIS.”

Eindelijk een nieuwe site. Sinds de bezuinigingsdialoog van 2011 zaten we daar al op te wachten. De gemeente moest minder tijd kwijt zijn met serviceverlening via de fysieke balie. Veel kan immers worden afgedaan door middel van internet. Dat is een stuk goedkoper en sneller voor alle betrokkenen. Dat was ook in lijn met de adviezen van Beter Zeist en anderen. De nieuwe site is vooral gericht op de publieksfunctie.
Verder ziet deze er overzichtelijk uit. Dat is een groot winstpunt. Zijn de andere mogelijke functies van een gemeentesite nu ook beter uitgevoerd? Primair gaat het dan om beleidsinformatie zoals visies, plannen, nota’s, verslagen. Wat nog een functie zou kunnen zijn is het (door)verwijzen naar informatie over de plaats Zeist en de dorpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan cultuur, sport en recreatie, sociaal-economische kenmerken.

Op zoek naar beleidsinformatie
Vol verwachting ging ik samen met anderen op zoek naar belangrijke beleidskaders zoals de Structuurvisie, het Groenstructuurplan, bestemmingsplannen, de Woonvisie, de Bouwvisie. Dat bleek echter bij de site een hopeloze zaak. Kennelijk behoren deze fundamentele stukken niet tot de 10% overgenomen informatie. De ontwerpers van de site hebben duidelijk onvoldoende aandacht besteed aan dergelijke achtergrondinformatie. Verder is over 2011 en vorige jaren niets meer te vinden. Wel wordt onder de knop Projecten een beperkt aantal daarvan genoemd. Helaas is de informatie daarover is erg summier en soms achterhaald. Zo wordt bij Hart van de Heuvelrug nog steeds vermeld dat het buurtschap Sanatoriumbos zal worden gebouwd en dat op Leeuwenhorst in Den Dolder 200 huizen staan gepland. Geen woord over de recente ontwikkelingen. Wanneer je meer wilt weten loop je als bezoeker vast.

Na lang proberen vond ik een weg in het doolhof door gebruik te maken van het volgende ‘kruimelpad’ van 6 klikken diep: https://www.zeist.nl/organisatie-bestuur/website/proclaimer/archivering/archieffunctie. Dan wordt het programma ‘Pagefreezer’ opgestart. Vervolgens verschijnt na circa vier minuten de oude site. Daar leidt elke nieuwe muisklik tot een wachttijd van circa ongeveer 24 seconden.
Ook het opzoeken van informatie van de raad kost veel tijd: https://www.zeist.nl/organisatie-bestuur/gemeentebestuur/raad/ en daarna nog 2 klikken: Direct naar Raadsinformatie. Zo kom je uiteindelijk op het subdomein van de raad. Kortom: dit is geen doen voor een bezoeker van de site.

Gemeente ZeistNieuw Bestuurs Informatie Systeem (BIS)
De gemeente zegt in haar bericht dat separaat wordt gewerkt aan een nieuw BIS. Dat zou inhouden dat het oude nog bestaat. Dus dat eens geprobeerd: www.zeist.nl/bis. En warempel, de oude site verschijnt. Die heeft wel wat gebreken, maar na lang zoeken en gebruik van Google zijn na enig zoekwerk veel documenten toch op te sporen.

Gezien dit alles rijst de vraag waarom op de nieuwe site geen verwijzing staat naar het bestaande BIS. Dat is toch het minste wat voor de bezoekers van de site kan worden gedaan. Een goede site is van groot belang voor Zeist en haar burgers. Met het beperken van de toegankelijke informatie tot 10% wordt geen recht gedaan aan de functie om nog relevante beleidsinformatie toegankelijk te houden. Het lijkt erop dat de site te snel is gelanceerd zonder eerst de ‘kinderziekten’ de baas te worden.

Het is natuurlijk prima dat de nieuwe site geschikt is gemaakt voor mobieltjes, smartphones, tablets e.d. Verder wil de gemeente rekening te houden met webrichtlijnen en toegankelijkheidseisen voor gehandicapten. Het is echter wel zaak dat ook goed wordt nagedacht over de richtinggevende keuzen voor de functies van de site. En afgeleid daarvan de architectuur en keuzecriteria annex normen voor de op te nemen informatie.

Hoe krijg je inzage in stukken?
Dit is trouwens niet het hele voorlichtingsverhaal. Bij het bekijken van een vergunning of plan dat niet uitgebreid op de site staat ben je op de publieksbalie aangewezen. Daar horen zulke stukken ter inzage te liggen. De laatste drie maal dat ik bij de balie een stuk opvroeg was dit niet beschikbaar. Tweemaal helemaal niet en een keer pas na 20 minuten toen een archiefexemplaar werd aangeboden. Als je vervolgens wat kopieën wilt maken van pagina’s, dan kost dat meer dan een euro per bladzijde. Bovendien zal je naast de baliemedewerker moeten staan om de pagina’s aan te wijzen. Sommige bladzijden van bijlagen hebben namelijk geen nummer. Dit kan beter.

Laten we hopen dat de gemeente in samenwerking met het testpanel de gebreken van de site snel oplost en ook de balieproblemen voorkomt. We houden de vinger aan de pols.

Lagen en listen
Janus, 9 juni 2014

Onlangs werd ik getipt over ontwikkelingen bij enkele bouwprojecten. Van projectontwikkelaars weten we dat zij in het algemeen weinig op hebben met burgers en belangengroepen die hun plannen willen aanpassen. Dat zorgt voor uitstel en het tast de winst aan, althans voor de korte termijn. Vaak zien ze de burgers als een vervelende tegenmacht die zij mijden of met vaagpraat om de tuin proberen te leiden. Gelukkig komen er steeds meer ontwikkelaars die begrijpen dat burgers niet alleen praten over ‘not in my backyard’. Ze gebruiken de inspraak voor een win-win proces waardoor hun plannen juist verbeteren. Hoe zit dat met de Zeister overheid? Ziet die de burgers als volwaardige partners waarmee goed overleg moet worden gevoerd?

In het coalitieakkoord 2014-2018 staat op bladzijde 4 onder de kop: Van “eerste overheid” naar “eerst de burger”: “Breed maatschappelijk draagvlak is een belangrijk uitgangspunt voor de wijze waarop besluiten tot stand komen. Daarvoor is het nodig dat mensen de gemeente ook weten te vinden, op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen en betrokken raken. Dat vraagt om een gemeente die betrouwbaar is, integer handelt en transparant is.” Hoera, mooie woorden, maar wat zijn ze in de praktijk waard? ‘The proof of the pudding is in the eating’. Vandaar dat ik woorden en daden ga vergelijken.

yyy

Buitengewoon is de ontwikkeling in Kerckebosch wel, maar of er netto natuur wordt ontwikkeld ……………..

Kerckebosch in beeld
Een mooi voorbeeld is het project (nieuw) Kerckebosch. Onder het motto “wonen in het bos” werden brede bosstroken met een omvang van zeker 17 hectare gekapt om woningen te kunnen bouwen. Volgens het nieuwe wijzigingsplan worden de woongebieden nu met 10% uitgebreid. Dat betekent weer 1,5 hectare minder bos. In het bestemmingsplan was wel een wijzigingsmogelijkheid opgenomen. Die werd echter altijd uitgelegd als middel om flexibel in te spelen op kleine, technische problemen. Het ging dus niet om het kunnen doorvoeren van grote veranderingen. Dus geen uitbreiding van de bouwvlakken. maar mogelijkheden voor verschuiving ervan. Zelfs ingewijden in de bestemmingsplannen hadden een andere uitleg niet kunnen vermoeden. Kortom, de in het coalitieakkoord toegezegde betrouwbaarheid en transparantie zijn hier ver te zoeken. Ik mag aannemen dat deze ‘wisseltruc’ ook zal worden gebruikt bij andere projecten. Het parool is dus ‘oppassen geblazen’.

Hogere regelkunde
Nog een voorbeeld in hetzelfde project bij de bepaling van de bouwhoogten in het bestemmingsplan. In de geprojecteerde woongebieden-1/2 gelden als maxima een goothoogte van 7 meter en een bouwhoogte van 1o meter. Daarmee zijn 2 bouwlagen met een kap mogelijk. Dat klopt met de aangrenzende bebouwing. In de verbeelding wordt de bouwhoogte echter gebracht naar 11 meter. De verandering maakt – enigszins verborgen – deel uit van het voorstel. Dit leidt samen met een 10% marge vanuit de algemene ontheffingsregels tot een maximale bouwhoogte van ruim 12 meter. Dat betekent dus een extra, vierde woonlaag. Nog voor de raad de wijzigingen heeft goedgekeurd, wordt dit al gepromoot op de site van de WOM bij het ruim 12 meter hoge project The Lodge. Dat verbaast mij niet omdat de gemeente ook voor de helft belanghebbend is in de WOM. Kortom, samen met de Seyster Veste twee handen op één buik. Hier worden aanwonenden en andere belanghebbenden in feite letterlijk voor het blok gezet.

Wat zijn de toezeggingen waard?
Ook een bosstrook die een groene buffer vormt tussen het oude en het nieuwe deel van Kerckebosch wordt verkaveld. Dat is in strijd met eerdere toezeggingen die aan de aanwonenden zijn gedaan. Die bosstrook zou namelijk eigendom blijven van de gemeente.

Het is goed dat de lokale overheid haar beleid heeft onderbouwd met een coalitieakkoord. Het is ook goed wanneer de lokale overheid en de burgers kijken naar wat er in de praktijk mee wordt gedaan. Dat valt niet mee zoals blijkt uit de bovengenoemde voorbeelden. In het akkoord wordt ook gepleit voor flexibele bestemmingsplannen. Maar hoe kan een bestemmingsplan, dat volgens de wet rechtszekerheid behoort te bieden, nog flexibeler worden dan nu al het geval is? We zullen moeten oppassen dat de raad zichzelf, de burgers en andere belanghebbenden daarbij niet in de benen schiet.

WIE GAAT ER NOG STEMMEN?
Janus, 6 februari 2013

Binnenkort mogen we weer stemmen. Vroeger was dat een verplichting, maar die is allang afgeschaft. Hoe staat het met dit moeizaam verworven burgerrecht? Wordt er wel voldoende gebruik van gemaakt en wat is de ondergrens?
In Zeist daalt net als in andere gemeenten de deelname aan de verkiezingen gestaag. Was het percentage in 2006 nog 60,2%, in 2010 daalde het naar 56%, zie rubriek overheid –> Zeist. Hoe zal het gaan op 19 maart aanstaande? Zakt het aantal stemmers tot nabij de 50%? Is dat dan de grens voor een voldoende draagvlak van ‘de gemeentepolitiek’?

Waarom zo weinig stemmers?
Er zijn allerlei oorzaken voor het niet-kiezen aan te wijzen. Veel mensen geloven het wel. De politiek vinden zij een ‘ver van hun bed show’ en het stemmen maakt toch niet veel uit. Mooie woorden van de verkiezingsprogramma’s worden in de politieke praktijk te weinig vertaald in daden. Anderen vinden het wel goed zo. Zolang ze zelf geen grote problemen van de gemeente ondervinden zal het ze ‘worst wezen’.
Al met al heeft ‘de politiek’ weinig aanzien. Zelfs oud-burgemeester Mans, die in vele gemeenten actief was, zei onlangs op TV dat raadsleden vaak meer met zichzelf en de andere raadsleden bezig zijn, dan dat zij contact onderhouden met hun kiezers. Dat los je niet op met gemeentelijke public relations of door een verkiezingscampagne eens in de vier jaar.

Ook de kwaliteit en deskundigheid van de raadsleden daalt. Het wordt namelijk steeds lastiger om kandidaten voor een kieslijst te vinden, laat staan daaruit te selecteren. Dat blijkt uit een recente enquête van de Vereniging van Griffiers onder haar 408 leden, waarvan 220 de enquête invulden. Hoe kun je dan als raad voldoende het college controleren en raadsvoorstellen beoordelen? Zelfs in de Rotterdamse raad zitten maar drie leden die verstand hebben van financiën. In Zeist geldt dat in feite net zo en idem voor de andere aandachtsvelden van de gemeentepolitiek.

Wat valt er te verbeteren?
Wat kan de politiek zelf doen om meer legitimiteit te krijgen? Net als bij de beroepen in het onderwijs en de verpleging is de beloning een belangrijk punt. Je kunt in deze tijd niet hopen op idealisten, die ‘om niet’ of tegen een beperkte vergoeding werken voor de gemeenschap. Tegenwoordig geldt steeds meer: geen geld, geen Zwitsers, of moderner: ‘uurtje, factuurtje’. Waarom zou je ten minste 20 uur per week in een nevenfunctie, vooral ook in de avonduren, gaan werken voor (in Zeist) circa 1.350 euro per maand? Welke deskundigen krijg je daarvoor naast hun werk? En moet je dan ook nog door burgers worden gekritiseerd, omdat je daarnaast weinig contact kunt onderhouden met de kiezers? Of zelfs agressief wordt benaderd? De vergoedingen zullen drastisch omhoog moeten gezien het belang van de functie, de zwaarte van het werk en het beroepsmatig afbreukrisico voor de politici tijdens en na hun aftreden. De commissie Dijkstal adviseerde overigens al in 2005 dat raadsleden beter moeten worden betaald.

Kortom: professionaliseren is noodzakelijk. Dat kan samengaan met minder raadsleden en meer deskundige raadsmedewerkers. Veel raadsleden zijn immers vooral aanwezig en niet zozeer bezig om inhoudelijk het woord te voeren. Deskundigheid is ook nodig gezien het grote aantal regionale verbanden, waarin gemeenten voor diverse taakgebieden samenwerken. Die voeren het beleid uit voor gemeenten bij complexe dossiers. Hetzelfde geldt voor taken die de Rijksoverheid tegen een lagere vergoeding aan de lokale overheden overdraagt. In feite is elke gemeente groter geworden, al wordt dat dat niet zo naar buiten gebracht. Tegelijkertijd verdwijnt de invloed van de afzonderlijke gemeenteraad uit het gezicht. Dat blijkt ook uit de resultaten van een onlangs gehouden enquête van de vereniging van raadsleden, Raadslid.nu. Of zoals de voorzitter van de Rekenkamervereniging NVRR het noemde: een Gemeenschappelijke Regeling is “een Bermudadriehoek waar alle controle-capaciteit in verdwijnt”. Waarom zouden we de schaal van de gemeente(n) daaraan niet aanpassen? Dat vergt wel het tegelijk zorgen voor voldoende burgerparticipatie en inspraak voor de inwoners van plaatsen en buurten.

Behalve de noodzakelijke professionalisering moet er ook wat te kiezen zijn. Veel partijprogramma’s lijken op elkaar, terwijl de partijfracties in de praktijk structureel andere keuzen maken. Partijen zullen veel concreter moeten zeggen wat ze gaan doen en vervolgens doen wat ze zeggen. Op wie of welke partij moet je anders stemmen? Louter op gevoel? Op stemgedrag uit het verleden? Op vertrouwen in een persoon of in personen?

Ander systeem?
Zou het niet beter zijn te werken met een burgemeester inclusief bijbehorend programma die uit verschillende kandidaten wordt gekozen? Op die manier weet je beter wat je krijgt en je kunt na enige tijd afrekenen door te stemmen. De verkiezingsstrijd gaat dan over de keuze van een richting en niet over een ‘Gordinaanse knoop’ van mogelijkheden na de verkiezingen.

Wat Zeist betreft heb ik nog niet besloten wat ik ga doen: kiezen of juist niet. Wanneer ik kies legitimeer ik de huidige gang van zaken. Wanneer ik niet kies zou ik geen invloed hebben, wordt beweerd. Dat laatste klopt niet wanneer ik als burger actief bezig ben met gemeentelijke zaken en voorstellen.
Op wie zou ik moeten kiezen: op een partij die de richting opgaat die ik nu nodig vind, en tevens op een persoon die ik vertrouw gezien zijn of haar stemgedrag uit het verleden? Bestaat die combinatie van een partij en persoon wel? En komt de kandidaat in de raad en blijft deze daar dan vier jaar? Laten we het hopen. Ik ben nog aan het nadenken, anders stem ik deze keer bewust niet. Ook niet met een blanco stem, want die telt wel mee bij het aantal uitgebrachte stemmen. Wat gaat U doen na het lezen van deze column?

EKSTERS IN ZEIST
Janus, 31-12-2012

We hebben veel eksters in Zeist. Hoog in de bomen bouwen ze hun grote nesten, kogelrond met een opening. Zo zijn de vogels beschermd tegen de andere rovers, die hun eieren of jongen proberen te roven. Maar zelf doen ze niet anders. Daar moest ik aan denken toen ik de bedragen zag die nogal wat bestuurders van woningbouwcorporaties verdienen. Vestia in de Randstad spande de kroon en die corporatie moest worden gered. Nu betalen de huurders en de andere corporaties het gelag. Zelfs in Zeist staat een gebouw van Vestia: de torenflat in Vollenhove. Ook bestuurders van andere corporaties kunnen er wat van. Wat te denken van de directeur van Ymere die in 2010 221.000 euro verdiende, maar die had tenminste 82.000 woningen onder zijn beheer.

Mensen die hard werken en een uitstekende prestatie leveren mogen wat mij betreft goed verdienen. Daar is niets mis mee. En toch: had de eminente econoom Jan Tinbergen al niet een halve eeuw eerder geconstateerd, dat de best betaalde niet meer hoeft te verdienen dan vijf maal de laagst betaalden? Dat alles wat daar bovenuit gaat geen meeropbrengst oplevert? En kennen we niet de onderzoeken waaruit blijkt dat het effect van loonsverhoging heel tijdelijk is? Om maar te zwijgen van bonussen die eerder risicovol gedrag uitlokken, dan verantwoord ondernemen ondersteunen.

Woningbouwcorporaties hebben een monopolie op hun terrein. Zij werken met publiek vermogen en behoren daar sober mee om te gaan. Dat geldt zeker daar ze subsidie krijgen voor het opleveren van sociale woningen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de gemeente per woning een gereduceerde grondprijs berekent (in Zeist ongeveer 12.000 euro lager) en de overheden subsidie geven voor nieuwe woningen.

Sociale veelverdieners
In de salarissen van de bestuurders zie je in Zeist de soberheid niet terug. Zo verdiende het opperhoofd van de Seyster Veste in 2010 net zoveel als zijn collega in Almere: 221.000 euro. Gelukkig voor hem had hij slechts twintig maal minder woningen te beheren, namelijk 4.133 volgens de opgave van de gemeente. Daar komen waarschijnlijk nog pensioenpremies en onkostenvergoedingen bij. De Raad van Commissarissen van deze relatief kleine corporatie koste in dat jaar 70.000 euro. De directeur van het project Kerckebosch van de Seyster Veste verdient volgens de advertentie tussen de 80.000 en 120.000 euro. Alleen al deze posten bij elkaar vergen voor het besturen van de corporatie minimaal een bedrag van ca. 391.000 euro. Omgerekend bijna 95 euro per huishouden per jaar. Dat zal in 2011 en 2012 nog wel zijn opgelopen. Verder zal het hoge beloningsplafond ongetwijfeld doorwerken op de salarisopbouw binnen de organisatie. Hoe kun je anders jouw hoge loon als bestuurder verantwoorden? 

Ook de bestuurder van De Kombinatie bakt het bruin met een salaris in 2010 van 184.000 euro voor 3.612 woningen, dat is per woning per jaar bijna 51 euro. Daar steekt het loon van zijn RK-broeder karig bij af: 94.000 euro voor slechts 845 woningen. Maar omgeslagen per huishouden spant hij de kroon: 111.24 euro per jaar. Dit is op zich al een bijzondere prestatie, een felicitatie waard.
Gaat het om zware functies in vergelijking met andere semioverheidsinstellingen? Dat zou betekenen dat de functie van een lokale corporatiedirecteur veel zwaarder zou zijn dan die van een minister. De minister-president verdient zo’n 144.000 euro. De topinkomens voor de publieke sector worden per 1 januari 2013 geleidelijk aan teruggebracht tot maximaal 130 % van een ministersalaris, dat is ongeveer 190.000 euro. In dat geval gaat het echt om een topinkomen voor het besturen van een complexe organisatie. Daarvan is bij de Zeister woningbouwcorporaties geen sprake. Dat geldt zeker nu het bouwen voor de private markt niet meer tot de taak van corporaties wordt gerekend. Een vergelijking met private projectontwikkelaars is dan ook niet aan de orde. In 2010 was in Nederland het gemiddelde salaris van directeuren of bestuurders van corporaties 91.000 euro, op zich al vrij hoog voor een dergelijke functie.

Natuurlijk: woningbouwcorporaties hebben het nu moeilijk: lagere woningprijzen, de Vestia-heffing, de winstbelasting en de verhuurdersheffing vereisen een aangepast regiem. De bomen groeien niet meer tot in de hemel en dus kunnen de eksters daar niet meer nestelen. Sinds de financiële verzelfstandiging in 1995 hebben corporaties zich naast de sociale huisvesting te veel bezig gehouden met projectontwikkeling. Als monopolie-instelling zijn ze daar niet voor toegerust en het leidt tot oneigenlijke concurrentie met private bedrijven. De woningbouwcorporaties moeten dus terug naar hun kerntaak, de sociale huisvesting.

Crisis om te veranderen
De economische crisis zorgt voor het opschudden van de sector van de sociale woningbouw en ook Zeist ontkomt daar niet aan. Dat is een goede zaak zodat uitwassen kunnen worden weggesneden. Dat houdt volgens mij ook in het terugbrengen van de salarissen en vergoedingen van de bestuurders van corporaties. Die kunnen dan zakken naar een niveau dat passend is voor deze functies en bovendien acceptabel voor de samenleving. Te denken valt aan het gemiddelde van de sector, dat was in 2010 ca. 91.000 euro. De opbrengst lijkt klein bier maar dat is het niet. Ik schat dat alleen al daarmee in Zeist jaarlijks circa 250.000 euro valt te besparen. Deze al jarenlang bestaande, onnodige uitgaven moeten haast wel ten koste gaan van de nieuwbouw van sociale woningen, ongeveer 10 per jaar, of er wordt bezuinigd op het onderhoud van bestaande woningen.

De gemeente zou de salarisreductie als subsidievoorwaarde kunnen opleggen in de prestatie-overeenkomst met de corporaties. Wanneer zij dat niet accepteren, dan worden er geen overheidssubsidies meer verstrekt aan de betreffende corporaties. Hoe eenvoudig kan het zijn. Daar hebben we wel een gemeenteraad en een College voor nodig die inzien dat druk uitoefenen nodig is. De geloofwaardigheid van de sociale woningbouw, de corporaties en de voorbeeldfunctie van hun directeuren staan op het spel. Geld als stuurmiddel, zo oud als de weg naar Rome. De eksters hebben zo het nakijken.


BIJLTJESDAG IN HET KERCKEBOSCH
Janus, 29-02-2012

De raadsleden werden verwelkomd door zingende schoolkinderen en demonstrerende ouders. In de trouwzaal konden we kijken naar het vage beeld van de coalitie. Nu moesten er knopen worden doorgehakt. Was de woningstichting Seyster Veste niet al niet bijna vijftien jaren bezig met lobbyen voor het bebouwen van het binnenbos? In zo’n geval onderzoek je als corporatie de toekomstwaarde van de flats en de woonwensen. Geheid dat de toekomstwaarde laag is en dat de bewoners betere huizen willen. Wie wil dat niet? Vandaar de conclusie om de flats niet te renoveren, hoewel die van de Prinses Margrietlaan nog best op te knappen waren. Ook in Vollenhove moesten de grote flats tegen de vlakte, maar toen de Kombinatie onvoldoende financiële middelen had voor nieuwbouw, kregen deze ‘ cash cows’  toch een groot onderhoud.

Sinds begin 2000 of al eerder verrichtte de Seyster Veste in Kerckebosch maar mondjesmaat onderhoud en werden de huizen een doorgangsplek. Kortom verpaupering. Daarom is het nogal treurig wanneer de corporatie de bewoners in stelling brengt om de plannen door te laten gaan, terwijl ze zelf verantwoordelijk is voor het achterstallig onderhoud. Maar ja, op deze manier krijg je wel je zin en houd je ook nog geld over. Zo werkt dat. De grootverdiener van de Seyster Veste verweet de burger- en milieuorganisaties dat zij niet opkomen voor de belangen van de sociale huurders. Hij vond het “gênant”. Zou het echt zo zijn dat de burgers hun wijk willen laten achteruitgaan? Daar hebben zij geen belang bij. Wat men wel wil is behoud en versterking van de kwaliteit van woningen en leefomgeving. Dat hoort bij elkaar. Wanneer de gemeente open en vroegtijdig had overlegd met de burgers, was vast een aanvaardbaar plan tot stand gekomen. Maar zij ging uit van het aantal extra huizen zonder te letten op de omgeving. Dat is het echte probleem en dan krijg je vanzelf langdurige procedures.

Wat duidelijk werd is dat alle fracties het beter huisvesten van de huurders ondersteunden. Volkomen terecht, maar wat betekent dit voor de woonomgeving? De GroenLinks wethouder wees alle kritiek op het nog ontbreken van een toegezegd en verplicht onderzoek naar 60 beschermde diersoorten af. Dat nu al wordt begonnen met de kap was ook geen probleem, al had de gemeente zelf 1 maart als laatste begindatum voor de kap vastgesteld. Het broedseizoen begint kennelijk steeds later. De boscompensatie kan worden uitgesteld tot 2022 of zelfs worden heroverwogen. Wie dan leeft, die dan zorgt. Ondersteuning kreeg ze van haar fractiewoordvoerder die in het dagelijks leven werkt bij de woningcorporatie Vestia. Hoe groen is deze partij nog? Wat heeft ze de afgelopen jaren op groengebied laten zien? Veel gemekker, weinig wol. Geen wonder dat in de raad de geitenwollen sokken zijn verdwenen.

D66 was blij met de toezegging dat de financiële voortgang van het project regelmatig wordt besproken. Maakt deze partij zich blij met een dooie mus en moet zij met deze ‘overwinning ‘ haar kiezers terugwinnen? Volgens hun wethouder is Kerckebosch een gouden project voor de Seyster Veste. Heeft de gemeente dan niet goed onderhandeld? Kennelijk heeft de corporatie een neusje voor winst. Zou deze sociale nutsorganisatie zich daarom hebben teruggetrokken uit de Clomp? Doet zij daarom mee in het Sanatoriumbos waar meer dan 30 miljoen euro aan subsidie zou zijn toegezegd? Verplichte integratie van cliënten uit Den Dolder loont. Of dat (psychische en sociale) winst of verlies oplevert voor de cliënten en de buurt doet niet ter zake.

Pecunia
Lang werd gedelibereerd over de pegels. In Nederland en ook in Zeist gaat het altijd over de (euro)centjes. Veel minder over voorzieningen, kwaliteit, leefomgeving, natuur, recreatie, gezondheid en dergelijke zaken. Uiteraard mochten de burgers niet beschikken over de financiële gegevens van het project. Deze bleven geheim in verband met Europese aanbesteding. Als argeloze burger vraag je je dan af wat er verborgen moet blijven? De positie van de corporaties? Hun oneigenlijke concurrentievoordeel bij zakelijke projectontwikkeling? Nog steeds hebben de corporaties een voorkeursrecht en krijgen zij een prijsreductie bij verkoop van gemeentegrond. Klopt dat met de mededingingsregels? Wat voor risico’s zijn er dan voor de toekomst? Allemaal vragen waar de aanwezige burgers geen antwoord op kregen.

Ook interessant was de manier waarop de risico’s werden geneutraliseerd. Allereerst het versoberen en optimaliseren van het project. Wat dit betekent zal later wel duidelijk worden. Daar zal wel het niet compenseren van gekapte bomen onder vallen en idem de uitbreiding van het bovengronds parkeren. Krijgen de huurders en kopers dan geen mooie woningen en dito woonomgeving? Verder wordt er bespaard bij de grondexploitatie: was er eerst dan toch veel vet op de botten? Ook worden de problemen keurig vooruitgeschoven. De opbrengst wordt nu voorgefinancierd: 10 miljoen euro waarvan vijf voor de gemeente. Dat kan ook niet anders nu er nog geen vrije kavel is verkocht. De rentekosten worden lager begroot van 6 of 5 % naar 3,5 %, wat een fors risico oplevert en renteverlies inhoudt. Naar verluid zou ook de kavelprijs verder zakken. En die was in het financiële plaatje al gezakt van 6 naar 4 ton. Dat scheelde toen al ongeveer 9 miljoen euro. Over het verder verlagen wordt later gesproken maar nu nog niet. En er was eerder al een tekort van 1,4 miljoen. Toch schijnt het project ‘in control’ te zijn. Dat zei men in eerste instantie ook van het project Hart van de Heuvelrug waarin Zeist een prominente rol heeft. Maar dat blijkt nu financieel een zwart gat te zijn van ongeveer 10 miljoen. Sommigen zeggen zelfs dat het tekort veel meer is. Voor ongeveer de helft daarvan moet Zeist opdraaien. Dus nog meer bouwen om het betaalbaar te krijgen? De vraag is dan hoe lang je nog kunt springen om de schulden voor te blijven, wanneer de woningen niet worden verkocht.

Verder kwam het goed uit dat het Waarborgfonds voor de sociale woningbouw wordt ondersteund door de Waterschapsbank. Zo langzamerhand ondersteunen we elkaar allemaal tot de constructies door de schuldenlast krakend instorten. Met ons allen proberen we de woningmarkt overeind te houden, terwijl ook de Rabobank zegt dat we moeten afwaarderen, minstens 10 procent. De kantorenmarkt is ons voor en gaat veel verder met tientallen procenten. Binnen Zeist bestaat al een voorraad koopwoningen van ongeveer twee jaar. En volgens makelaars zijn er voldoende goedkope starterswoningen maar dan zonder tuin.

Lustwarande of Lastwijck
“De democratie kent vele hoogtepunten”, zei de burgervader aan het begin van de raadsvergadering. Bureau Pas waarschuwde in haar ‘second opinion’ over de financiële gegevens, dat de gemeente geen tijdsdruk (meer) zou moeten accepteren. In hoeverre de snelle besluitvorming nu een brug te ver is zal in de nabije toekomst blijken. Uiteindelijk zal de wal het schip keren. Wie moet dan de rekening betalen of is er toch een opbrengst? Laten we hopen op het laatste, zowel voor de huurder en kopers als voor de burgers, die anders de extra lasten zullen moeten dragen. Het bos is dan echter al gekapt. Rest ons slechts de dooddoener van de verantwoordelijke gezagsdragers: met de kennis van nu zouden we het toen anders hebben gedaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd, binnenkort.

 

SAMEN GROEIEN!
Janus, 20-03-2010

Zou het toeval zijn dat het burgerjaarverslag 2009 van Zeist “Samen groeien” heet? Het is duidelijk: het gemeentebestuur heeft in haar nadagen nog zijn groeigedachte willen uitdragen. Dat alles in een glossy, full colour blad op dik papier van vierentwintig pagina’s. De ingehuurde communicatiespecialisten van de gemeente zijn weer met een charmeoffensief begonnen. Het levert een blad op vol positieve informatie en juichende klanken. Dat is kennelijk nodig want het vertrouwen in de politiek is historisch laag. Dat zie je uit de opkomst voor de verkiezingen van de gemeenteraad. Die was alweer 4,4 % lager dan vier jaar geleden: amper 56 procent van de burgers stemt nog.

Dan kun je nog denken dat het bestuur het zó goed doet dat de burgers het wel geloven. Maar uit gegevens van de gemeente zelf blijkt het tegendeel. In een Burgerpanel enquête van december 2009 over interactief werken staat letterlijk het volgende (citaat):

  • “Over het algemeen bestaat er weinig vertrouwen in politiek, ambtenaren en bestuur
  • Men voelt zich vaak niet serieus genomen.
  • Men wil wel interactief meedoen (bij voorkeur per internet), tijd is hierbij een obstakel, maar nog meer is er het gevoel dat het er toch niet toe doet.
  • Het gevoel bestaat dat ambtenaren en bestuur zich terugtrekken in hun ivoren toren, doen alsof ze luisteren naar signalen uit de samenleving, maar hiermee in de praktijk geen rekening houden.
  • Men wil tijdig en adequaat worden geïnformeerd voordat men interactief meedoet.
  • Men ervaart stroperigheid en traagheid bij besluitvorming en uitvoering van plannen.”

Geconcludeerd wordt: “De resultaten van de enquête van het burgerpanel over interactief werken zijn kritisch. Hoewel er wel een algemene bereidheid is om interactief mee te doen (zeker als hiervoor de juiste randvoorwaarden worden ingevuld) bestaat het idee/gevoel dat het niet veel impact heeft.”

“Samen groeien” is het motto van het burgerjaarverslag 2009. De vraag is nu hoe je als burgers kunt groeien, wanneer je door de gemeente niet serieus wordt genomen. Je moet het toch samen doen? Laat de gemeente daarom eerst eens zelf aan het werk gaan, voordat ze de burger zelfgenoegzaam bestookt met allerlei opgeklopte stukken zonder kritische inhoud. Inderdaad, om jezelf als bestuur te kunnen evalueren moet je gegroeid zijn en volwassen staan tegenover kritiek. Misschien moeten de burgers de gemeente helpen om zover te komen. Dat vergt van het bestuur en de ambtenaren wel een andere, open houding. De nieuwe raad en het komende college staan voor een moeilijke opgave! 


GAAN WE RUSTIG VERDER?
Janus, maart 2010

Na alle gekissebis, borstklopperij en onderlinge schimpscheuten komt iedereen weer tot rust. Politici tellen hun zegeningen of likken hun wonden. Elke partij heeft gewonnen, het is maar waarmee je het resultaat vergelijkt: met de vorige verkiezingen, met opiniepeilingen, met de ervaring dat besturen pijn doet, en zelfs met het oog op toekomstverwachtingen of volgende verkiezingen. Soms zagen we een voldane blik, maar wel angst in de ogen. Bij de winnaars klonken de onvermijdelijk juichkreten. De stammenstrijd van weleer herleeft in een verkiezingstijd, dat is duidelijk.

Zeist volgde in grote lijnen de landelijke ontwikkeling met wat lokale accenten. D’66 is de grote winnaar en zal proberen het groen en de invloed van de burger centraal te stellen. Wanneer deze partij tot een coalitie toetreedt, zal blijken of haar programma coalitiebestendig is.
GroenLinks won weliswaar een zetel, maar bleef in percentage vrijwel gelijk. De VVD bleef in zetels gelijk. Dat moeten deze twee lokale afdelingen zich toch aantrekken, omdat er landelijk duidelijk winst voor beide partijen was. Kennelijk hebben ze het in Zeist niet zo goed gedaan. Toch te veel bouwambitie?
(H)eerlijk Zeist snoepte wat stemmen af van andere lokale partijen, ongeveer 2.6 %. “Verdeel en heers”, grijnsden de landelijke partijen.

En nu verder: zijn we er wat mee opgeschoten? Komt er een ander beleid of blijft het bij het oude? Of toch een tussenweg, de weg van de geleidelijke verandering(en)?
De oude coalitie van 2006 zou zo maar kunnen doorgaan. Hun meerderheid van zes zetels is weliswaar geslonken van 22 naar 19, maar het blijft een meerderheid, zeker met de steun van CU/SGP. Bij belangrijke besluiten krijg je zo snel een aantal van 21 stemmen van de 33.

Komt de winnaar D66 in een nieuwe de coalitie? Alleen wanneer deze partij zich neerlegt bij besluiten die vóór de verkiezingen zijn genomen, zoals over Kerckebosch, het buurtschap Sanatoriumbos en nog wat andere zaken op het gebied van bouwen en invloed van de burger. In wezen krijgen de burgers dan weer een coalitie die onderlinge eenheid belangrijker vindt, dan het overlaten van de besluitvorming of herziening daarvan aan de raad. Waarom niet bepaalde onderwerpen als vrije keuze laten voor de raad? Wanneer D66 het meeste moet inslikken kan de partij beter in de oppositie blijven en hameren op haar beleidspunten.

Natuurlijk is ook een andere coalitie mogelijk, zoals tussen D66, VVD, CDA of GroenLinks en Seyst.nu, in totaal 20 zetels, eventueel met extra steun van CU/SGP en Pro Zeist. De PvdA stelt zich met haar bouwopdracht van gemiddeld 200 extra woningen per jaar buiten een dergelijke coalitie op tenzij de partij dit aantal inslikt. Wellicht zou het goed zijn wanneer PvdA als grootste verliezer een tijdje buiten het college bleef om nieuwe inspiratie op te doen en bij de burgers te rade te gaan.

We wachten de coalitievorming af. Of is deze binnenskamers al afgesproken? Het zou zo maar kunnen, het blijft ten slotte politiek!
Zou Zeist eigenlijk niet bestuurd kunnen worden zonder een uitgebreid coalitieakkoord? Zo’n akkoord blijkt in de praktijk toch maar een handenbinder voor vier jaar. Voortschrijdend inzicht en een nieuwe situatie vergen vaak een ander beleid. Anders blijft de invloed van de raad en de burgers een wassen neus.


GEEN WOORDEN MAAR DADEN
Janus, februari 2010

Daar zitten ze, de lijsttrekkers, strak in het gelid. Tegenover het publiek hullen ze zich in het groen, een mooie schutkleur om je te beschermen tegen de kiezers. Maar in hun eigen omgeving van de raadszaal laten velen zonder blikken of blozen hun sluiers vallen. Dan onthullen ze hun ware aard en kleuren rood als baksteen. Zo stemt GroenLinks vol overtuiging voor de afbraak van het groen. De VVD pleit voor weinig bouwen en geen hoogbouw, maar beslist de volgende dag precies het omgekeerde.

Hoe betrouwbaar zijn de partijen? Wie kun je nog wel vertrouwen? CU en SGP staan voor meer bouwen dan nodig is, dat doen ze al jaren. Dan weet je waar je aan toe bent. PvdA en GroenLinks lopen gewillig aan de leiband van VVD en CDA mee. De SP krijgt in het zicht van de verkiezingen last van slappe knieën. Eerst tegen het plan voor Kerckebosch en het Sanatoriumbos en nu toch vóór stemmen. Ach, een beetje politicus kan het altijd uitleggen, maar de kiezer begrijpt het niet. Zijn we dan toch kortzichtig en dom?
D66 en de lokale partijen Pro Zeist en Seyst.nu stemmen consequent voor het behoud van het groen. Zij zijn tegen het aantasten van het karakter van Zeist.

Is dat een garantie voor de toekomst? Mooie programma’s worden snel vergeten na de verkiezingen. Het beste houvast is hoe de partijen de afgelopen jaren hebben gestemd. Geen woorden maar daden. Daar gaat het om.
Ik weet genoeg en ga stemmen op ……


WAT KIEST U?
Janus, oktober 2009

De verkiezingen zijn in aantocht, dat merken we. Politieke partijen schieten in de stress, want het is straks afrekentijd. Elke partij gaat daar op haar eigen wijze mee om. Vooral bij de moeilijke dossiers leer je de politici goed kennen. Neem het bouwdossier. De coalitie van CDA, VVD, PvdA en GroenLinks, meestal met steun van SGP/CU, probeert uit alle macht extra woningen te bouwen, veel meer dan voor Zeist nodig is. Maar ja, hoe verkoop je het aan de burger?

Eerst heette het dat Zeist op 60.000 inwoners moest blijven om de voorzieningen op peil te houden. Daarvoor waren in tien jaar 3.000 extra woningen nodig, gemiddeld dus 300 woningen per jaar. Maar de burgers deden wat de gemeente naliet. Zij lieten de bewering onderzoeken en wat bleek: een kleine extra honderd woningen per jaar was genoeg om in de behoefte van Zeist te voorzien. De 300 extra woningen per jaar zouden Zeist op zo’n 64.000 inwoners brengen.

Wat nu, dachten de ambtenaren, projectontwikkelaars, woningbouworganisaties en bestuurders.
Eureka: in het Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030 wordt niet meer het aantal van 60.000 inwoners vermeld, maar wél een onduidelijk principe. Het gaat nu om het streven naar een “evenwichtige bevolkingsopbouw” met aandacht voor senioren, starters en personen, die wel in Zeist werken maar er nog niet wonen.
Dat komt goed uit, alles blijft lekker vaag en met zo’n uitspraak kun je alle kanten op. Wat betekent een evenwichtige opbouw, is die wel te realiseren en wat zijn de consequenties? Wordt de poort niet opengezet voor een ongebreidelde woningbouw? Zeist als een groeikern zonder daarvoor aangewezen te zijn?

Zeist ligt in de buurt van de grote stad Utrecht en veel jongeren trekken daar voor een tijd heen. Senioren van buiten vinden in Zeist een goede opvang. De typische opbouw van de Zeister bevolking zal daarom niet veel veranderen, wat je ook aan extra woningen bouwt. De gemeente kent verder een groot netto-overschot aan arbeidsplaatsen, ten minste 10.000. Moeten die allemaal in Zeist gaan wonen?

Volgens de provincie kunnen niet alle mensen die in deze provincie willen wonen ook huizen krijgen. Anders zouden het groen en de recreatie te veel in het gedrang komen. En dat groen is een nationaal en provinciaal belang. De open ruimte is schaars en kan maar één keer worden gebruikt. Zij verwijst voor het overschot naar het Rivierenland en de IJsselmeerpolders.
Ook de Zeister bevolking is in meerderheid tegen een stimuleren van de verstedelijking. Bedrijven en particulieren bouwen al genoeg, vinden de Zeistenaren.

Hoe gaan de partijen met het dossier om? De oppositie van D66, SP en de lokale partijen Zeist.nu en Pro Zeist willen geen nadruk op verstedelijking. De coalitie reageert zoals verwacht. Het CDA roept dat de oppositie van Zeist een openluchtmuseum wil maken, een vorm van belachelijk maken. De PvdA reageert als een struisvogel en ontkent de aantallen woningen. En passant verwijt zij Beter Zeist volksverlakkerij. Je moet er maar opkomen. GroenLinks probeert de opposanten verdacht te maken door te zeggen, dat zij tot de beter gesitueerden behoren. Die komen immers alleen voor hun eigen belangen op? Alsof de bewonersgroepen de weg in de buurten en flats niet beter kennen dan veel politici. De VVD houdt zich iets meer op de vlakte, maar stemt altijd voor meer bouwen.

Wat doet de gemeente? Zij pleit ongegeneerd voor méér en hoger bouwen, een sneltram die de verstedelijking nog zal aanjagen en zij doet niets om de eenzijdige voorlichting te verbeteren. Het dossier over het zorgen voor een ‘prikbord’ in de Nieuwsbode voor de burgerorganisaties lag twee jaar op de gemeentelijke burelen. Zij wil dit voorstel echter niet faciliteren, zelfs niet in het kader van de inspraak over de Structuurvisie. De Nieuwsbode, die wekelijks veel gemeentepagina’s kent, heeft de meeste ingezonden brieven verbannen naar een website. Nu moeten de burgerorganisaties maar zien hoe ze kunnen communiceren in deze gemeente. Geen wonder dat zij samenwerken in het “Platform Zeist voor Zeist” van de Stichting Beter Zeist.

Valt er nog wat te kiezen? Eigenlijk gaat het bij de keuze vooral om of je Zeist verder wil verstedelijken of dat proces juist wil beperken. Dus vóór of tegen het rustieke karakter, vóór of tegen overdreven hoogbouw en vóór of tegen veel uitbreiding. Heeft dat ook te maken met andere voorzieningen? Jazeker, want de overheid kan het geld maar één keer uitgeven. Het aanleggen van woonwijken kost geld en dat kan laste komen van de burgers en hun voorzieningen zoals scholen, wegen, riolen, groen, recreatie, zorg en welzijn, cultuur etc. Aan u de keuze!


ALS DE VOS DE PASSIE PREEKT ….
Janus / april 2009

Gelokt door de wervende campagne om mee te spreken over de toekomst van Zeist, was ik bij een van de bijeenkomsten. Wat een geweldig idee om met plaatjes te spelen en zo je toekomst te verbeelden! Daarna hoorde ik niets meer tot in het plaatselijk advertentieblad de loftrompet werd gestoken over de dialoog in deze gemeente. Nu heb ik daar jammer genoeg nooit veel van gemerkt en dus ik wilde wel eens weten wat die dialoog had opgeleverd. Op de internetsite van Zeist gezocht naar het Ontwikkelingsperspectief voor 2030 en wat stond daar: een document van 160 pagina’s vol met tientallen kleurenplaten en foto’s over onze prachtige gemeente. Om dat uit te printen was zeker een nieuwe cartridge nodig. Dus toog ik naar de gemeentebalie om het boekwerk voor slechts 30 euro (of vroeger 66 gulden) te mogen ontvangen.

Vol trots bladerde ik het boek door en zag dat er slechts twee foto’s instonden met hoge flats. Gelukkig, kennelijk geen wens voor meer hoogbouw. Ook de beschrijving van het karakter van de gemeente gaf mij een warm gevoel. Was de wethouder om, nu hij met een pastorale blik in de ogen pleitte voor groen, geluk en kwaliteit?
Toch maar eens gekeken in de tekst en al gauw zag ik het rode licht van verdichting, hoogbouw en het opofferen van groen door de mooie woorden heen schijnen. Wat mij ook opviel was dat er niet is gekeken naar het beleid in het verleden. Daar kunnen we echt wel wat van leren, lijkt me. En harde cijfers over behoeften aan woningen en arbeidsplaatsen ontbreken. Ook over de effecten van de ambities wordt weinig gezegd. Eigenlijk is het boek een onbeperkte wensenlijst, die automatisch wordt omgezet in een serie ambities, zonder rekening te houden met wat je daarvoor moet opgeven. Alsof het verder verstedelijken van Zeist geen eigen keuze is, maar een onvermijdelijk resultaat van ‘onze’ wensen. En dan maar concluderen dat er een ruimtegebrek is in plaats van een ongeremde groeiambitie.

Nu zou ik daar vrede mee kunnen hebben, wanneer de burgers een dergelijke groei tijdens de bijeenkomsten hadden bepleit. Maar kennissen, die bij de andere sessies waren geweest, wisten wel beter. Bovendien weten we hoeveel weerstand er bij de burgers bestaat om Zeist verder te verstedelijken, uit te breiden en het resterende groen te bebouwen. Dat blijkt voldoende uit wijkvisies, enquêtes, handtekeningenacties, zienswijzen, brieven en bezwaar- en beroepsprocedures. Toch blijft meerderheid van de Zeister politiek de groeiambitie steunen, maar nu met de woorden van de oppositie als verpakking: kwaliteit, groen en geluk. En ik dacht aan het oude gezegde dat nog steeds geldt: “Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen.” En preken kan hij, onze wethouder!


Print page
Share Button