Mierenbos Zeist


Kolonie Rode bosmieren in Zeist

UNIEKE MIERENKOLONIE UITEINDELIJK TOCH UITGESTORVEN 
Dichterbij / december 2016

De afgelopen 10 jaar is de kolonie bosmieren tussen de laan van Eikenstein en de Utrechtseweg dramatisch achteruit gegaan. Het gaat om de Kale Rode Bosmier (Formicea polyctena), die volgens de Flora- en Faunawet Beschermd is. Deze staat op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Waren er vier jaar geleden nog vijf plekken met 24 grote nesten, nu zijn ook de laatste nesten uitgestorven. Daarmee is deze unieke binnenstedelijke mierenkolonie in Nederland verdwenen. De kolonie was minstens 50 jaar oud en behoorde tot de paar grootste kolonies in ons land.

Hoe kan dat? Wij vragen het aan Egbert Visscher. Hij probeerde samen met anderen de bedreigde diersoort te behouden. Daartoe had hij vorig jaar een overeenkomst gesloten met de gemeente.

Wat hebben jullie gedaan?
Eigenlijk is alles geprobeerd het tij te keren. De gemeente heeft op ons verzoek sommige nesten vrijgesteld van begroeiing. Wij controleerden de omstandigheden en deden werk om de nesten ruimte te geven. Maar het was dweilen met de kraan open. De omstandigheden zijn de laatste jaren sterk veranderd. Zo is het gebied steeds verder met bomen dichtgegroeid. Mieren moeten opwarmen door de zon en dat kon niet meer. Het bos had eerder uitgedund moeten worden. We hebben het wel gevraagd, maar het plan daarvoor moest nog worden opgesteld. Een gemiste kans. Als gevolg van de neerslag van stikstof van vooral landbouw en verkeer groeide ook de bosbodem dicht. Dat zorgt ervoor dat de mieren zich moeilijker kunnen verplaatsen en materiaal voor hun nesten kunnen aanvoeren. Het aanslepen van voedsel wordt dan lastig. Daar komt bij dat de toenemende verdroging en het gebruik van bestrijdingsmiddelen leidt tot minder voedselaanbod.

Waren er nog andere schadelijke invloeden?
Ja zeker. Zo werden nesten vernield door omwonenden. Op die manier zijn ten minste twee van de vijf deelkolonies verdwenen. Kennelijk zagen de daders de mieren als een bedreiging. Verder verstoorden kinderen en honden nesten, vooral in de winter wanneer de mieren niet actief waren. Dat gebeurde ook in het Sanatoriumbos waar nog een nest was. Wat voor de bedreigde diersoort alarmerend is dat overal in Nederland mierenkolonies drastisch achteruit gaan. Het is zelfs in aaneengesloten natuurgebieden het geval, zoals in de duinenreservaten en de Veluwe. Mierenhopen worden daar steeds kleiner en ze zijn dan minder levensvatbaar. In het eindstadium zie je dat hopen verlaten worden en dat de mieren proberen in de nabijheid kleine dependances te stichten. Dat is meestal echter een laatste stuiptrekking van de kolonie. Dat gebeurde hier ook.

Hoe zit het elders in Nederland?
Biologen luiden de alarmklok. In de praktijk blijkt dat veel soorten insecten, zoals rode bosmieren, hommels, (wilde) bijen, graafwespen, hier niet meer kunnen leven. Daarbij zal het gebruik van sterk werkende bestrijdingsmiddelen meespelen. Die stoffen komen overal in het milieu terecht. Het gaat nu vooral om de zogenaamde neonicotinoiden. Dat zijn middelen die inwerken op het centrale zenuwstelsel van insecten. Ze blokkeren de overdracht van zenuwimpulsen. Daardoor eten de insecten niet meer en raken ze verlamd. Vooral rode bosmieren hebben daar veel last van. Het zijn roofinsecten die vooral leven van andere insecten en dieren. Daardoor verzamelen zij, net als vogels die insecten eten, het gif van prooidieren in hun lijf. Ze dragen het met het voedsel over op hun koningin die de eieren legt. Zodra de koninginnen sterven en geen andere haar vervangen is het einde verhaal.

Komen de mieren nog terug?
Je zou het kunnen proberen door een nest uit een naburig bos hierheen te verplaatsen. Technisch kan dat. Dan moet je wel de voorwaarden verbeteren voor een levensvatbare kolonie. In de directe omgeving komen echter woningen op de locaties Rabo Facet en Eikenstein. Projectontwikkelaars zitten niet te wachten op beschermde soorten waarmee ze rekening moeten houden. Sommigen bewoners ook niet. Maar je moet wel beseffen dat het uitsterven een noodsignaal is voor de draagkracht van de natuur. Daarvan zijn wij mensen allemaal afhankelijk, ook al hebben wij de illusie dat we de natuur kunnen beheersen.

BURGERWERKGROEP EN GEMEENTE WILLEN RESTANT REDDEN
24 APRIL 2015

Overeenkomst 24-04-2015, IMG_4758_SSN1Egbert Visscher, voorzitter werkgroep, en wethouder Roy Luca tonen de op lokatie gesloten overeenkomst.

Foto R. van Meerkerk

De werkgroep Mierenbos van Stichting Beter Zeist en de gemeente Zeist doen hun best om de kolonie Rode bosmieren tussen de Sanatoriumlaan en De Dreef te behouden. Het is de bedoeling dat het beheer van het gebied wordt aangepast en natuurlijker wordt.
Op 23 april 2015 is de werkgroep met de gemeente overeen gekomen een deel van het beheer zelf uit te voeren. Het klein onderhoud doet de werkgroep, het grote werk gebeurt door de gemeente. Daarover zijn inmiddels heldere afspraken gemaakt. Dat alles met de bedoeling de kolonie weer te reactiveren. Dat zal lastig zijn omdat de soort kwetsbaar is en zich moeilijk ergens kan vestigen.  Ook zal de werkgroep in samenwerking met de milieu- en buurtorganisaties voorlichting gaan geven aan bewoners en (school)kinderen.

DE KOLONIE RODE BOSMIEREN

Sinds mensenheugenis leefde er een zeer grote kolonie Kale rode bosmieren (Formica Polyctena) langs de Utrechtseweg tussen de Dreef en de Sanatoriumlaan. Het gebied waar de nesten voorkwamen bestaat uit gemengd bos dat is ontstaan uit eikenhakhout. De bosstrook begrensde vroeger een vruchtbare eng (bouwland) langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug. De vele nesten zijn in de loop van tientallen jaren ontstaan uit afsplitsingen van een moedernest. De ouderdom van de kolonie is moeilijk te schatten, maar deze zou volgens een ingeschakelde deskundige meer dan 100 jaar kunnen zijn. Bovendien waren er maar enkele kolonies van deze omvang in Nederland bekend, waarvan geen andere binnenstedelijk.

Tot 2012 waren er nog circa 25 mierennesten die als netwerk met elkaar in verbinding stonden. Dit maakte het voor de mieren mogelijk om enkele koningen mee te nemen bij het bouwen van nieuwe dochternesten. Zolang de bewoners van deze nesten contact met elkaar kunnen blijven houden was de kans gering dat de soort in het gebied uitstierf.
Elk nest bestaat uit een uitgebreid stelsel van gangen en kamers. Daarin kunnen wel duizenden mieren en meerdere koninginnen leven.

mierenhoop 1b P1010012

De soort is nationaal en internationaal wettelijk beschermd en staat op de Rode lijst (Flora en Faunawet). Het behoud van nesten van rode bosmieren is ecologisch en wetenschappelijk van belang. Rode bosmieren voorkomen bijvoorbeeld bevolkingsexplosies van insecten. Naarmate er meer nesten in een gebied voorkomen kunnen ze deze functie beter vervullen. Diverse diersoorten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van rode bosmieren. Het gaat bijvoorbeeld om de groene specht en bepaalde mierengasten, waaronder de kwetsbare glanzende gastmier (Formicoxenus nitidulus) en een zeldzame vlindersoort. Verder verspreiden mieren zaden van bosplanten. De bosmieren zijn ook van belang uit een oogpunt van educatie en recreatie.

INGRIJPENDE BEHEERMAATREGELEN

Het grootste deel van de kolonie lag de afgelopen tientallen jaren langs een voetpad dat evenwijdig loopt langs de Utrechtseweg. In het winterhalfjaar 2007/2008 is met behulp van externe gelden het verwilderde bosgebied ter compensatie omgevormd tot een (gecultiveerd) deel van de Utrechtse Lustwarande. Dat gebeurde op basis van een (soorten)inventarisatie waarin de vele bestaande mierennesten niet werden genoemd.

In het kader van de omvorming is de zuidelijk langs het voetpad gelegen droge sloot grotendeels dichtgeschoven. Nesten van rode bosmieren werden daarbij zonder pardon vernield en aangrenzende paden werden verhard. Ook is toen in het bos veel natuurlijke onderbegroeiing verwijderd en werd deze vervangen door cultuurplanten en rododendrons. Het groenonderhoud werd daarmee gericht op het handhaven van de nieuwe cultuurlijke elementen. Daardoor konden de mierennesten die aan de zuidhelling van het sloot talud leefden zich grotendeels niet meer herstellen. De hoofdas van de kolonie werd daarmee doorbroken. Tot het jaar 2013 waren daar nog slechts enkele mierennesten te vinden.

Een tweede beheersmaatregel in lijn met het (nieuwe) cultuurlijke beheer was het tijdens het winterhalfjaar 2010/2011 onderaan doorsnijden van de weelderige klimop langs de stammen van de bomen. Dat is op zich een gebruikelijke maatregel voor het behoud van bomen. Maar daardoor werd voor de mieren het voedselaanbod van bloemennectar en insecten sterk verminderd. Daar bovenop kwam het extreem droge voorjaar van 2011 waardoor de mieren het extra te verduren kregen.

Al een aantal jaren eerder was geprobeerd het nest bij de bushalte langs de Utrechtseweg “Sanatoriumlaan” uit te roeien door vergif. Bij de hoop stond het bordje “experiment”. Dit zorgde gedurende enkele weken voor een tapijt van stervende mieren op het voetpad en het fietspad. Dit voorval is aan de gemeente gemeld, maar van enige actie van die kant is ons niets bekend.

ANDERE NADELIGE NADELIGE INVLOEDEN VOOR DE KOLONIE

De afgelopen tientallen jaren is het gebied rondom de kolonie verder verstedelijkt. Dat gebeurde door:

  • De bouw van het bankgebouw van Rabo-facet: mogelijk waren daar eerder ook mierennesten;
  • Het uitbreiden van het gebruik van het terrein van de instelling Eikenstein door de aanleg van een verhard parkeerterrein, sportvelden e.d.;
  • De bouw van de buurt Parmentiersland die de recreatiedruk op het terrein versterkte.
  • Het aanwijzen van het gebied als losloopgebied voor honden;
  • De noodzakelijke aanpassing van de bushalte Sanatoriumlaan vlakbij het grootste moedernest van de kolonie.

De verstedelijking had ook de volgende effecten:

  • Vernieling van nesten gedurende het gehele jaar door kinderen en tijdens de winterperiode door (loslopende) honden;
  • Bedekken van nesten en omgeving met hooi en takken door een eigenaar/gebruiker van een aangrenzend grasveld; zie foto.
  • Bewust vernielen van nesten en klimop bij de nesten langs de speelweide bij het Sanatoterrein. Dat gebeurde in het voorjaar van 2012 nadat in een inspraakreactie over het bouwplan Sanatoriumlaan was gewezen op de aanwezigheid van nabij gelegen nesten. 

Mierenhoop 6e P1010013 met maaisel

Bijgaand het in 2012 nog niet met hooi (zie voorgrond) bedekte deel van het nest. Inmiddels is het volledig vernield en werd in 2014 ook de dubbele boomstronk verwijderd.

O0k specifiek onoordeelkundig onderhoud vanwege de gemeente zorgde voor het verdwijnen van nesten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOp 30 november 2011 wezen verontruste buurtbewoners de gemeente op het door een (onder)aannemer aantasten van een hoofdnest in een oude holle beuk naast het parkeerterrein van de instelling Eikenstein. Dit gebeurde in het kader van een boominspectie.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Een andere misser was het begin januari 2012 ruimen van een moedernest als vulgrond voor het ontstane gat van een gerooide boom. Dit gebeurde ook door een (onder)aannemer van de gemeente. Op bijgaande foto is het volgestorte gat te zien met de bandensporen van het apparaat waarmee het is gebeurd. Op de achtergrond de donker gekleurde, nog vochtige plek van het vroegere centrale nest langs het hoofdpad …..

Mede als gevolg van de verkeerde inrichting en het beheer stond het behoud van de kolonie op het spel.

UNIEKE SITUATIE

De kolonie werd dus jarenlang bedreigd door ingrijpende, ongewenste beheersmaatregelen, vernieling, uitbreidingen van bebouwing en recreatieve druk. Naar aanleiding van de opvallende achteruitgang van de kolonie in aantal en omvang van de nesten heeft een werkgroep van Stichting Beter Zeist de nesten geïnventariseerd. Vervolgens werd mierendeskundige B. Mabelis van Alterra te Wageningen gevraagd de ïkolonie te inspecteren. Zijns inziens is het voorkomen van zo’n grote kolonie rode bosmieren zeer uniek. Zelfs buiten een stad is het voortbestaan van een kolonie bosmieren vaak onzeker door versnippering van het leefgebied en bemesting van aangrenzende cultuurgronden. Overigens is niet uit te sluiten dat ook pesticiden die insecten doden (prooidieren van de mieren) een rol spelen. Vooral de sterk werkende neo-nicotinoïden zorgen voor sterfte onder de – ook voor de mens direct nuttige – insecten.

GEWENSTE BESCHERMING

De kale rode bosmier is internationaal en nationaal een beschermde soort.De gemeente heeft in dit verband een zorgplicht. Het is dan ook nodig deze binnenstedelijke kolonie goed te beschermen en het beheer van het gebied daaraan aan te passen. 
Dat kan door een vermindering van het onnatuurlijke beheer en het zorgen voor optimale leefomstandigheden. Hierbij is het nodig gebruik te maken van deskundig advies. Vandaar dat Mabelis (zie foto met nog onbeschadigd nest) op verzoek van de werkgroep een beheeradvies voor het gebied heeft opgesteld. Het advies van 2012 richtte zich op het zorgen voor een optimaal leefgebied voor de mieren met voldoende bezinning van de nesten en hun omgeving. Het beheer zou in overleg met de werkgroep worden aangepast. Ook zouden bomen en klimop als potentiële voedselbronnen moeten worden beschermd.

rode bosmierenDe gemeente heeft dit advies in 2012 overgenomen. Maar zij zette om redenen van zorgvuldigheid voorlopig in op het handhaven van de bestaande situatie. Dat betekende echter ook uitstel van het noodzakelijk onderhoud en dat leidde tot overgroeiing van vele nesten.
Mede door het uitstel van het noodzakelijk onderhoud zijn in 2013 en 2014 de meeste nesten uitgestorven. Bovendien werden veel nesten vernield. Er zijn in april 2015 nog slechts enkele nesten over. Dat maakt het beschermen van de soort des te urgenter.

EXCURSIE MIERENKOLONIE 2012

Excursie P1010020 uitleg 2

Ondanks de vakantietijd en het vroege tijdstip om zeven uur in de avond namen op maandagavond 20 augustus 2012 zo’n 40 belangstellenden deel aan de excursie naar de mierenkolonie tegenover TNO. Onder leiding van Egbert Visscher van de Stichting Beter Zeist van buurtorganisaties en internationaal mierendeskundige Bram Mabelis werden de 20 mierennesten bezocht. De deelnemers kregen antwoord op hun vragen over het leven van de bosmieren en de kansen en bedreigingen voor deze bijzondere kolonie.

Ze hoorden dat de mieren veel insecten eten, bladluizen ‘melken’ en bloemennectar verzamelen voor de kolonie en die ook opslaan in speciale voorraadkamers. Als sociale insecten zorgen ze gezamenlijk voor de eieren, larven en poppen in de diverse daarvoor aangelegde kamers. Elke deelkolonie bestaat uit diverse onderling verbonden nesten, waarvan sommige in de zon liggen en andere in de halfschaduw of schaduw. Zo kan de kolonie als geheel beter gebruik maken van de temperatuur van de omgeving. Alles is in de nesten namelijk gericht op het zo constant houden van de temperatuur en vochtigheid. Dat gebeurt op een zeer ingenieuze manier onder meer met luchtgangen die naar believen kunnen worden afgesloten. In de winter leven de mieren diep in de grond om te ontkomen aan de kou.

De koninginnen van deze Kale rode bosmier, soms tientallen per nest, leven ongeveer 15 tot 20 jaar en leggen de eieren. Dat gebeurt nadat ze eenmaal door meerdere mannetjes zijn bevrucht. Dat is enige rol van de mannetjes in de kolonie die na de paring sterven.De mierensamenleving is dus in wezen een soort matriarchaat van werksters.

Er bestaat een taakverdeling tussen de mieren die verandert naarmate zij ouder worden. Zo kan een ervaren, oude mier van circa 1 tot anderhalf jaar zelfstandig tot zo’n 50 – 100 meter rond het nest de wijde omgeving verkennen op zoek naar voedsel en nestmateriaal. De verkenners oriënteren zich hierbij op allerlei manieren en brengen via geuren en lichaamsbewegingen signalen over naar andere mieren die dan actie ondernemen. De gehele communicatie tussen de mieren gebeurt op die manier.

Nadere informatie: mieren@beterzeist.nl
Voorzitter werkgroep: Egbert Visscher, tel. 030-6960141

Afbeelding


Print page
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *