Gasten

Ontwerp Gerrit Rietveld ca. 1920

Ontwerp Gerrit Rietveld ca. 1920

Grijp uw kans en wordt eens columnist! 

Een column is een kort stukje proza waarin de auteur spits en uitdagend zijn mening ventileert. U kunt een column schrijven onder eigen verantwoordelijkheid, onder pseudoniem kan ook. De voorwaarden voor publikatie staan in de rubriek Ingezonden brieven.

schoorsteenrook-76280754

Houtrook in het dorp
Jack Mirror / november 2016

Op een vrijwel windstille middag loop ik door het dorp. Het is nevelig en her en der zie ik blauw-gele rook uit de schoorstenen komen. Ongetwijfeld een gevolg van het hout stoken dat steeds meer in de mode komt. Een houtkachel of open haard is wel zo gezellig en bovendien prettig voor de portemonnee. Je spaart er gas mee en dat zou dan ook goed zijn voor milieu. Kortom, zo doe je nog eens wat voor de omgeving.

De penetrante damp verspreidt zich door de straten en blijft daar hangen. Zelfs in mijn eigen huis stinkt het naar rook. Nu ben ik gevoelig voor dit soort luchtverontreiniging. En ik niet alleen. Zo’n 10% van de mensen heeft grote last van houtrook. Denk aan astmalijders en personen met aandoeningen aan luchtwegen en longen. En 26 procent van het uiterst schadelijke ultra fijnstof komt van vuurhaarden van consumenten en sfeerverwarming in woningen. Het is verreweg de grootste bron van dergelijke luchtverontreiniging.

Stille killer
Niet alleen kwetsbare groepen hebben last van houtstook, eigenlijk iedereen. Dat voel je dat niet direct, maar pas na verloop van tijd. Houtrook is volgens medische onderzoekers een ‘stille killer’. Behalve ultra fijnstof gaat het om giftige gassen als zwaveldioxide en stikstofdioxide, koolmonoxide (kolendamp), koolwaterstoffen, methaan, dioxinen. Te veel om op te noemen. Circa 100 chemische stoffen komen bij de verbranding vrij. Daaronder arsenicum en giftige metalen zoals cadmium en lood. Dat komt in de directe omgeving terecht: in onze tuinen en woon- en slaapkamers. Gasverwarming levert daarentegen alleen waterdamp, stikstof en koolzuurgas op. Bovendien geeft het vrijwel geen roet of as.

Waarom accepteren mensen dergelijke chemische installaties in en om hun woningen? En dat zonder de strenge uitstooteisen voor gassen en fijnstof zoals bij een chemisch bedrijf? Zelfs in de buurt van één enkele houtkachel kunnen extreem hoge waarden van fijnstof voorkomen. Vooral als er weinig of geen wind is. In de jaren vijftig was het nog heel gewoon op winterdagen een blauwgele damp boven de steden te zien. Na de omschakeling op gas was dat snel voorbij. Nu begint het al weer hinderlijk te worden. GGD’s in het land sturen brieven naar landelijke politici. Die willen echter hun vingers niet branden aan dit dossier. Zij verwijzen naar de gemeenten die maatregelen moeten nemen. Die kunnen dat niet omdat het een rijksvoorschrift betreft. Zo kaatsen ze het probleem heen en weer en staan de burgers met lege handen en hoesten de longen uit hum lijf.

Lekker knallen met z’n allen
Hoera dus voor de stokers. Lang leve de vrijheid te doen waar je zin in hebt. Ach in vergelijking met wat ons te wachten staat gaat het om peanuts. Met Oud en Nieuw kunnen we weer genieten van smog door vuurwerk. Begeleid door adembenemend mooie vuurpijlen puffen we gezellig door. Vuurwerk verspreidt een giftige mix van niet afbreekbare metalen zoals antimoon, barium, strontium en soms ook cadmium en perchloraat. Plasticresten komen in de bodem terecht. En het fijnstof gehalte in de lucht komt tijdens de jaarwisseling ongeveer 40 maal groter uit dan gewoonlijk. Dat laatste is al aan de hoge kant. Ik ken geen land waar zoveel vuurwerk wordt afgestoken als in Nederland.

Vandaar dat ik komende jaarwisseling maar eens naar een Waddeneiland ga. Heerlijk de frisse zeelucht opsnuiven en uitwaaien totdat de wijk voor mij weer veilig is. En onderwijl luisteren naar de doffe knallen van het carbidschieten met oude melkbussen. Maar dat is in de verte. Moet kunnen.

Hopeloos*
Warrie Schuurmanjuli 2016

31 Mei ’s avonds zat ik op het bankje van de schrijvende pers in de raadzaal van Zeist. De gemeenteraad ontving om half acht Stichting Beter Zeist en andere organisatoren van het burgerinitiatief. De gang van zaken rond het verkeersplan Zeist-Centrum stond ter discussie. Een overvolle publiekstribune mocht het aanhoren.
Een gezelschap heren, een enkele dame, wisselde op- en aanmerkingen, vraag en antwoord uit. Keurig. Eenmaal hoorden we ‘gelul!’ van de publieke tribune. Peter Vermeulen, één van de heldere woordvoerders van de initiatiefnemers, had het op dat moment over de verspilling van geld en goed, vanwege de toch wel kort op elkaar volgende reorganisaties van Slotlaan, Busstation, Hogeweg, …

Waarom ‘hopeloos’?
Omdat we, politici en burgers, Europees, nationaal, provinciaal en per gemeente, een uitermate frustrerend gehannes met elkaar zijn overeengekomen om de publieke zaak te dienen. Nu ook weer hier in het dorp Zeist om een verkeersplan vast te stellen. Een bureaucratisch, alles en iedereen in zich opzuigend moeras, vol oeverloos geleuter en mistroostig gepalaver. Iedereen wordt er in meegezogen. Tegen wil en dank. Letterlijk. Toch, het moet gezegd, kunnen we niet zonder. Rationeel-legaal gezag is een onmisbare schakel in onze democratische samenleving. We ondergaan het, bevangen als door een amor fati. 
Ook nu weer. Een uur lang mochten we braaf luisteren om ten slotte met een katterig gevoel weer naar huis te fietsen.

Waar ging het over? Over het verkeersplan Zeist-centrum?
De kern van het conflict tussen Stichting Beter Zeist en de gemeenteraad is dat de raad meent dat Belcour gered kan worden door veel meer verkeer te laten stromen door het winkelhart van Zeist en dat Stichting Beter Zeist vindt dat dit slaat als een tang op een varken. Niet verwonderlijk, lijkt me. Belcour is sinds de paringsdans tussen vastgoed en gemeente tijdens de booming nineties van de vorige eeuw een non-concept en wangedrocht. Lelijk, tochtig, zieltogend. Twintig jaar al krijg je er leegstand en ‘vliegende winkels’ voorgeschoteld. Het zoekt radeloos, zeker na de dood van V&D, naar een overlevingsstrategie.

Zou het toeval zijn dat internet ongeveer even oud is? Dat allerwegen, in Slotlaan, Steynlaan, Voorheuvel, Hogeweg en zeker in dit veel te huurdure Belcour de ene winkelier na de andere het loodje legt? Zou een nieuw verkeersplan met als belangrijkste topics: weg met het tunneltje bij het Emmaplein, andere busroutes en veel meer auto’s door het winkelhart van Zeist nu echt het antwoord zijn op deze treurnis?

Echter, hierover werd met geen woord gesproken. Want dat mocht niet van de voorzitter. Zo werkt onze democratie niet. Het ging over de procedure. Over kwesties als:
Of de initiatiefnemers te vroeg of te laat waren gekomen met hun verzoek om herbezinning.
Of een burgerinitiatief wel kon als reactie op een raadsbesluit.
Of er niet al te lang was gebakkeleid en dat er eens daadkrachtig!! moest worden gehandeld.

De conclusie van de raad was, is en blijft: beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd. We voeren uit wat de gemeenteraad in zijn wijsheid heeft besloten. Punt uit!
Hopeloos!

_________________
* Deze column werd eind juni 2016 geweigerd door de kernredactie van Zeister Magazine waarvoor het volgens afspraak was geschreven.

Ceterum censeo Belcouram esse delendam!


VERKEERSBELEID OF VERKEERD BELEID?

Tjeerd Postma, juni 2016
___________________________________________________________
Deze tekst werd al op 17 november 2013 als brief verzonden naar de Rekenkamer Zeist maar hij blijft nog steeds actueel. Het gaat over simpele oplossingen zoals ‘shared space’, het onderbouwen van beweringen en het feitelijk effect van verkeersmaatregelen. Overleg met betrokken burgers in een veel vroeger stadium en op basis van concrete gegevens m.b.t. tot het veronderstelde ‘probleem’ is essentieel. Het gemeentelijk beleidsproces lijkt nog steeds op een traag door het laagland stomende brede rivier (vrij naar Marsman).
____________________________________________________________

Geachte Heer, Mevrouw,

In de Nieuwsbode van 13 november las ik uw oproep voor een ‘burger wisselspeler’ om u bij te staan in het onderzoek van de Rekenkamercommissie van de gemeente Zeist naar verkeersremmende maatregelen. Ik zal mij daar niet voor opgeven. Ik ben nu 81. Weliswaar nog geheel ‘compos mentis’ en bij de tijd, maar ik vrees dat mijn effectiviteit ondergraven zou worden door het voor de hand liggende “waar bemoeit die ouwe zich nog mee ?”.

Gekwalificeerd was ik denkelijk wel want ik was gedurende acht jaar lid van de verkeerscommissie van de vereniging Bosch en Duin e.o.. In dat verband waren voorgenomen gemeentelijke verkeersremmende maatregelen voortdurend onderwerp van overleg met de afdeling verkeerszaken, betrokken wethouders en eenmaal met de burgemeester (Boekhoven). Het resultaat, op een enkele uitzondering na, was mager. Mede daarom ben ik daar eind 2011 mee opgehouden. ‘No good flogging a dead horse’.

Dat komt m.i. doordat ambtenaren (wel begrijpelijk) geen belang hebben bij simpele oplossingen. Dat zou hun arbeidsplaats in gevaar kunnen brengen. Bovendien lijken ze bij deze gemeente te lang plannen te kunnen bedenken voordat de betrokken wethouder zich erbij betrekt. Van overleg met burgervertegenwoordigers in het stadium dat nog niemand zijn gezicht hoeft te verliezen is zelden sprake en dus eindigen we bijna altijd met een prestigekwestie en zijn we qua oplossing bij de bekende definitie van een kameel: een paard ontworpen door een commissie. Een weinig bruikbaar dier buiten de woestijn.

Graag leg ik u niettemin hier een aantal gedachten voor die u wellicht kunnen helpen bij uw onderzoek. Ik ben mij ervan bewust dat mijn opmerkingen verder reiken dan uw mandaat; “nut en noodzaak van verkeersremmende maatregelen staan niet ter discussie”. Een nogal krampachtige politieke formulering. Alsof je de kosten moet onderzoeken van een medicijn waarvan het effect niet aan de orde mag komen, al is dat nog nooit serieus onderzocht en de kwaal nooit objectief gedefinieerd.

Echter, ‘wie zijn geschiedenis niet kent, heeft geen kompas voor de toekomst’! Het uitgangspunt van de gemeentelijke verkeersaanpak is fundamenteel verkeerd. Verkeer, economisch en sociaal zeer belangrijk in de samenleving, moet worden gefaciliteerd. Met behoud van een redelijke mate van veiligheid. Het definiëren van de (on)veiligheid behoort te worden onderbouwd met ongevalscijfers en andere concrete gegevens (gemeten snelheden, aantallen etc.). Niet met emotie. Het oor laten hangen naar geroep dat er sprake is van levensgevaarlijke situaties zonder concretisering leidt tot broddel- en lapwerk.
Daardoor is in de laatste 25 jaar de kerntaak: het faciliteren van het verkeer grotendeels verzand in het tegendeel: het belemmeren ervan. Met als resultaat een veelheid van drempels, wegversmallingen, borden en andere kukeleku, die meer belemmeren dan verbeteren en bovendien, na te dikwijls gebleken overduidelijke ongeschiktheid weer afgebroken of gewijzigd moeten worden. Nog weer extra kosten dus.

Een goed voorbeeld van die op hol geslagen broddelepidemie, die o.a. de hoofd-verkeersregel tot uitzondering heeft gemaakt zijn die borden “Rijdt niet door, rechts gaat voor” ! Die staan denkelijk niet eens in de wegenverkeerswet ! Goed, kritiek is gemakkelijk en ik weet uit mijn werkzame jaren als directeur van verschillende bedrijven in binnen- en buitenland en uit mijn contacten met de gemeente dat de werkelijkheid weerbarstig is en veelal moeilijk verenigbare facetten heeft.

Hoe zou het beter kunnen? Fundamentele bezinning op niveau over wat verkeersbeleid moet inhouden. Het ontbreken van een visie in de top van de gemeente wordt het best geïllustreerd door haar quasi-totale onzichtbaarheid naar de Provincie voor overleg over structurele aanpak van de kruising N238/N237 om doorstroming van het verkeer afdoend te verbeteren. Dat liet men over aan lagere ambtenaren met als gevolg dat daar niets wezenlijks veranderde omdat ingrijpende beslissingen niet op dat niveau tot stand komen. Ook de manier waarop de gemeente zich door Pro-Rail een oor heeft laten aannaaien t.a.v. dat dwaze onsamenhangende ‘Drieluik’ is daarvoor illustratief.

De wethouder verkeerszaken moet meteen bij het ontwerpen van plannen betrokken worden en hij moet voldoende zwaar zijn voor zijn taak. Overleg met betrokken burgers in een veel vroeger stadium en op basis van concrete gegevens m.b.t. tot het veronderstelde ‘probleem’ is essentieel.

Terug naar de hoofd-verkeersregel ‘Rechts gaat voor’ met enkele uitzonderingen en niet andersom. Als je voortdurend op verkeer van rechts uit zijwegen moet letten wordt er ook voorzichtiger gereden. Grote terughoudendheid bij de planning van ‘belemmeringen’. Dat zijn zelden verbeteringen. Door remmen en gas geven en de neiging de ‘verloren tijd’ weer in te halen zijn ze kwestieus voor het milieu en de veiligheid.

Waar nodig, flitspalen en toezicht. Niks zo effectief als de af en toe zichtbare ‘veldwachter’ en iemand moet toch die smoesjes dat de politie daar geen tijd voor heeft eens kunnen doorbreken!? En het allerbelangrijkste: geef de verkeersdeelnemer zijn eigen verantwoordelijkheid terug. Neem eens uitgebreid kennis van het gedachtengoed t.a.v. de beheersing van verkeersstromen van de verkeersdeskundige Hans Monderman (helaas overleden in 2008). Monderman’s uitwerking van de kerngedachte ‘Shared Space’ en ‘wegnemen i.p.v. toevoegen’ hier uitleggen voert te ver. U kunt uitgebreid over hem lezen op Google.

Monderman behaalde een aantal aansprekende resultaten in Nederland (in Drachten o.a.), maar nog veel meer in het buitenland. Vergeefs drong ik er bij onze verkeersambtenaren (en wethouder) meermaals op aan eens in Drachten te gaan kijken. Ik deed dat wel en was onder de indruk van de effectiviteit en eenvoud van Monderman’s oplossing. Je hoeft iets nieuws niet meteen te omarmen, maar er geen kennis van willen nemen dat is een ‘testimonium paupertatis!

Gaarne wens ik u succes bij de invulling van uw mandaat en ik hoop dat ik hiermee toch iets heb bijgedragen aan de ontwikkeling van een onderzoek dat de kern raakt. Zelf ben ik ervan overtuigd dat zou moeten blijken dat een aanzienlijk deel van de verkeersbelemmeringen van de laatste 25 jaar kan worden samengevat als symbool politiek en, op zijn best, niets heeft opgelost. Dat moet zeer veel weggegooid geld zijn, nog versterkt doordat dikwijls belemmeringen zo slecht doordacht en ontworpen waren dat ze moesten worden aangepast of afgebroken.

En dan hebben we het nog niet over externe advieskosten t.b.v. die veelal spookproblemen. Alleen al die voor het VCP gingen, meen ik, de € 60.000 aanzienlijk te boven. Een retourtje Drachten voor de wethouder zou goedkoper en meer to the point zijn geweest.

ONGENODE GASTEN IN ZEIST-CENTRUM
Column An Koba, april 2016

Het Walkartpark gaat grondig veranderen: van een besloten naar een open structuur. Dat maakt dat bij mij herinneringen boven komen, die ik hier wil delen voordat ze in de vergetelheid raken.

Mijn man en ik wonen in het centrum in een begane-grond appartement, waarvan woonkamer, keuken en slaapkamer in het park uitkomen. Toen we hier in 1993 kwamen wonen, troffen wij achter ons een verwilderde strook van het Walkartpark aan. Heet was daar toen nog vrij open, terwijl we nu na jaren door het groen omringd zijn. Wel stond er toen al langs het eerste pad een dichte rij struiken. Die maakten deel uit het van het gebied daarachter dat door de gemeente aan de natuur was toevertrouwd. Het gebiedje bracht ons een stuk bescherming en veiligheid, maar het bood ook schuilgelegenheid voor activiteiten van ongenode gasten. Het gebeurde daar nogal eens dat die hun outfit wisselden voor in winkels gejatte spullen. Daarvan vonden wij dan later de prijskaartjes onder onze ramen en balkon terug.

Overvallen en inbraken
De eerste jaren dat wij hier woonden waren tijdens de weekends overvallen bijna gewoon. Dat ging met grof geweld zoals met mokers en auto’s door de pui. Zo is er zeker wel vijf keer met een auto door de winkelpui van Bronwasser gereden en werd er veel kleding meegenomen. Ook op de donkere (Slot)laan was het geregeld raak, meer met mokers dan met auto’s. Dan werden wij ’s nachts – vooral de zaterdag – wakker van het glasgerinkel van ingeslagen etalages en deuren. Die werden dan de volgende dag of nog ’s nachts met houten panelen dicht getimmerd. Vreemd genoeg komt dat nu niet meer voor, althans niet hier in de buurt. Maar laat ik het afkloppen, want wie weet is het morgen weer zover. Ook het lawaai van joelende disco-kroeglopers van de Dorpsstraat naar een locatie aan de andere kant van de Slotlaan lijkt verleden tijd. Hetzelfde geldt tijdens de nachten van het weekend voor de gillende meiden in het Walkartpark. Waar zijn die feestvierende jongeren gebleven? Is de loop er een beetje uit?

De laatste tijd hoorde ik nooit meer over inbraken, maar juist begin februari zijn er hier in de garage spullen van drie elektrische fietsen meegenomen, met een grote schadepost voor de gedupeerden – zonder braakspoor! Ook bij de Oldenborgh en het appartementencomplex hoek 1e Hogeweg/Kerkweg, maar daar wel met braaksporen. Een van onze gedupeerden heeft het in verband met zijn verzekering gemeld bij de politie en hoorde daar dat er ook op klaarlichte dag op de markt elektrische fietsen zijn geroofd. Kennelijk is er een bende actief. De politie geeft dit soort zaken niet door aan de Zeister Nieuwsbode, dus hem ik dat maar gedaan. De politie meende dat het maar onrust gaf, maar de hoofdredactie van de Nieuwsbode denkt daar anders over. Als dit soort meldingen in de Nieuwsbode staan komt dat omdat particulieren dit bij de krant melden!

Tijdens een winteravond op zaterdag werd er wel ingebroken, niet bij ons maar bij de Bank naast ons. Toen ik ‘s avonds laat nog iemand aan de telefoon had, waren er harde mokerslagen te horen met veel gerinkel. Mijn man die in zijn werkkamer zat hoorde het ook en ging al naar buiten. Ik liep met vriend Mark nog aan de telefoon naar de slaapkamer. Daar brandde de lamp en zag ik pal voor ons raam twee mannen met bivakmutsen over hun hoofd. Die zagen mij mij natuurlijk ook. Ik beëindigde het telefoontje, deed het licht uit en liep als een haas de kamer uit. Mijn man kwam weer naar binnen en zei: “Er is ingebroken bij de bank”. We hebben de politie gebeld en de bankbeheerder, die snel ter plaatse waren. Aan de achterkant van de Bank was een grote ruit ingeslagen. Uit de kantoorruimte bleek een groot lcd-scherm dat aan de muur hing weg geroofd. Hoe de dieven dat zo snel hebben kunnen doen is me nog altijd een raadsel. Waarschijnlijk zijn twee boeven door het grote gat in het raam naar binnen gegaan en hebben twee anderen met bivakmutsen op die buiten stonden het scherm aangepakt, Daarna ze er met hun vieren vandoor gegaan. Het gat in het raam was heel groot met allemaal scherpe punten. Hoe die inbrekers, zonder zichzelf ernstig te verwonden, dat hebben kunnen doen begrijp ik niet. Een van de volgende dagen werd bij ons namens de Bank met veel dank voor het snelle handelen een grote bos bloemen bezorgd.

Op een keer tijdens een heel warme zomernacht zijn we ons lam geschrokken. Het raam van onze slaapkamer hadden we helemaal open staan, naar binnen openslaand. Het gordijn stond ook open, maar het vliegenhor was omlaag. Ik was er even uit geweest en toen ik terug kwam was er onder ons raam gefluister te horen. ‘Inbrekers’ flitste het door mijn hoofd. Op mijn knieën kroop ik naar het raam dat ik voorzichtig dicht duwde. Het was echter niet helemaal op slot te krijgen. Voorzichtig wekte ik mijn man en fluisterde: “Er zijn inbrekers, ze zitten onder ons raam”. Het zachtjes praten onder ons raam ging door en iemand hoorden we zeggen: “Ik geloof dat ik hem zie”. Toen kwam mijn man in actie en zei: “Wat doet u hier onder ons raam?” Het bleken twee politieagenten die op zoek waren naar een inbreker die het park in was gevlucht. Zij hadden zich even onder ons raam verborgen. Inmiddels reed ook een politiewagen met schijnwerpers door het park. Hoe het is afgelopen weet ik niet, behalve dan dat er bij ons niet was ingebroken.

Wildplassers
Met Koninginnedag en later de Koningsdag hebben wij altijd heel veel last van ‘wildplassers’ die met Koninginnedag en later met Koningsdag onder ons slaapkamerraam, tegen de gevel plassen. Op de hoek staan wel toiletten, maar voor al die tientallen bier hijsende mannen is het kennelijk niet genoeg en die komen dus hier plassen. Wel zo makkelijk ook! Ik heb uit boosheid vorig jaar via mijn open slaapkamerraam een grote gieter water over zo’n plassende man uitgegoten en geroepen: “Ga dan wat verder op, maar niet tegen iemands gevel aan.” Ik snap ook nooit waarom mannen – net als honden – behoefte hebben om ergens tegenaan te plassen! Als het feest voorbij was hebben we gieters water aangelengd met dettol tegen de gevel leeg gegoten om de lucht weg te krijgen. Komend Koningsfeest zal het wel weer raak zijn. Om het wildplassen tegen te gaan had Van Trigt, de vroegere opperbaas van het park – daarom in die hoek al een hulst met stekels geplant. Nu is hij al heel hoog, maar desondanks …. De afspraak voor het nieuwe hek om het park is dat het op die plaats extra hoog zal worden, zodat de doorgang voor wildplassers belemmerd wordt. Laten we hopen dat het helpt.

Dit zijn zo mijn verhalen “van oude mensen en de dingen die voorbijgaan” (boek van Couperus). Ook wijzelf. Ik mis de ‘kleurrijke’ figuren wel een beetje. Toch is het oppassen: omdat ik me hier niet bespied voelde had ik de gordijnen open en stond op zekere dag kleren te wisselen om te zien wat nog draagbaar was. Ineens zie ik dat er een gluurder staat te kijken! Dus dan maar met kleren passen de gordijnen dicht.

ZWERVENDE MENSEN IN EN ROND HET WALKARTPARK
Column An Koba, maart 2016

De eerste jaren dat we hier woonden was er dagelijks in het Walkartpark een soort picknick-clubje met borreluurtje van een groep mannen. Van horen zeggen is dat ze van de andere kant van Zeist kwamen. Er was er altijd iemand bij met een scootmobiel en een hond daaraan vastgekoppeld en mee draafde. Ze zaten daar vaak bijna de hele dag. De mannen kenden elkaar blijkbaar goed en hadden altijd veel lol, dat was goed te horen. Op een dag was er het bericht in de Nieuwsbode dat er een man was vermoord. Uit de omschrijving toen heb ik opgemaakt dat het ging om de man met de hond. Zeker weten doe ik niet, maar het groepje was van toen af wel voorbij.

Een jongeman die ik mij ook herinner kwam uit Zeist waar zijn familie ook woonde. Hij was lang en smal, een man van midden dertig, en zwierf vaak in Utrecht op straat. In de winter kreeg hij ’s nachts onderdak bij het Leger des Heils. Regelmatig zag ik hem tussen Utrecht en Zeist lopen. Van zijn tandarts, die ook mijn tandarts was, hoorde ik dat gestorven is aan een longontsteking. Die had hij buiten in de kou bij vriezend weer opgelopen.

Frits de Zwerver
Hij was iemand die Frits heette en in de volksmond de bijnaam ‘de Zwerver’ had gekregen naar het gelijknamige boek van Jan Hof: Frits de Zwerver – over twaalfjaar strijd tegen de naziterreur. Onze Frits kon kennelijk de aansluiting bij het picknickclubje niet zo goed kon vinden. Wel hield hij zich veel op in het park en lag dan op een bank. Ik heb ook wat voor hem gezorgd en over hem contact gelegd met het Leger des Heils. Daar was waar hij bekend en eenmaal in de zoveel tijd kreeg hij daar een hygiënische ‘opknapbeurt’. Dat was dan goed te zien, vooral als zijn haar geknipt was en hij er weer redelijk bijliep. Of hij daar op zondag ook in de diensten kwam weet ik niet, wel dat hij een keer in de katholieke Jozefkerk kwam. De mensen naast wie hij ging zitten waren een beetje bang. Paus Franciscus was er nog niet, maar die zou hem in huis hebben genomen.

Samen met de plaatselijke commandant van het Leger had ik hem onder mijn hoede. We hadden afgesproken dat we Frits allebei in het oog zouden houden en elkaar zouden informeren als daar aanleiding toe was. Zo heb ik hem een keer voor doodvriezen behoed. Middenin de nacht belde ik net zo vaak de politie totdat die kwam en Frits meenam.
Als het slechter weer werd bivakkeerde hij veelal in de overdekte doorloop tussen de Bank en het daarnaast gelegen wooncomplex. Vanuit onze hoekkamer kon ik alles volgen. Ook dat hij midden in de nacht door iemand van drugs werd voorzien waarvoor hij betalen moest. Als ik gerommel naast onze slaapkamer hoorde ging ik kijken naar wat er nu weer aan de hand was.

In de doorgang beschilderde hij met rode viltstift hardboard platen en latten, die in stapels tegen onze muur bleven staan. Maar het waren voor hem niet zomaar een latten beschilderde hardboard platen. Nee, wat Frits tekende waren een soort hiëroglyfen die deel uitmaakten van een magisch-ritueel in zijn contact met ‘het Universum’, met ‘Die Man Daarboven’. Frits droeg daarvoor een geweldige rol elektrische snoeren onder zijn trui. Het leek wel een bult van negen maanden zwangerschap. Met de uiteinden van die snoeren als antennes wees hij dan naar Boven, naar Die Man die hem kennelijk in het oog had. Daarin vond Frits zijn geborgenheid. Hij zei tegen mij: “Ziet u Hem dan niet?”  
Tientallen beschilderde platen stonden tegen de muur. Dat gebeurde net zolang tot een bewoner het zat was en ze bij het groot vuil zette. Dat tot grote teleurstelling van Frits die dan weer overnieuw begon. Van zo’n beschilderde plaat heeft mijn man als aandenken aan Frits, een hoedenplank gemaakt voor achter in mijn Suzuki, die ik al lang niet meer heb. Twee van die beschilderde latten heb ik een keer bij de brandtrap in het trappenhuis van de Bank gezet toen de deur daar op een kier stond. ja, die latten staan er nog steeds. Nu Frits al lang verleden tijd is staat die lat daar nog altijd. Er is niemand die daar acht op slaat en niemand anders weet meer van deze geschiedenis.

Hij heeft ook vaak op onze bordestrap gebivakkeerd, misschien wel om in mijn buurt te zijn. Niet fijn, want je kon ruiken als hij ergens was. Zelfs als hij weg was bleef het nog ruiken. Dat was zeer tegen de zin van veel bewoners. Die hoorden van hun bezoek dat ze niet langs die man op de bordestrap durfden. Een van de bewoners die met hem begaan was en niet al te lelijk tegen hem wilde doen door hem weg te jagen pakte het heel tactisch aan. Hij gaf hem zo af en toe geld als hij maar van die bordestrap afbleef. Dan ging het weer even goed. Frits deed overigens geen hond kwaad.
Frits zorgde natuurlijk voor overlast, vooral ook ’s nachts met zijn waan- en delirium aanvallen. Dat was vanuit onze slaapkamer goed te horen en te zien hoe hij zat te schudden, vooral ’s-nachts. Ik zag ook regelmatig dat er een man met een hond kwam, die hem kennelijk stuff bracht waarvoor Frits moest betalen. Die man wilde dan meer geld en hield net zolang aan dat Frits er een schep bovenop deed. Ik heb het bij de politie gemeld, die daarvan nog niet op de hoogte was.

Af en toe bracht ik hem wat te eten, waarvoor ik als tegenprestatie op een goede dag door een bloemist twee grote azalea’s thuisbezorgd kreeg. Toen ik een keer met mijn jonge kleinzoontje van drie langs hem liep, maakte hij een praatje en gaf tien euro voor poffertjes bij de poffertjeskraam. Maar de kleine Jip was best een beetje bang voor hem. Frits haalde zijn eten en drinken bij een cafetaria of een supermarkt. Aan geld leek hij geen gebrek te hebben. Hij kreeg een uitkering en hoge kosten maakte hij niet: eten en drinken en hardboardplaten en viltstiften kopen. Als hij nog leeft zal hij sterven als een vermogend man, tenzij een stichting met een zogenaamd goed doel zich daarvan meester heeft gemaakt, zoals dat bij een oom van mij gebeurde. Dus pas op! Bij die goede doelen zitten ‘handige jongens’ en ‘koopjesjagers’, die door de mazen van de wet weten te kruipen.  

Achter het eerste pad in het Walkartpark was er een kleine dichtbegroeide driehoek met ook nog een boom daarin met wat lage takken. In die driehoek had Frits een grote heel diepe kuil gegraven waarin hij een lange tijd in de zomer bivakkeerde. Hij zorgde daar voor zijn persoonlijke hygiene en droogde zijn kleren aan de takken van de boom. Het was hier voor iedereen aan de achterkant te zien en er kwamen natuurlijk ook klachten. Op een gegeven moment had de politie de regeling dat hij – verdeeld over Zeist – overal een paar maanden mocht bivakkeren. Ze moesten toch ergens met hem heen. Als die tijd overschreden werd kreeg hij de aanmaning om ‘op te rotten’.
In die tijd is hij toen in de buurt van de Frederik Hendriklaan ook weleens slapend in een schuurtje aangetroffen. Ook een keer – ik meen met de Kerst – slapend onder een auto in onze garage, maar het kan ook zijn dat het hier om een andere zwerver ging. Dat denk ik, want Frits was te dik voor onder een auto. Hij was kennelijk achter de (warme) auto aan binnengeslopen en was daaronder in slaap gevallen. Een lieve, oude buurman die hem ontdekte heeft hem een kerstontbijt bezorgd.
Aan onze kant kregen we te maken met een ernstig zieke bewoner, die ’s nachts veel last had van Frits. Op last van de politie mocht Frits hier toen helemaal niet meer bivakkeren. Dat maakte dat ik hem uit het oog verloor, ook al zag ik hem nog wel af en toe in het centrum lopen.

Hij sjouwde altijd met een fiets, hoog opgeladen met al zijn spullen. Dat was lastig voor hem als hij weer een keer een lekke band had. Ik heb hem toen de suggestie gegeven om een klein aanhangertje voor achter zijn fiets te kopen. Hij vond dat een goed idee, maar kwam met een winkelwagen van Albert Heijn. Vanaf die tijd zeulde hij daarmee door Zeist. Uit een krantenbericht bleek dat die wagen met al zijn hebben en houwen later door onverlaten in brand is gestoken.
Op zekere dag een aantal jaren geleden was hij weg en kwam hij niet meer terug. Ik ben op zoek gegaan en via de nieuwe commandant van het Leger des Heils hoorde ik wat er was gebeurd. Hij was met een rechterlijke machtiging opgenomen in een psychiatrische inrichting, nadat hij op de Hogeweg het verkeer stond ‘te regelen’. Ik weet niet of hij nog leeft. Is er iemand die dit weet?
Frits is ooit normaal geweest. Hij had twee zoons die zo af en toe kwamen kijken hoewel ik ze nooit heb gezien. Wel zijn tweelingbroer die sprekend op hem leek, maar dan een vermagerde uitgave. Er zijn vast mensen in Zeist die meer weten over zijn historie dan ik.

Het wandelvrouwtje
Ze was klein en tenger met kortgeknipt donker haar en ze droeg een spijkerjasje en ook vaak een kort spijkerrokje. Dagelijks liep ze op en neer tussen Driebergen en Zeist. Op haar benen waren dikke aderen te zien van het lopen. Zij lijkt ook van het Zeister toneel verdwenen. Ik hoorde dat ze uit Driebergen kwam en moeder was van acht kinderen. Ze zou een zwangerschapspsychose gekregen hebben en daar niet goed meer uitgekomen zijn. Haar kleren kon ze gratis laten reinigen bij een Zeister stomerij. En in het ziekenhuis mocht ze onder de douche – werd verteld. Bij Albert Heijn dronk ze haar gratis kopje koffie en soms zag ik haar in de bibliotheek. Is er iemand die dit verhaal kan aanvullen of corrigeren?

Het vrouwtje met de rode tas
In de eerste jaren dat wij hier woonden – vanaf januari 1994 – was het achter ons appartement nogal kaal met weinig begroeiing. Op een snikhete zomerdag zat ik in alle vroegte – nog in pyjama – op het balkon met de krant. Ineens hoor ik geritsel en ik zie daar een kleine mevrouw met iets roods aan met een grote weekendtas vlakbij ons balkon. Ik ging staan en zei: “Mevrouw, wat doet u hier”. Onder ons overhangend balkon was een ruimte nog vanaf de bouw waar door de bouwers van destijds troep was neergegooid. Er stond daar toen nog geen buxuxhaag. Ze zei er niet op bedacht dat iemand haar zou zien: “Mevrouw, ik wilde mijn tas daar neerzetten dan hoef ik er niet mee te lopen, want het is zo vreselijk heet”. Ik zei: “Die tas is toch niet gestolen?” Zij : “Nee mevrouw, die draag ik bij me voor mijn spullen”. En ze ging weg – mét haar grote en zware tas. Nog wat na mijmerend kreeg ik zo’n vreselijke spijt dat ik dat gezegd had. Het hele Walkartpark ben ik doorgegaan om haar te vinden om te zeggen dat ze haar tas mocht neerzetten. Maar ik kon haar niet vinden en het bleef me achtervolgen.

Ruim een maand later, ’s avonds om tien uur toen het al donker werd en ik nog even een ommetje maakte op de Slotlaan langs het Walkartpark, zag ik haar ineens lopen. Ik ben naar haar toegegaan en zei over het gebeurde: “Mevrouw, ik heb er zo’n spijt van en als u weer eens met die tas zit, dan mag u die van mij rustig onder ons balkon schuiven.” Ik vroeg haar waar ze woonde en hoe ze overnachtte. Ze vertelde dat ze geen vaste woonplaats had en dat ze zwierf en ’s nachts in portieken probeerde te slapen. Ik: “En als het vriest?” Zij: “Ik let goed op, dan heb ik een deken”. Ik: “En als u ziek bent?” Er kwam geen duidelijk antwoord en toen heb ik haar mijn adres gegeven en gezegd: “Als er wat is bel bij mij aan en dan zorg ik voor hulp”. Ze zei: “Wat bent u een lieve mevrouw”. Ze heeft nooit aangebeld, maar een van de volgende jaren is ze doodgevroren aangetroffen in een portiek. Stond in de krant. Nog steeds had ik graag gewild dat ze bij mij had aangebeld, dan had ik haar in huis gehaald. Ik denk nog vaak aan haar.

Dit zijn zo mijn verhalen over “zwervende mensen en dingen die voorbij zijn gegaan.   Misschien heeft u nog eigen verhalen die kunt insturen. Inmiddels hebben wij vóór de ruimte onder ons balkon een buxushaag laten groeien en blijven bijzondere gasten weg. Alles is zo dichtgegroeid dat hier vrijwel niemand meer langskomt, op soms een paar spelende kinderen na die ‘struikrovertje spelen’, of een hond die hier de weg een beetje weet.

CENTRUMVISIE
An Koba, februari 2016

In heel Nederland neemt de leegstand van winkels toe. In Zeist de afgelopen maand met 6,70% van het totale winkeloppervlak. Voor het faillissement van V&D was de leegstand namelijk 11,00%; na het faillissement V&D is door NOS geraamd op 17,60%. Een reden temeer om niet met de illusie te leven dat Zeist weer een bruisend winkelhart wordt voor de hele omtrek. En daar dan miljoenen aan spenderen, waarvoor we allemaal moeten meebetalen. Mijn suggestie is om geen nieuwe supermarkt bouwen op het Eneco-terrein en die in plaats daarvan dan te vestigen in het V&D-gebouw in het kernwinkelgebied. Ook is dat wel goed als tegenwicht en concurrentie voor AH. Wij zijn daar vaste klant, maar de groenteafdeling is daar lang niet altijd even goed.

Nu V&D gevallen is zou volgens mij de hele Centrumvisie bijgesteld moeten worden. De renovatie van de winkels in Belcour afmaken, de Slotlaan laten zoals het is, zonder projecten zoals een blauwe slingerbank die voorspelbaar dienst gaat doen voor skateboarden en graffiti. En het busverkeer ook zo laten, vooral dat laatste. Dat scheelt kapitalen die we – heel sociaal – kunnen besteden aan de vluchtelingenhulp. 

De marktkooplui vinden dat verkeersplan ook maar niks. Ze vinden het al erg genoeg dat de overhangende luifels weggevallen zijn door de uitbreiding van de winkels. Ook moesten de kramen daar verder naar achteren, waardoor er eigenlijk te weinig ruimte over is. Belcour is een tochtgat en dat is er door de versmalling alleen maar erger op geworden. De mensen – veel ouderen en moeders met kinderwagens – kunnen niet meer een beetje beschut lopen en krijgen bij slecht weer de volle laag. Een reden om niet daar te gaan winkelen! Het zou me niet verbazen wanneer de markt hierdoor zou krimpen. Maar dat onzalige besluit kan niet meer teruggedraaid. En dan de lijnbussen die de markt in twee stukken gaan snijden! Waarom dat alles? Om van een stuk Slotlaan (richting de Steynlaan) een paradepaardje te maken?

Wat ik ook zo dom vindt is dat ze de muurtjes en daaraan vast de fietsenrekken aan het verwijderen zijn. Op de 1ste Hogeweg gebeurde dat al. Gevolg: bij de avond-wandelvierdaagse klaagden de ouders dat ze hun kleintjes niet meer op de muurtjes konden laten staan om de stoet met daarbij een broertje of een zusje te kunnen zien aankomen. En ook opa’s en oma’s konden er even op gaan zitten. Nu staan al die zwarte fietsenklemmen in het gezicht. Heel lelijk, net spinnenpoten. Die muurtjes camoufleerden nog wat. Een paar keer heb ik al gezien dat die dingen met geweld verbogen waren. Twee keer al lagen er fietsen dwars over het fietspad, ook heel gevaarlijk met aanstormende brommers. Het weghalen van de muurtjes is helemaal geen verbetering. Waarom gebeurt dat eigenlijk allemaal? Had die muurtjes daar gewoon gelaten en ze eventueel opgeknapt.

Een aantal jaren geleden zag ik een oude man die op zo’n muurtje was gaan zitten en maar bleef zitten. Het leek me niet goed en ik ben naar hem toegegaan. Hij had last van zijn hart. Ik heb mijn kleine autootje uit de garage gehaald, ben over de stoep gereden, heb hem ingeladen en thuis gebracht. Zo zie je van wat voor nut die muurtjes, behalve voor de fietsen, ook kunnen hebben.

Het hele project is – zoals winkelend Nederland zich ontwikkelt en zeker in Zeist – pure geldverspilling. En voor Zeist in sterke mate nu V&D gekanteld is. Die Centrumvisie is toch geen wet van Meden en Perzen? Althans, dat zou bij gewijzigde omstandigheden niet zo moeten zijn. Ik herinner me nog dat een van de eerste lessen bij de opleiding maatschappelijk werk was dat regels er zijn voor de mensen en niet andersom. Als iemand er nog wat aan kan veranderen laat het dan niet na.

MOOI WALKARTPARK, HOE LANG NOG?
An Koba, februari 2016

Uit een nieuwsbrief van de Gemeente begreep ik dat er niet alleen een vergunning gevraagd, was, maar ook al verleend voor het kappen van elf bomen en het verplaatsen van twee. Uit dat er ‘verleend’ bij stond maak ik op dat dit binnenkort gaat beginnen. Ook niet zo gek, want dat moet voordat het blad aan de boom komt. Of de nieuwe open situatie aan het parkbezoek veel zal veranderen? Misschien wel. De bedoeling is dat het park met het geplande plein voor activiteiten gaat dienen. Vast wel met veel muziek erbij! Ik voor mij vind het grote bezwaar van die open structuur dat het park een stuk geborgenheid gaat missen en deel wordt van al het verkeerslawaai en alle drukte rondom. Temeer als de aangrenzende Slotlaan met bussen (en benzinedampen) een drukkere verkeersweg gaat worden.

Ik plaats ook vraagtekens bij ‘het plein’ dat in het park komt. Ik weet niet precies waar. 0p de plaats waar nu de dichte zandbak staat of – naar ik hoop – niet direct achter het pad achter ons wooncomplex. Ik vrees voor overlast. Daarom hebben wij met nadruk tegen de gemeente gezegd, dat wij de dichte begroeiing achter ons wooncomplex willen behouden. Dat vanwege geluid, veiligheid en als groene barrière tegen stof en benzinedampen.
Ook het onderhoud met tienduizenden zelf uitzaaiende bloembolletjes e.d. is niet gering. De twee bedrijven die dit gaan uitvoeren zullen twee jaar lang het onderhoud doen. Daarna moet de gemeente het overnemen. Naar horen zeggen gaat die dan op dezelfde voet door als nu, met zes parkmensen die al het groen in Zeist voor hun rekening moeten nemen. Dan verwildert in enkele jaren alles net zo erg of erger dan nu.

Het Walkartpark is in mineur gekomen toen de groep van zes onder leiding van Van Trigt, die hier elke dag het Walkartpark onderhield, over heel Zeist werd verdeeld. Een voorbeeld van slecht onderhoud is de haag achter het beeld die altijd keurig werd bijgehouden. Toen dat niet meer gebeurde ging de haag aan de bovenkant wild uitgroeien en raakte onderaan zo open dat de honden er doorheen liepen. Als resultaat moet die haag nu dus weg. Dit onderhoudsplan weet ik uit bezoek van twee mensen van de gemeente in verband met het te situeren parkhek.
Onlangs sprak ik de vroegere parkbeheerder van Trigt. Hij vindt het doodzonde dat de vroeger in zijn tijd zo mooi bijgehouden haag achter het beeld moet verdwijnen om plaats te maken voor wat losse struiken. Dan komt vanuit het park gezien de kolos van het blauwe Walkart Residence wooncomplex volop in het zicht. Dat lijkt me bij de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei een heel storend gezicht. En dat niet alleen: wij komen veel onveiliger en onbeschutter te zitten, want er komt veel meer doorloop. Van Trigt vertelde verder dat als de haag flink naar beneden gesnoeid wordt, deze aan de onderkant vanzelf weer gaat dichtgroeien. Dan hoeft die helemaal niet weg. Grote onzin dus en heel lelijk als ze dat toch doen.

Advies aan de gemeente: beknibbel niet op het groenonderhoud. Blaas dat verkeersplan met de bussen af – dus laten zoals het is – en stel dat geld beschikbaar voor het groenonderhoud. Spek niet de zakken van projectontwikkelaars.

LAAT HET WALKART PARK MET RUST!
Hanneke van Eck, 18 september 2014

Tot mijn grote verbazing las ik in het Algemeen Dagblad van 18 september 2014 dat er alweer plannen zijn om het het Walkart park ‘op te leuken’. Nu onder het mom van ‘goh, onze jeugd denkt ook mee en heeft een lumineus ideetje’. Opnieuw komt de rust en vooral de bestemming, zoals destijds door de dames Walkart testamentair bepaald, onder vuur te liggen .….  Soortgelijke plannen waren in 2008 ook al aan de orde in de besprekingen van de klankbordgroep. Na rijp beraad was men hier geheel op tegen. Moeten we nu weer het wiel uitvinden? Laat toch het laatste stukje oud Zeist met rust!

Als er nu aan de bestemming geknibbeld gaat worden omdat commerciële belangen voorop staan, is er over 10 of 20 jaar helemaal niets meer over van de intentie van de erflaters, de dames Walkart. Het zou een ongelofelijke inbreuk doen op de rustieke sfeer van het laatste stukje ‘ongerept’ groen in het centrum. Daarnaast is er al genoeg gesleuteld aan de opzet van het park.

Misplaatste vernieuwingsdrang
Als eerste komt bij mij opnieuw de gedachte op dat deze voorgestelde vaste bebouwing, rechtstreeks in druist tegen de testamentaire bepalingen van de erflaters, wijlen de dames Walkart. Daarnaast wordt het laatste stukje park in dit deel van het centrum verscheurd door horeca en andere rust verstorende ongein.

Nu loopt men daar een rondje of zit relaxt wat te lezen zonder al te veel geluidsvervuiling. Dat moet behouden blijven. Zeist is al genoeg verpest door de nodige vernieuwingsdrang, genoeg is genoeg! Ik geloof, als ik alles zo bezie, dat de gemeente haar handen al helemaal vol heeft om de voorgaande blunders te herstellen.

Nog meer horeca?
Daarbij is er meer dan voldoende horeca met de terrassen langs ’t Rond van Figi, Hermitage en het vroegere Postkantoor. Als er toch iets zou moeten veranderen, dan kan dat nog het beste in de dooie ‘grindbak’, die in het midden van dit stuk van de Slotlaan ligt. Daar is zo nodig ruimte voor enkele kleine lage (transparante) permanente uitspanningen. De zichtlijn blijft behouden en het winkelend publiek, vanuit de hoek van de Hogeweg/Slotlaan ziet het direct wanneer daar wordt begonnen. In de richting van ’t Rond kunnen op gepaste afstand eventueel nog 2 of 3 standjes worden geplaatst. Gezellig met parasolletjes en kleine terrasjes zoals bij de Voorheuvel bij Vismeester Frank. Dit kan zonder dat de horeca aan het Rond hierdoor wordt benadeeld doordat het daar te dicht bijkomt. Het Slot Zeist en ’t Rond hebben namelijk hun eigen egards.

Speelgelegenheid
Een speelgelegenheid voor de kinderen met de daarbij behorende rekken is er in het park allang en gelukkig zonder schreeuwende kleuren. Dergelijke voorzieningen zijn wel aantrekkelijk voor kinderen, maar deze zijn totaal misplaatst in het park. Dan ervaren bezoekers waarschijnlijk dezelfde ‘wanklank’ als in het Burgemeesterspark, met de plaatsing van de zogenaamde ‘vliegende schotel’: verspild geld en de plank wederom finaal misgeslagen. Ik heb nog niemand van “oud Zeist” gesproken die er ook maar een positief kantje aan zag. Nee, een wangedrocht die een mooie omgeving danig verpest. Maar misschien dat een naturel houten speeltuintje het nog beter zou doen in het Walkartpark dan wat er nu staat.

HET IS NU OF NOOIT!
ZEIST IS VAN ONS ALLEMAAL

Tj.C. Postma, 14 februari 2010

“Democratie”, dat betekent letterlijk:’ De Wil van het Volk’. 
Het Volk kiest zijn vertegenwoordigers en die controleren de bestuurders. Van die vertegenwoordigers, in een gemeente de raadsleden, kun je niet verwachten dat ze voor elk wissewasje aan ons komen vragen wat wij willen. Maar je mag wel verwachten dat bij ingrijpende bestuursplannen eerst zorgvuldig wordt getoetst of daarvoor voldoende draagvlak is bij de betrokken burgers.
 Denk daarbij onder andere aan aantasting van de woon- en leefomgeving van die burgers door grootschalige woningbouw, de verstoring van het karakter van woonwijken, de eenzijdige rood-groenbalans, ingrijpende verkeersplanning, opoffering van sportvelden, dure prestigeprojecten enz.

Het ontbreken van burgerlijk/maatschappelijk draagvlak bij dit soort zaken ondermijnt het wezen van de Democratie en is dodelijk voor het vertrouwen in bestuurders en politiek. Die onwrikbare waarheid hebben onze bestuurders en de raadscoalitie (CDA, VVD, PvdA, GroenLinks, meestal gesteund door SGP/CU) de afgelopen jaren met minachting aan hun laars gelapt.
 Hun plannen werden in een mistig circuit bekokstoofd en vastgelegd door ambtenaren, bestuurders, projectontwikkelaars, woningcorporaties en andere onzichtbare belanghebbenden. En in hun stijgende opwinding verdween het zicht op de realiteit steeds verder achter de horizon. Wat de burgers ervan zouden vinden, daar hadden ze lak aan.

Pas toen bij het bekend worden van die megalomane plannen steeds meer Zeister burgers – door vele wijken en sociale lagen heen – in opstand kwamen, ontstond er groeiende  paniek. Plotseling werden vele wijk-, hoor- en andere dovemansoor-bijeenkomsten voor de burger georganiseerd. Veelal in de gewenste richting gemanipuleerd door ingehuurde ‘cheerleaders’, onzichtbaar geholpen door als burgers ‘vermomde’ betrokken ambtenaren. 
Het hielp niet echt. De burger wilde veel gematigder plannen en onze bestuurders konden of wilden niets wezenlijks veranderen. Waarschijnlijk uit angst voor schadeclaims en gezichtsverlies.

Nu staan er in de gemeente raadsverkiezingen voor de deur. Dat is onze enige kans om er voor te zorgen dat Zeist weer van ons wordt. Vergeet wat je landelijk stemt. Dit is Zeist en niet Den Haag.
 Breng dus 3 maart je stem uit op een van de huidige oppositie partijen zoals Pro (leefbaar) Zeist, Zeist.nu of D66.
 Zij hebben vele malen geprobeerd de coalitie op andere gedachten te brengen met zeer steekhoudende argumenten, maar werden meestal als minderheid genegeerd of weggehoond. Geef hen de kans om na 3 maart te laten zien dat het ook anders kan. En laat je niet van je stuk brengen deze laatste dagen door die plotselinge walm van welwillendheid, die uit onze bestuurders en raadscoalitie opstijgt.
 Een wanhoopsoffensief. Vluchtig als de lucht van een poffertjeskraam.


EEN BOOM OPZETTEN?

Van IJzer, juni 2009

Kent u de uitdrukking ‘een boom opzetten’ voor het aangaan van een discussie? In Zeist wordt dat moeilijk want de Gemeente kapt wel bomen, maar zet geen nieuwe op! Mag ik u even meenemen langs de diverse kaplocaties:

  • Alleen al in de Nieuwsbode van 29 april 2009 stonden kapvergunningen vermeld voor 157 Gemeentebomen, daarvan 129 zonder herplantplicht: 
  • De autoboulevard in Huis ter Heide: 800 bomen weg; 
  • Den Dolder: ca. 300 bomen weg; 
  • Verzetswijk (Zeist-Noord): 106 bomen weg; 
  • Kerckebosch: voor de uitbreiding  van de wijk moeten duizenden bomen gekapt worden, het juiste aantal is nog niet bekend; 
  • Austerlitz: beperkte uitbreiding maar wel ten koste van bomen.

Regenten
Het kappen van een boom kost circa drie minuten, het weer laten groeien van een boom zeker 30 jaar. Ik denk dat de overgrote meerderheid van de bevolking van Zeist het niet eens is met het ‘bomenbeleid’ van de gemeente. Maar het gemeentebestuur van Zeist is niet geïnteresseerd in de mening van de burgers. Eenmaal in de vier jaar mogen die een rode stip zetten op een kieslijst en verder dienen zij te zwijgen. Hoe heet dat? Juist ja, een regenteske mentaliteit!


Burgerjaarverslag
Maar, zult u zeggen, wij krijgen toch elk jaar het Burgerjaarverslag, waarin de burgemeester verslag doet van het reilen en zeilen van de gemeente? Heeft u het laatste Burgerjaarverslag al gelezen?

  • De dienstverlening zal slagvaardiger worden, maar het aantal medewerkers gaat terug van 415 naar 300! Tussen haakjes, met zo’n achteruitgang, waarom is er dan nog behoefte aan uitbreiding van het gemeentehuis? 
  • Het wordt makkelijker gemaakt om in contact te komen met de gemeenteraadsleden, alleen wijst de praktijk uit dat veel vertegenwoordigers horende doof zijn. 
  • Dan is er het Wijkgericht Werken. Fantastisch: de gemeente, Meander, de politie en de woningcorporaties werken samen. Alleen wordt gemakshalve vergeten dat in Zeist een groot deel van de bewoners huiseigenaren zijn. Die hebben beleidsmatig geen stem in dat Wijkgericht Werken! 
  • Ook de afhandeling van uw eventuele bezwaren gebeurt in Zeist op geheel eigen wijze. Een deel van de ingediende bezwaren was ongegrond. De burgemeester zegt dus “dat de kwaliteit van de besluiten is verbeterd”. Maar met het wapen van de procedures in de hand kan de gemeente veel bezwaren niet-ontvankelijk verklaren en dus niet meenemen. Als u doorrekent dan blijkt, dat bijvoorbeeld 68 procent van de bezwaren tegen de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gegrond was. 
  • Wat heeft de gemeente gedaan met uw bezwaren tegen de verkoop van de Algemene Begraafplaats, waar slechts heel weinig burgers vóór waren?


Vindt u die regenten ook zo fijn? Burgers van Zeist, gebruik uw stemrecht en stuur deze raad en dit college bij de komende verkiezingen naar huis!


HOMO ELASTICUS EN DE TIEN GEBODEN
Nardus, mei 2009

De burgers worden mondiger en hoe ga je daar als overheid en marktpartijen mee om?
Als ervaringsdeskundige kan ik daar mijn partijtje over meeblazen.
 Hoe kom je nu op een politieke manier van de resultaten van inspraak af?

Gebruik mijn tien geboden!

  1. Vraag als overheid formeel om een advies aan een ieder die het aangaat, maar ook aan ‘adviseurs’ van buiten (bouwdeskundigen, woningcorporaties enz.).
  2. Zorg dat de formele (betaalde) adviseurs in hun advies veel elastiek inbouwen, beperk – in contracten – hun mogelijkheden om over minder gewenste zaken te adviseren en selecteer de beschikbare informatie.
  3. Juich het ontstane ‘deskundige’ advies van harte toe en toon je blij dat je ermee verder kunt.
  4. Leg uit – met enkele gunstige voorbeelden – hoeveel van het geadviseerde al wordt toegepast; formuleer het zeer uitvoerig, zodat het elastiek bijna onmerkbaar wordt opgerekt.
  5. Leg uit hoe je het zou kunnen uitwerken en rek zo het elastiek nog wat verder uit.
  6. Maak plannen met allerlei open einden, die je zelf later naar believen kunt invullen.
  7. Zorg dat die plannen pas veel later ter sprake komen, zodat de gemiddelde burger niet meer merkt wat er met het elastiek is gebeurd.
  8. Als actiegroepen proberen de burgers weer wakker te schudden, zet die vervolgens weg als naïeve dromers of cynische, conservatieve lastpakken die niet met de tijd meegaan; zorg voor onderlinge verdeeldheid door enkele groepen wat toe te geven.
  9. Afhankelijk van de vasthoudendheid van de actiegroepen blijft er misschien nog wat over van de oorspronkelijke inspraak en communiceer dit als grote opbrengst; prijs de burgers met zo’n overheid die naar de burgers luistert.
  10. Herhaal deze aanpak voor allerlei onderwerpen, zodat de burgers en hun groepen moe worden en het zullen opgeven.

Als je deze tien geboden volgt is succes verzekerd. Onze wethouder bleek zelfs een natuurtalent!
 Maar toch merk ik nog wel eens dat sommige overheden of vertegenwoordigers niet doorhebben hoe ze de burgers zoet moeten houden. Vandaar dat ik probeer onze leiders de bovenstaande geboden in te prenten en te laten toepassen. Met cursussen, voordrachten, video’s en boeken, want elk gebod kun je verder uitwerken tot een draaiboek op maat. Zelfs actiegroepen bedien ik, the sky is the limit. Ook mijn succes is daarmee verzekerd. Daarom proost ik op de Homo Elasticus!


ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF ZEIST? LISTIG EN MISTIG!
Tj.C. Postma, 24 april 2009

Helaas kon ik gisteren niet naar de bijeenkomst bij de KNVB. We hadden onze kleinzoon een nachtje te logeren en hoewel 2030 me wel interesseert, zal ik dan 97 zijn dus het leek me zinniger in dit geval als grootvader een bijdrage te leveren aan het toekomstperspectief van de twaalfjarige.

Dat gezegd zijnde las ik met instemming de korte inleiding van ‘Beter Zeist’. Altijd weer lachwekkend als je bedenkt dat de belanghebbende burgergroeperingen vijf minuten krijgen om te reageren op wat in feite al weer maanden lang en voor het grootste deel ongrijp- en onzichtbaar door de dames en heren politici en ambtenaren is voorgekneed en -gekookt in hun vele achterkamertjes. Ik heb dat toekomstperspectief – het uittreksel, ons recent door de gemeente
gezonden – ook gelezen. Vroeg me even af of ik er nog tijdig commentaar op zou leveren, maar zag er vanaf omdat je dat zelf allemaal kan bedenken.

Het is een totaal phony stuk, vol met gemeenplaatsen en holle frases en voldoende ongrijpbaar om er alles mee te kunnen rechtvaardigen. Behalve misschien als truc om het verlies aan groen te compenseren in de Oekraïne of de Volksrepubliek China.
 Als deze “visie” van kracht wordt – en weer alle mogelijkheden openlaat voor nieuwe kukeleku – is de onherstelbare schade van de huidige plannen al weer aangericht. En nergens blijkt dat er ook maar één ding is aangepast aan
wat de meerderheid van de betrokken burgers wilde en wil.

Het is een slechte, haastig geproduceerde broddellap die first and foremost tot stand kwam, omdat het Rijk vond dat er overal nieuwe structuurvisies moesten komen. Dan begin je met wat, liefst ongevaarlijk geachte, burgers te ronselen. Die laat je van alles meeroepen, de overheadsheets vullen zich met kreten, we hangen volstrekt irrelevante foto’s en plaatjes langs de wanden, we vatten het na een aantal bijeenkomsten samen tot drie keer niks en presenteren het aan een nieuwe zaal en iedereen gaat duizelig naar huis. De participanten duizelig, omdat ze al lang niet meer weten of we nu eigenlijk ook iets zinnigs controleer- en afdwingbaars hebben afgesproken. De andere en kritische toehoorders duizelig, omdat ze zeker weten dat de gemeentelijke goochelaars ons weer verneukt hebben maar nog niet helemaal hoe. Zoiets.

Vervolgens feliciteren die luchtfietsers elkaar, dat ze dat varkentje weer mooi gewassen hebben en huilen bij de eerstkomende verkiezingen krokodillentranen, dat de opkomst zo laag was of er op de verkeerde partij gestemd werd.
 Mijn toekomstvisie is dat de Democratie zijn beste tijd gehad heeft, als de wil van het volk iedere keer opnieuw achter de bestuurlijke nevelwerpers wordt weggemoffeld.


RAMKOERS
Van IJzer, juli 2007

Onze burgemeester maakt zich zorgen over de discussies in de gemeenteraad en die met de betrokken burgers. Ik zie dit alles met verbazing aan. Sinds het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw heb ik te maken met de gemeenteraad en het college van B&W. Ik heb nog nooit meegemaakt dat raad en college op zodanige ramkoers waren met de burgers. De coalitie heeft de egelstelling betrokken en de betrokken burgers worden geacht hun eigen belangen te laten varen voor de grootschaligere belangen van… ja, van wie eigenlijk? De gemeente is er toch voor de burgers en niet omgekeerd?
 Maar sinds een jaar moeten de burgers de plannen maar slikken en dan is het bestuur verbaasd dat de burgers dat niet accepteren.

Hoe denkt het bestuur dat het komt dat een groep als “Zeist voor Zeist” zo’n respons krijgt? Zoals een andere burgemeester het begin juli verwoordde: “Als gemeente doe je er goed aan de belangen van je inwoners zorgvuldig te analyseren. Soms zijn er dan mogelijkheden om uit een impasse te komen en een oplossing te vinden die rekening houdt met alle belangen …”.


Print page
Share Button

3 reacties op Gasten

  1. Anne Meijer schreef:

    Ter aanvulling. Ik heb ooit gehoord dat het ‘wandelvrouwtje’ een kind heeft verloren bij een ongeluk en dat ze toen psychotisch werd. Inmiddels alweer vele jaren geleden scheen ze opgenomen te zijn in een psychiatrische kliniek. Ik trof haar soms in de bibliotheek. Ze maakte altijd geluiden met haar slecht zittend kunstgebit. Haar schoenen versleten soms van de dagelijkse wandeling Driebergen-Zeist en terug.

  2. Anne Meijer schreef:

    Link n.a.v. houtkachels en erger: Een wet om fijnstof te verminderen – Bron: GGD Groningen – De huidige wet- en regelgeving biedt gemeenten geen goede basis om maatregelen te nemen tegen overlast door houtrook. Dat vindt het bestuur van de GGD Groningen namens de 23 Groninger gemeenten. Veel mensen ondervinden overlast, maar de gemeente kan nu niet ingrijpen. Uit onderzoek blijkt dat rook van houtkachels schadelijk kan zijn voor de gezondheid. De 23 Groninger gemeenten willen nader onderzoek om methoden te ontwikkelen om overlast door rook beter te beoordelen. Zij zullen de rijksoverheid vragen om steviger wet- een regelgeving zodat rookoverlast aangepakt kan worden. – https://houtrook.com/de-wet-om-fijnstof-te-verminderen-door-roet-van-de-open-haarden-houtkachels/

  3. Kobusje schreef:

    Jeetje, was dat even schrikken die column over houtrook in het dorp!
    Ik stond al op het punt de open haard aan te maken toen ik dacht ‘ hola’ laat ik dit maar eerst even lezen. Maar gelukkig, De Mirror van Jack leek nogal beslagen door zijn ronkende retoriek.
    Eerst eens even gecheckt hoe belangrijk die open haard houtrook nou eigenlijk is in het scala van slechte gewoonten – van zwarte piet via drank en tv kijken – waaraan wij uiteindelijk zullen doodgaan. Op steeds hogere leeftijd dat wel en als we daar mee doorgaan krijgen we straks een gigantisch probleem van overbevolking wereldwijd. Maar dat terzijde.

    Wat zijn de feiten ? Ik kwam terecht bij VVGM.nl en vond daar een verslag van de werkgroep Lucht: “Veel gestelde vragen over verontreiniging van de buitenlucht“.
    Gevolgd door de antwoorden en wat blijkt? Houtrook uit de open haard vervuilt weliswaar maar vergeleken bij de andere bronnen van luchtvervuiling is het maar weinig.
    Het niveau van luchtvervuiling in Nederland voldoet, in positieve zin, aan de hoogste eisen van de Wereld Gezondheids Organiatie en er lijkt verder een afnemende tendens van vervuiling te zijn. Pikant detail: zelfs aan zee is er enige mate van luchtvervuiling door zand en zeezout.
    Ik zou dus maar thuis blijven Jack. De Wadden zijn kennelijk ook niet brandschoon.

    Ik heb net de haard maar weer aangemaakt. Er wordt al genoeg overdreven in ons oververhitte wereldje. En die borrel om zes uur gaat ook gewoon door. Santjes!

    Kobusje.

    P.S. Altijd met droog hout en niet bij mist en zo en de jenever met mate. Kwestie van gezond verstand !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *