Freule van Seyst

 

Overdenking
Freule Petronella van Seyst
31 december 2015

Ik staar in de vlammen van het open haardvuur. Samen met mijn levenspartner Clementia heb ik mij tijdens de jaarwisseling teruggetrokken op een Waddeneiland. Gevlucht voor het geknal en het fijnstof van de vreugde van de Nederlanders. Ja, wij zelf produceren nu ook tientallen giftige, dodelijke stoffen. Gelukkig waait de rook hier snel weg, maar dat doet eigenlijk niet ter zake. Toch is het vreemd dat je buiten geen open vuur mag branden, maar binnen naar hartenlust en met ongekeurd hout de buren kunt uitroken. Vreemde wereld.
Ik zie Clementia nog een blok hout in het vuur leggen. Een regen van vonken wervelt de schoorsteen in. Ik heb net gelezen dat in ons onvolprezen landje een kwart van het fijnstof ontstaat door houtstook. Dus evenveel als het verkeer veroorzaakt. En dat het fijnstof een stille ‘killer’ is voor iedereen, niet alleen voor lijders aan longaandoeningen. De vrije radicalen in de rook slaan neer in de luchtwegen. De gassen zorgen voor hoofdpijn en hoesten. Eigenlijk zou ik het open vuur moeten doven, maar dat is geen optie. Het is de enige verwarming in deze blokhut. Overigens denken mensen nog steeds dat houtstook duurzaam is. Misschien voor de portemonnee, maar niet voor mens en milieu. Bovendien komt het hout niet meer als biomassa in de bodem. Zo verstoken we onze eigen bodemvruchtbaarheid.

Vuurwerkterreur
In de verte hoor ik toch nog de doffe knallen van het carbidschieten met oude melkbussen. Aan het geknal en fijnstof is wel wat te doen. Zo zijn er burgerinitiatieven voor vrije vuurwerkzones. In Zeist werden al enkele gebiedjes aangewezen. Beter iets dan niets. Maar de ‘hardliners’ van de vuurwerkbranche staan hun mannetje met de economische groei als argument. Maakt het uit hoe die tot stand komt? De hele maatschappij plukt er toch de voordelen van? De gezondheidszorg behandelt per jaar bijna duizend slachtoffers van vuurwerk. Honderden mensen gaan het nieuwjaar met verwondingen aan handen en ogen of worden blind. En dan hebben we het nog niet over de extra hulp aan astma patiënten en lijders aan luchtwegen. De verschillende diensten zijn druk met het afsluiten van brievenbussen, het verplaatsen van ondergrondse containers en het opruimen van de vuurwerkresten. De hulpdiensten rukken massaal uit terwijl ze worden bestookt met vuurwerk. Zij moeten helpen bij bedreiging, openlijk geweld, opstootjes, vernieling, vreugdevuren, (auto)branden en wat dies meer zij. Het lijkt waarachtig wel een ‘war zone’. De politie treedt op, uitgerust met veiligheidsbrillen, oordoppen en kogelvrije vesten. De justitie deelt taak- en werkstraffen uit en legt verbiedsgeboden op volgens het supersnelrecht. De gemeente en bedrijven helpen bij het repareren van schade. De verzekeringen hebben extra werk. De belasting pikt een fors graantje mee. Velen eten uit de ruif van deze ‘economische groei’.

Maar hoeveel schade wordt er aangericht aan mensen, dieren en milieu? Het gaat echt niet alleen om kwetsuren en alle directe maatschappelijke kosten. Vuurwerk verspreidt een giftige mix van niet afbreekbare metalen zoals antimoon, barium, strontium en soms ook cadmium en perchloraat. Plasticresten komen in de bodem terecht. En het fijnstof gehalte in de lucht is tijdens de jaarwisseling ongeveer 40 maal groter is dan gewoonlijk. Dat laatste is al aan de hoge kant. Moet het voorkomen van alle gevolgen niet zwaarder wegen dan de feestvreugde van een deel van de bevolking tijdens een periodieke eruptie van vuurwerkterreur? Moeten we blijven dweilen met de kraan open? Zijn er geen andere, meer milieuvriendelijke festiviteiten te organiseren dan met behulp van vuurwerk? Geeft Nederland niet een verkeerd voorbeeld in de wereld? Dit jaar valt oudjaar op ‘donder’dag een toepasselijke dag. Nu maar hopen dat het niet rustig weer is want dan ontstaat een giftige smog. Dus niet zomaar toevallig mist zoals sommigen denken.

Vuurwerkmanifest
Ja zeggen vuurwerkhandelaren, de uitwassen komen door ongekeurd, gevaarlijk illegaal vuurwerk. En wat kunnen wij eraan doen als gebruikers onvoorzichtig met vuurwerk omgaan? Kortom: eigen portemonnee eerst, niet nadenken over de consequenties en de handen in onschuld wassen. De gevolgen zijn voor de samenleving. Maar tweederde van de bevolking heeft er genoeg van. Het zal tijd worden. Ruim honderd organisaties ondersteunen het vuurwerkmanifest van 19 december 2015. Zij pleiten voor een verbod op consumentenvuurwerk en willen als alternatief professionele vuurwerkshows. Het levert nog wel fijnstof op maar veel minder dan nu. En het is leuk om naar te kijken zonder dat je gevaar loopt. Dus moet de gemeenteraad van Zeist eens haar tanden laten zien en een fors besluit nemen. Deze gemeente was op initiatief van Stichting Milieuzorg Zeist toch de eerste met een glasbak? Schei uit met die kleine vuurwerkvrije zones. Het zijn slechts ‘druppels op een gloeiende plaat’. Een voorbeeld van symbool politiek. Neem het voortouw en volg de meerderheid van de bevolking. Wees niet bang voor de vuurvreters. We zijn klaar met de lobby van vuurwerkverkopers en met de vuurwerkterreur. Die zorgt direct en indirect voor meer doden dan de terroristische acties waar we dit jaar in de lage landen mee te maken hadden. Typisch is dat deze terreur in Brussel de aanleiding vormde om daar geen vuurwerkshow te houden. Levert de angst voor aanslagen toch nog wat op.

Gaat het bij vuurwerk om een eeuwenoude traditie? Niet in de mate waarin het nu wordt afgestoken. Het lijkt wel of Nederlanders in hun drang naar individualiteit niets anders weten dan anderen massaal na te volgen in een ‘race to the sky’. Ik ken geen enkel ander land waar tijdens oud en nieuw zo wordt geknald. Nederland is een eenzame uitzondering. En toch met het vingertje wijzen naar vervuiling in het buitenland, terwijl we die zelf via de dampkring massaal exporteren.
Daarom proost ik samen met Clementia op een radicale ommekeer. Voor ieders gezondheid, voor alle ouden van dagen en kleine kinderen, voor de getraumatiseerde slachtoffers van oorlogen en geweld, voor de dierenliefhebbers, voor onze buurlanden, voor de natuur en het milieu, voor een harmonieus feestvieren. Op naar een vuurwerkvrij Zeist in 2016/2017. Dat moet kunnen. ‘Wir schaffen das’ om de bondskanselier van Duitsland te citeren. En ik reciteer het gedicht van de in Zeist geboren Hendrik Marsman, die in 1940 zijn vlucht voor het oorlogsgeweld helaas niet overleefde.

Uit Dies irae:

Laat één ster, een onaanzienlijk teken
flonkren boven de armzaligheid
en opnieuw geloven wij in streken
voorbij ’t moeras van dezen lagen tijd.

Hij, een van de belangrijkste dichters van Nederland, werd in Zeist geëerd met het gebruik van zijn naam voor een van de meest troosteloze straten van de gemeente. Dat was overigens geheel in overeenstemming met zijn visie over Nederland en Zeist. Hij verafschuwde de Nederlandse bekrompenheid en zei ooit: “Holland is en blijft een ellende. Wie hier op de grond stampt, zakt weg in de modder”. En over zijn woonplaats Leiden en over Zeist: “Ik houd niet van Leiden …., maar mijn God, alles is beter dan Zeist.”

Had hij ongelijk?

Naschrift
Teruggekomen in Zeist was ik nog net op tijd om met mijn vriendinnen de nieuwjaarsbijeenkomst op te fleuren. Dat was ook wel nodig ook gezien de ervaringen met de jaarwisseling. Hadden de vuurwerkvrije zones geholpen? Nee, er was in Zeist juist meer vuurwerkvandalisme. Zo moet de gemeente 22.000 euro betalen voor het herstellen van alle schade. Dat is 11.000 euro meer dan vorig jaar. En wat te denken van de vele slachtoffers en de weggelopen huisdieren? De kosten van de behandelingen, het verzuim aan werkuren, de extra inzet van politie en hulpdiensten? Het niet naar buiten kunnen als lijder aan astma en andere stoornissen? Het wordt tijd voor een duidelijker beleid. Moeten we elk jaar de beer loslaten om te denken dat die daardoor rustiger wordt?

Grote Toren van Babel Pieter Breughel de Oudere

Grote Toren van Babel
Pieter Breughel de Oudere

Megalomanie
Freule Petronella van Seyst
5 december 2015

Op Cyprus, samen met mijn Hongaarse vriendin douairière Clementia, ligt Zeist ver weg. Ik denk nauwelijks meer na over wat in het dorp gebeurt. Maar soms komen zaken weer terug in mijn herinnering. Meestal is er een aanleiding voor, zoals nu het echec van ROC Leiden. Daar maakten bestuurders het nog bonter dan bij de scholen-mastodont Amarantis. De bouwwoede voor nieuwe vestigingen van het ROC kende geen grenzen. Een hotel erbij of een supermarkt: prachtig toch en mooi meegenomen! Tijdens de aanbieding van het rapport “Ontspoorde ambitie” over het wanbestuur bij ROC Leiden zei de minister: “Opnieuw een rapport over falend bestuur en toezicht op een groot ROC.” Ze doelde inderdaad op de scholenkoepel waar onze burgervader toen voorzitter van de Raad van Toezicht was.

Waarom laten bestuurders en toezichthouders zich leiden door hun ambities en doen zij niet waarvoor ze zijn aangesteld: doelmatig, effectief en transparant besturen en toezicht houden? Omgeven door verblinde volgelingen en overmoedige raadgevers worden droombeelden realistisch, althans in hun gedachten. De bestuurders zien zich als de nieuwe helden van Nederland. Zouden ze de risico’s ook hebben genomen wanneer het eigen geld betrof en zij failliet konden gaan? Nu het om vele tientallen miljoenen van de overheid gaat was kennelijk elk risico acceptabel. Geld speelt geen rol en het moet rollen! De verantwoordelijke bestuurder van Gaal, what is in the name, zei voor de publicatie van het rapport dat hij het allemaal weer net zo zou doen. Daarna reageerde hij: “Ik wacht de ontwikkelingen met vertrouwen af.”
Of hij heeft er niets van geleerd of hij verwacht dat hij daarmee weg komt. Net als onze voormalige toezichthouder bij Amarantis, die zei dat hij daar kolossaal had geïntervenieerd. Waarom zou hij zich dan terugtrekken als burgemeester? Amarantis en Zeist hadden toch niets met elkaar te maken? De bestuurder werd door de raad van Zeist weer op het schild gehesen, hoewel hij voorafgaande aan zijn herbenoeming over het Amarantis-lijk in de kast had gezwegen als het graf. Het was hem toch niet gevraagd? De burgers die hem hadden durven kritiseren ontvingen als dank schimpscheuten van raadsleden.
Hoe gaat het nu met ex-onderwijsminister Hermans, oud-voorzitter van de raad van commissarissen van Maevita? Die zorginstelling ging failliet en liet een schuld achter van 48 miljoen euro. Gaat de FNV hem nog financieel aansprakelijk stellen of niet?

Onaantastbaar en boven de wet?
Hoe kan het dat verantwoordelijken niet worden afgerekend op onbehoorlijk bestuur? Volgens het wetboek zijn er wel mogelijkheden voor vervolging. Waarom wordt daar geen gebruik van gemaakt? Is het omdat veel anderen ook boter op hun hoofd hebben? De gemeente Leiden die bouw van de Landmarks toestond. De inspectie die in Nederland soms wel blaft maar meestal niet bijt. Adviseurs die de bestuurders naar de mond praatten? Het ministerie dat de zaak op zijn beloop liet? De minister die lang niet reageerde hoewel het Amarantis drama nog vers in het geheugen lag?
Doordat velen tekort schoten wordt het lastig een dergelijke zaak aan te pakken. Kennelijk is gedeelde verantwoordelijkheid geen verantwoordelijkheid in plaats van een gezamenlijke. Iedereen kan naar anderen wijzen. Maar zou zoiets niet aangepakt kunnen worden door te spreken van een criminele organisatie? Want in wezen is dat zo. Wanbestuur en misbruik van verantwoordelijkheid als gevolg van het onnodig risicovol besteden van overheidsgeld met grote gevolgen voor de leerlingen, docenten en de subsidiegever en dus voor ons allen als belastingbetalers.

Veel van de bestuurders komen uit politieke en zakelijke echelons. Daar is het een kwestie van geven en nemen. Mannen van de wereld die de lakens uitdelen, soms ook letterlijk. Kijk eens wat voor een haantje de voorste ik ben! Op de Bühne maken zij zich druk over bonnetjes van declaraties, maar om de zware vergrijpen bekommert men zich nauwelijks. Stel dat de beerput opengaat, dan moeten ze met ‘de billen bloot’. In de USA gaat men dit soort praktijken veel harder te lijf. Kijk wat er bij de wereld voetbalbond gebeurt. De FIFA-notabelen worden zelfs in Zwitserland uit hun winterslaap gewekt en opgepakt. Hoe slap is de reactie in Nederland. Gedogen kan soms best goed uitpakken, maar bij het roekeloos besteden van gelden past geen pardon. Anders wordt de belastingmoraal en het vertrouwen in organisaties aangetast. Wie wil er nu betalen voor politici en anderen die hun grootheidswanen najagen?

Hoe zit het in Zeist?
Hier is het niet veel beter dan elders. In de dorpse ons-kent-ons cultuur houden de belangrijkste partijen en spelers elkaar zorgvuldig vast. ‘Samen sterk’ is het parool van de Zeister families, anders vallen we allemaal. Dat is zo in de raad, en ook tussen de gemeente, projectontwikkelaars en woningcorporaties.
Hoe zat het indertijd met de uitgaven voor het gemeentehuis? Van een schatting van 7 miljoen euro klommen de kosten geleidelijk op via 17 en 20 naar 24 miljoen. De burgemeester zou ervoor zorgen dat het bedrag niet verder werd overschreden. Alleen dankzij een truc kwam het niet hoger uit. De inkomsten uit de verkoop van de achterliggende grond voor nieuwbouw werden bij het project getrokken. Mooi zo’n hoog bedrag van 6 miljoen aan inkomsten per 1 januari aanstaande. Alsof dat niet apart moet worden geboekt als algemene baten. Wat krijgt de bouwer van het gemeentehuis voor die zes miljoen terug? Misschien een toezegging om elders te bouwen, want de geplande appartementen worden niet verkocht. Kennelijk was de afgesproken prijs van de bouwgrond te hoog zodat de huizen te duur werden. Door dit soort geldverslindende projecten blijft in Zeist minder geld over voor algemene voorzieningen, zoals cultuur, sport, groen etc.

Ook de verwevenheid van de gemeente met de Zeister corporaties is zorgwekkend. Zo werd voor het ambitieuze project Kerckebosch tussen Zeist en Seyster Veste een kosten verslindende werkmaatschappij (WOM) opgericht. Verder stond Zeist feitelijk garant voor de realisering van het bouwproject Vogelwijk van De Kombinatie. Dat leverde een verlies op van 4,12 mln. euro. Ook staat de gemeente in laatste instantie voor 25 procent borg voor de verliezen van de Zeister corporaties wanneer die zouden omvallen. Het totaal bedrag van de borgstelling is maar liefst 304 miljoen, waarvan 76 miljoen risicodragend.
Hoe zit het met het Enecoterrein waar een totaal overbodige supermarkt moet komen? Die zal zorgen voor minstens 10 procent verlies bij de andere supermarkten in Zeist.
Op verzoek van de gemeente had Seyster Veste het Enecoterrein in 2005 aangekocht. Daar moest een torenflat worden gebouwd als een eyecatcher voor Zeist. Dankzij een brede volksbeweging werd dat voorkomen. Daarmee was de verwachte winst van de corporatie verdwenen. Geen nood nu in het huidige plan een supermarkt is opgenomen. Klopt dat eigenlijk wel met de inmiddels gewijzigde taakstelling van corporaties? Gaat het om een overgangsregeling, een gedoogconstructie of is het gewoon illegaal?

Door het extra verkeer dat de supermarkt zou aantrekken wil de gemeente het autoverkeer omleiden over het busstation. Hoe verzin je het. Dat levert daar weer weerstand op en niet ten onrechte. Laten we hopen dat overstekende passagiers niet worden geplet door de stroom van duizenden auto’s. Als er ongelukken gebeuren volstaan dan excuses? De dooddoener achteraf dat met de kennis van nu het anders zou zijn besloten? Kortom, een ongezonde verstrengeling van belangen waardoor de gemeente en de corporaties elkaar gegijzeld houden met de gevolgen van dien.

Wie is nu eigenlijk de baas?
Als je dat alles van een afstand overziet, vraag ik me af waar de dualiteit in het bestuur is. Durven raadsleden bij ondoordachte voorstellen hun wethouder of het college af te vallen? Wat is het verschil tussen de jaknikkers bij ROC Leiden en die in Zeist? Is informatie over dualiteit genoeg om als raadslid ruggengraad te krijgen? Of moet je leren bijten in plaats van blaten als makke schapen? Wie is eigenlijk de baas in onze representatieve democratie? Wat gebeurt er wanneer raadsleden hun verantwoordelijkheid niet nemen en hun onafhankelijkheid afleggen? Dan rest de bevolking alleen acties, beroepsprocedures en bij volgende raadsverkiezingen anders stemmen of helemaal niet meer. Volgens onderzoeksbureau Gfk hebben Amerikanen en Nederlanders het meeste vertrouwen in het beroep van brandweerman, het minste in de politicus.
Kom op dames en heren raadsleden, keer het nu eens om. Neem uw bestuurlijke verantwoordelijkheid serieus en controleer het college. Kruip uit uw schulp. ‘Dispereert niet’ staat op de beurs van Berlage. Wanhoop niet en laat je horen ten behoeve van het algemeen belang. Zelf ga ik voorop in de strijd als het nodig is, vrij en onbevreesd.

Ik laat jullie achter met mijn overpeinzingen en ga maar weer eens naar Clementia. Die bereidt vandaag het diner. Zij weet hoe de hazen lopen, altijd naar kool en andere lekkernijen. Ik snuif de heerlijke geuren al op. Vandaag pittige Hongaarse gulyas met vis, crème fraîche en mijn favoriete rode wijn. Bon appétit.

Waarom ontsporen projecten?
Lessen voor Zeist.
Freule Petronella van Seyst
fyra1
18 juni 2015

Ik kon het niet laten om de verhoren van de parlementaire enquête over het Fyra debacle te volgen. En natuurlijk het debat over de kostbare vastgoed strapatsen van de leiding van ROC leiden. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, ook bij mij. Wat een armoei. Ik moest terugdenken aan andere affaires zoals die van de scholenmoloch Amarantis en vele projecten in Zeist en omgeving. Zaken die grandioos ontspoorden en tegen hoge kosten weer op de rails moesten worden geholpen. Nu ligt de hoge snelheidspoorlijn er wel, maar de Fyra-treinen rijden er niet.

Waar ligt dat aan? Louter aan het onbenul en het streven naar macht van sommige bestuurders en toezichthouders? Zien zij het terugkomen op gewekte verwachtingen als een politieke nederlaag? Nemen zij omwille van de continuïteit van beleid de risico’s van falen op de koop toe? Of zit het dieper? NRC, een van weinige kwaliteitskranten in het Nederlandse taalgebied, gaf alvast een eerste analyse van de zaak. Dat scheelt de parlementaire commissie een hoop werk. Ik gebruik de lessen die NRC noemt als kapstok voor mijn beoordeling van projecten in Zeist.

Lessen uit het Fyra-drama
Financieel realisme ontbrak bij het Fyra-drama. Inderdaad zien we dat vaak bij grote en ingewikkelde projecten terugkeren. Verblind door ambities schatten opdrachtgevers risico’s structureel te laag in en verwachten zij steevast te hoge opbrengsten. Een vorm van wensdenken. Hoe zat het ook al weer bij het Zeister gemeentehuis, Hart van de Heuvelrug, Kerckebosch en andere projecten? Daar bleken de kosten hoger te worden dan begroot en vielen de de opbrengsten lager uit. Omdat de projecten waren begonnen moesten de tekorten worden gecompenseerd uit reserves die eigenlijk niet daarvoor bedoeld waren. Of men begrootte eenvoudigweg extra opbrengsten in de toekomst. Sommigen zeggen dan: het is toch opgelost? Ze vergeten dat het geld maar eenmaal kan worden uitgegeven. Het is dus niet meer voor andere doelen te besteden. Laat staan dat voor de burgers een lastenverlichting in zicht komt. Gelukkig heeft de gemeente nu haar risicomanagement aangescherpt.

Een duidelijke taakverdeling en verantwoordelijkheid ontbrak bij het Fyra dossier. Bij het programma Hart van de Heuvelrug waren maar liefst 17 verantwoordelijke instanties en organisaties betrokken. Dat maakt het lastig om tot een realistisch en haalbaar programma te komen. Elke organisatie wil namelijk de eigen ambities maximaal waarmaken. Dat leidt tot gedrochten van afspraken, die tijdens de rit financieel niet haalbaar blijken. Of de ambities moeten worden bijgesteld, of er moet geld bij. Of er moet geld bij dat de betrokken overheid toch wel aanvult. Beide gebeurden.
Iets soortgelijks was bij het project Kerckebosch het geval. Daar ging de woningcorporatie Seyster Veste het pad op van projectontwikkelaar. Bovendien was de gemeente bij de grondexploitatie als belanghebbende betrokken. Dat maakt het lastig, zo niet onmogelijk objectief vanuit het algemeen belang de eigen activiteiten te beoordelen. En dat is toch een essentiële taak van de gemeentelijke overheid. Bij het gemeentehuis was ook een belang van grondexploitatie aan de orde. Inmiddels is het besef doorgebroken dat de gemeente en Seyster Veste dit soort verstrengeling van belangen niet meer moeten willen.

Toezicht houden en goed informeren
Regel het toezicht beter, is een andere les. Zo was bij de Fyra de kwaliteitscontrole louter procesmatig. Men vertrouwde op een papieren controle van certificeringsbedrijven. Twaalf instanties oefenden op die manier toezicht uit en toch liep het mis. Specialisten die op locatie zaken onderzoeken waren niet nodig, vonden de toezichthouders. De gedachte dat alles vanachter het bureau kan worden beoordeeld is een wijd verbreid misverstand. Een controle op wat er in de praktijk gebeurt is een eerste voorwaarde voor het waarborgen van kwaliteit. En als een onderzoek ter plekke plaatsvindt, dan zie je regelmatig dat ingehuurde deskundigen de opdrachtgever in hun rapportages naar de mond praten. Een onafhankelijke inspectie is essentieel voor het welslagen van projecten. Ook in Zeist was veel mis met het toezicht op het nakomen van de voorwaarden voor projecten. Zo zouden beschermde diersoorten en beschermwaardige bomen in Kerckebosch nauwelijks voorkomen en werd de kwaliteit van natuurgebieden bij Hart van de Heuvelrug aantoonbaar verkeerd beoordeeld.

Informeer de Tweede Kamer tijdig en volledig, was de laatste les in NRC. Alleen zo is de volksvertegenwoordiging in staat haar controlerende taak te vervullen. Weliswaar fungeert in Zeist een raadscommissie die de financiële aspecten van projecten bekijkt. Daar zitten slechts enkele raadsspecialisten in die onder geheimhouding stukken mogen bekijken. Toch bleek steeds weer dat eerder uitgesproken verwachtingen over de haalbaarheid van projecten niet uitkwamen. Dat heeft volgens mij ook te maken met ontbreken van het standaard inzetten van een onafhankelijke rekenkamer bij dit soort projecten. Verder zorgt de geheimhouding ervoor dat burgerspecialisten niet kunnen meedenken met de raadsleden over wat er aan voortgang, effecten en cijfers wordt gepresenteerd. Weliswaar zijn er nu meer raadscommissies die zich met ingewikkelde projecten bezig houden, maar de geheimhouding van belangrijke stukken is een barrière voor een beoordeling die mede door burgerspecialisten wordt gedragen.

Waar blijft de enquête over de projecten van Zeist?
Kortom, we mogen dankbaar zijn dat de Tweede Kamer haar taak serieus neemt en de uitvoering van haar beleid kritisch door middel van openbare enquêtes bekijkt. Zo zou het in Zeist ook moeten en dat kan zeker. Alleen moeten in dat geval de Zeister dorpsbobo’s een stapje terug doen en accepteren dat niet alles hosanna is. Ze zouden moeten toestaan dat een onafhankelijke beoordeling van afgeronde en nog onderhanden projecten plaatsvindt. Bij zo’n beoordeling zouden ook burgers een inbreng kunnen leveren. Pas dan beschouw ik Zeist als een plaats met een volwassen gemeentebestuur.

Laat u zich niet weerhouden en vraag om invloed! Voor meer kwaliteit en minder ergernis en kosten. De gemeente is tenslotte niet louter het gemeentehuis en de raad. Primair vormen de burgers, de organisaties en bedrijven samen de gemeente. Toon uw moed gemeenteraad en zorg eindelijk eens voor echte openheid. Zonder vertrouwen in de burgers, geen vertrouwen van de burgers. Het moet van twee kanten komen. En als de burgers het vertrouwen in hun bestuur verliezen … waar blijft dan het bestuur?

Mijn Cassandra gevoel
Freule Petronella van Seyst
17 april 2015

Cassandra1Zoals een adellijke dame betaamt kijk ik af en toe in de spiegel om na te gaan hoe een ander mij ziet. Dat blijft lastig want ieder kijkt op een verschillende manier. Het hangt af van de eigen ervaring en opgedane kennis. Ik kijk bijvoorbeeld vaak naar boven en om mij heen. Dan zie ik de wolken, vogels, boomkruinen en gevels van huizen en gebouwen. Kleuren en vormen waar een ander vaak geen aandacht aan schenkt. Dat is soms best gevaarlijk. Als Freule van Zeist let ik ook op andere zaken dan vele mensen. Het klopt natuurlijk, maar niet op de manier zoals sommigen beweren. Als zou Petronella van Seyst een afwijkeling zijn, verslaafd aan eigendunk en behept met afgunst.

Gelukkig hoef ik mij als freule niet druk te maken over mijn status en laat ik ieder zo veel mogelijk in zijn of haar waarde. Wel probeer ik vingers op zere plekken te leggen, zodat we er allemaal beter van kunnen worden. Alleen vertalen anderen dat onmiddellijk naar ongunstige eigenschappen en het zogenaamde eigen belang van de boodschapper. Ik laat het voor wat het is. Wel heb ik soms het gevoel een soort Cassandra te zijn. Deze dochter van de koning van Troje had van de goden de gave gekregen om de toekomst te kunnen voorspellen, alleen zou niemand haar geloven. Ook mijn verwachtingen komen vaak uit, maar weinigen nemen die serieus. Hoe komt dat?

Ik denk dat het aan de menselijke aard ligt. Overdrijven van wat goed gaat en tegelijkertijd mislukkingen vergeten. Je ziet het bij het speculeren op de beurs, het overschatten van de mogelijkheden van succes bij kansspelen, het te optimistisch inschatten van projecten, het idee dat alles met ‘nieuwe’ werkwijzen en technologieën is op te lossen. Gelukkig krijg ik nog genoeg positieve reacties om door te gaan op mijn moeilijke weg. En: een freule staat altijd pal. Pardon, dat moet ik wel waarmaken. Vooruit dan maar. Uiteraard schrijf ik nu alleen over mijn successen. Zo ijdel ben ik wel.

Onheilsverwachtingen
Zo had ik voorspeld dat de kosten voor het gemeentehuis de pan uit zouden reizen. Mijn verwachting blijkt achteraf juist. Van een eerste schatting van 7 miljoen zijn de kosten opgelopen tot circa 30 miljoen. Ja zeker, de zes miljoen opbrengst van het te bebouwen gebied achter het gemeentehuis hoort helemaal niet tot het gemeentehuis. Nog steeds beweert de gemeente dat de kosten 24 miljoen zijn. Onze burgemeester had het toch beloofd? Zo kan iedereen zijn doelen halen. Een vorm van creatieve ‘voorlichting’ of van misleiding?

Het programma Hart van de Heuvelrug is net zo’n dossier waar alle betrokkenen de plank hebben misgeslagen. Daar zat ook de rood-groen uitruil tussen Dennendal en het Sanatoriumbos in. Met hun volle verstand calculeerden 17 overheden en andere organisaties hun toekomstige kosten en opbrengsten. Al meer dan 10 jaar waarschuwde ik samen met anderen dat het samengestelde project veel te optimistisch was begroot. En dat bleek helaas. Slechts met hulp van de provincie werd het programma gered ten koste van vele miljoenen. Zelfs nu nog wordt uitgegaan van te hoge opbrengsten van woningbouw in de toekomst. Wie dan leeft wie dan zorgt?

Woonpark Zeist is net zo’n megalomaan project. Op het terrein van Cadans en Delta Lloyd zou een superflat komen als landmark bij de entree van Zeist. Ondanks waarschuwingen, onder andere van mij, dat het ontwerp niet overeen kwam met de kenmerken van de Stichtse Lustwarande, drukte de gemeente het plan door. Het appartementencomplex zou voorzien in de woningbehoefte in Zeist en het leverde geld op. Althans, dat werd zonder een goede onderbouwing beweerd. Inmiddels is duidelijk dat op deze plek dit soort appartementen niet gewild zijn. Bovendien staan er al erg veel appartementen in Zeist te koop. Gelukkig stak de provincie er een stokje voor. Waar mijn contacten al niet goed voor zijn. Over het nieuwe ontwerp op dezelfde plek voor de Zeister Warande was de gemeente al even enthousiast. Kennelijk had zij niet geleerd van het vorige echec. Pas nu, na 9 jaar actie voeren, overleggen op voorstel van Stichting Beter Zeist alle belanghebbenden met elkaar, met ‘de benen op tafel’.

Kerckebosch is een apart geval. Daar protesteerden veel inwoners tegen de kap van het binnenbos. Maar het project van Seyster Veste en de gemeente moest en zou doorgaan. Ook waarschuwingen over de kosten werden in de wind geslagen. Maar de wal keerde het schip. Dat kostte wel 10 procent extra van het bos. En de uitbreiding van het aantal woningen zal bij lange na niet worden gehaald. De hoeveelheid sociale woningen is ook veel lager dan er eerst in Kerckebosch stond.

Een paar jaar terug schreef een andere columnist over de hoge salarissen van de directeuren van de Zeister woningcorporaties. De hoogte van de beloningen stond ook volgens mij niet in verhouding tot hun prestaties. Dat blijkt nu te kloppen. Een onderzoek uit 2014 van de landelijke koepelorganisatie Aedes laat het zien. Huurders van corporaties met lage bedrijfskosten zijn net zo tevreden als die van organisaties met hoge uitgaven. De bedrijfskosten staan los van het aantal woningen en van de onderhoudskosten van de huizen. De hoogte van de organisatiekosten varieert van circa 500 euro tot 1.600 euro per woning per jaar, met een gemiddelde van 1.086 euro. Hoe zit het in Zeist? U raadt het al: de twee corporaties met de hoogste salarissen van de directeuren hebben ook de hoogste eigen kosten. Concreet: Seyster Veste geeft aan eigen bedrijfslasten 1.624 euro per woning uit en De Kombinatie 1.279 per woning. Waar haalden hun directeuren het lef vandaan om zichzelf jarenlang maximaal te honoreren zonder dat zij voldoende letten op de bedrijfskosten? Linksom of rechtsom gaat zoiets ten koste van de uitvoering van de publieke taak van een goede volkshuisvesting voor de lage inkomensgroepen.

Nog een toetje als slot. Ik las onlangs het rapport ‘Drempelvrees’ van de Rekenkamer Zeist over snelheidsremmende maatregelen. Daar staat op pagina 42 dat ruim 90% van het jaarbudget van 4 miljoen euro voor verkeer en vervoer bestemd is voor parkeren. Parkeren heeft financieel gezien dus absolute prioriteit, niet het verkeer en vervoer. Het moet haast wel gaan over het verlies dat wordt geleden op de gemeentelijke garages. Daarover heeft een vriend van mij al vaak geschreven. Ik vraag mij af wanneer de gemeente wakker wordt en hier eens en voor altijd een streep haalt door de subsidiering van dit soort private zaken. Beter eenmaal verlies genomen en een ‘bleeder’ afgekoppeld, dan steeds blijven betalen voor andermans genot. Leer van hoveniers die ‘zuigers’ en ‘waterloten’ uit struiken en bomen snoeien. Het gemeentelijk struikgewas heeft kennelijk wel een beurt nodig.

Dilemma: ondergaan of aanpassen
Ik ben benieuwd of ik over enkele jaren weer moet constateren dat slechts enkelen hebben geluisterd naar mijn waarschuwingen. Anders moet ik mij maar aanpassen en laten behandelen voor mijn Cassandra-syndroom. Wie weet er nog een goede aanpasserij? Misschien helpt een functie als directeur bij Seyster Veste? Uiteraard niet zonder met een ‘marktconforme’ honorering. Als ik me eindelijk ga aanpassen, dan doe ik het goed. Dat is een freule eigen.

Cultuur op een koopje
FREULE PETRONELLA VAN SEYST,
14 MAART 2015

imagingService

Vondels hekeldicht Roskam

Nu mijn vriendin Clementia weer op Cyprus verblijft, heb ik genoeg tijd om mijn leesachterstand in te halen. Zo is er het bericht dat onze gemeente haar cultuurnota gaat actualiseren. Dat klinkt goed want wat is een wereld zonder cultuur? Vol verwachting begin ik de opdracht daarvoor te lezen. In zes bladzijden legt de verantwoordelijke ambtenaar van ons onvolprezen gemeentehuis uit wat de bedoeling is. Het epistel begint met de mededeling dat volgens de evaluatie de uitvoering van de vorige nota goed is verlopen. Dat doet mij deugd. Maar er zijn beren op het pad: de context rondom cultuur blijkt behoorlijk veranderd. Vandaar dat actualisering van het beleid nodig is met een omslag van zorgen voor … naar zorgen dat… “Daarvoor is het nodig een stip op de horizon te hebben, die organisaties en initiatieven verbindt en ze uitnodigt tot samenwerking en ondernemerschap.”
Laten we daarbij maar hopen dat cultuur ook niet zelf een stip op de horizon wordt.

Veel organisaties zitten volgens de opdracht in de overgang van subsidies voor instandhouding naar die voor prestatie- of output. Van aanbodgericht naar vraaggericht. In het kader van de bezuinigingsdialoog moeten gemeente en samenleving met elkaar de bakens verzetten. Dat gebeurt in een interactief proces. Het begint me te dagen. Zou het simpelweg gaan om ordinair bezuinigen op cultuur?

Ik lees in de nota over de culturele context in Zeist:
“Er is veel dynamiek in het cultuurveld zelf en in het denken over cultuur. Er wordt meer verwacht van het culturele veld, maar het cultuurveld zelf is óók bezig ‘zichzelf opnieuw uit te vinden’. Er is een sterke innovatiedrang, in de vorm van bijvoorbeeld netwerken, digitalisering, projectmatig werken en het in gang zetten van cross overs met andere werk- en beleidsvelden. Daarbij passen nieuwe verhoudingen en rolverdelingen: met de samenleving, met andere beleidsvelden, met het bedrijfsleven, met de overheid. Het actualiseren van het gemeentelijk kunst- en cultuurbeleid kan dienen als een verdere versterker van de verbindende, activerende en innovatieve rol in relatie met de samenleving. Zo draagt het bij aan de realisering van de coalitiedoelstellingen (‘Samen kansen pakken’).” Het gaat om een cultuuromslag in het kunst- en cultuurveld. Ook wordt gesproken over “het verbinden en verder versterken van samenhang van beleidsontwikkeling.” Waar haalt de schrijver het vandaan. Uit andere nota’s over bezuiniging? Dat is een veel voorkomende vorm van hedendaagse creativiteit.

Cultuurambities en geld: meer met minder?
Vervolgens worden vier centrale vragen gesteld:
o Het ideaalplaatje voor deze plaats: een bruisend cultureel en maatschappelijk leven.
o Het meer zichtbaar en toegankelijk maken van kunst en cultuur.
o Het wederzijds versterken van kunst/cultuur en het centrum van Zeist.
o Hoe doen we dat allemaal, ook financieel?
Bij het laatste punt komt de aap pas goed uit de mouw. Gewezen wordt naar de bezuinigingsdialoog en de begroting. En naar de uitkomst van de gehouden evaluatie dat nieuwe ambities niet realistisch zijn. Verder gaat het over parallelle processen die geschakeld moeten worden en over focussen, keuzes maken en prioriteiten stellen.

Wat zegt me dit alles? Allereerst dat men erg veel woorden nodig heeft om gewoon te zeggen dat er bezuinigd moet worden. Zou de ambtenaar die dat toch zelf heeft geschreven per woord worden betaald of heeft ze te veel tijd? Dat biedt perspectief voor een bezuiniging op het gemeentehuis. ‘En passant’ kan de kersverse wethouder cultuur ook wel wat salaris inleveren nu zijn portefeuille wordt uitgekleed. Met dank aan de verzakelijking en privatisering.
Verder wordt duidelijk dat de sector zelf mag mee praten waar en hoe wordt bezuinigd. Dat biedt de gemeente een prachtige gelegenheid na het getouwtrek van de subsidietrekkers knopen door te hakken.

Bovendien laat de opdracht zien dat het rendementsdenken ook aan de kunstsector wordt opgelegd. Het gaat niet zozeer om de persoonlijke keuzen en expressie van kunstenaars, maar om de productverkoop en dienstverlening tegen betaling. Als het product goed is dan wordt het toch verkocht? Is dat zo? De meeste kunstenaars werken niet primair voor het geld van de subsidie, maar ze moeten wel leven en overleven. Het maken van kunst is hun missie en ‘drive’. Een passie, een hart voor meer immateriële zaken die we in de samenleving te veel missen. Waarom niet vrijelijk experimenteren wat tot nieuwe mogelijkheden kan leiden. ‘L’art pour l’art’ is kennelijk niet meer van deze tijd. Bij onze oosterburen ligt dat anders. Daar is ‘Kultur und Bildung’ nog springlevend en steunt de overheid dat nadrukkelijk.

In ons landje heeft cultuurgoed vooral waarde in het handelsverkeer. Bij programma’s als “Tussen kunst en kitsch” is meestal de hamvraag wat iets waard is. Op dat moment zie je de mensen opveren met eurotekens in hun ogen. Kunstwaarde staat zo gelijk aan marktwaarde. Vindt u dat, jammer voor u. Geniet u ook van zaken die niet als waardevol in de verkoopcatalogus staan? Streven we echt allemaal om een Dagobert Duck te worden?

Wees helder over wat je wilt
Volgens een onderzoek van Berenschot besteden de provincies in vergelijking met 2011 nu gemiddeld 23 procent minder aan kunst, erfgoed en letteren. Er zijn wel grote verschillen tussen de provincies. Zo wordt in Friesland, Drenthe, Gelderland en Zeeland juist meer geld geïnvesteerd in kunst. In Overijssel, Zuid-Holland en Utrecht blijft echter minder dan een kwart van het kunstbudget over. Vandaar dat de onderzoeksleider concludeert: “Het is de vraag of in provincies met dergelijke kortingen de infrastructuur voor de kunsten en bibliotheken kan blijven voortbestaan.”
Het gaat dus om kiezen voor of tegen overheidssteun aan kunst, cultuur en erfgoed. In deze gemeente komt de eigen bezuiniging nog eens bovenop die van de provincie en het rijk. Hoe zit het dan met die ambities voor Zeist, zoals die in de centrale vragen voor de nota staan?

Als kunstminnaar zeg ik: weg met zo’n taakopdracht. Zeg in plaats daarvan dat je wilt bezuinigen en dat je kunst een restpost vindt op de begroting. Goed voor de elite die het kan betalen net zoals in de ‘goede oude tijd’. En wanneer je de uitgesproken kunstambities wel wilt realiseren, besteed dan daar ruimhartig geld aan. Kunst en cultuur blijven zo niet alleen toegankelijk voor een welgestelde freule zoals ik, maar ook voor Jan met de Pet en Maria Modaal en hun kinderen. Of moeten we straks allemaal een standaardbroodje cultuur eten?
Ik moet denken aan een paar dichtregels van Vondel uit ‘Roskam’, een hekeldicht uit 1629/1630, waarin hij de vloer aanveegt met verhullende, schone schijn.

De waerheyd eyscht het hart, en niet soo seer ’t gebaer.
Dit laeste sonder ’t eerst, dat maeckt een’ huychelaer;
Die by een cierlijck graf seer aerdigh word geleecken:
Vol rottings binnen, en van buyten schoon bestreecken.

In meer hedendaags Nederlands:

De waarheid vereist het hart, en niet zozeer het gebaar.
Dit laatste zonder het eerste, dat maakt een huichelaar;
Die bij een sierlijk graf heel treffend wordt vergeleken:
Vol verrotting binnen, en van buiten schoon bestreken.

In navolging van Franciscus
Freule Petronella van Seyst, 30 december 2014

StFrancis_part

Franciscus van Assisi, fresco in Klooster San Benedetto in Subiacco

Af en toe trekken mijn vriendin douairière Clementia en ik ons terug in de bergen. Dat deden we dit jaar ook voor Kerstmis. Samen genieten van het woeste landschap, een fysieke confrontatie met onze nietigheid. In de blokhut branden wij het vuur van de vriendschap en klinken op onze relatie. Dagen gaan voorbij: wandelend, mediterend en genietend van de kou en de warmte van het aardse bestaan. Hoewel wij geen zin hebben in contact met de buitenwereld, maken we een uitzondering voor de boodschappen van koningen en de paus. Solidariteit is hun algemene boodschap. Plaats je niet op een voetstuk. Bekommer je om de medemens en help anderen. De ware Kerstboodschap.

Zelf ben ik protestants opgevoed. Ik voel mij niet aangetrokken tot de hiërarchische structuur van de Rooms Katholiek Kerk. Clementia houdt echter van een uitbundige inrichting van godshuizen. Zij voelt zich thuis bij de liturgie van het Katholieke geloof. Wel hekelt ze de uitspraken van hun kerkvorsten. Clementia ervaart deze als een aanslag op haar diepste wezen, daar zij mij als levenspartner lief heeft. Zoiets wijst haar kerk echter af. De komst van paus Franciscus geeft mijn vriendin weer hoop dat de aloude kerk haar oorspronkelijke boodschap verkondigt.

De les van Franciscus: de vijftien ziektes
Wat paus Franciscus in de jaarlijkse kerstboodschap de Vaticaanse curie en kardinalen voorhield, had Clementia niet voor mogelijk gehouden. Natuurlijk, Franciscus gaf door zijn daden al het goede voorbeeld, maar nu durfde hij het machtige kerkinstituut de les te lezen. En wat voor een les. “Een curie die zichzelf niet kritiseert, zichzelf niet update en zichzelf niet probeert te verbeteren is een ziek lichaam”, zo sprak hij. De paus noemde “vijftien ziektes” waaraan het bestuur van de kerk lijdt. Hij verwacht een hoog spiritueel niveau van zijn medewerkers. 
Met deze uitspraken spoort de pastoraal leider hen aan zich verder geestelijk te ontwikkelen.

Natuurlijk reikt de boodschap verder dan de curie. In wezen kunnen wij allemaal lering trekken uit de les van de paus. Vandaar dat ik hier in het kort de door hem genoemde vijftien kwalen weergeef:

  • Leiden aan spirituele Alzheimer;
  • Leiden aan existentiële schizofrenie, het verliezen van contact met de werkelijkheid;
  • Tonen van onverschilligheid naar anderen;
  • Tonen van een begrafenisgezicht, als symptoom van angst en onzekerheid;
  • Plegen van een terrorisme aan roddels;
  • Te veel plannen, beperken van de Heilige Geest;
  • Te hard werken, ook rust is noodzakelijk;
  • Geestelijk mentaal en hard zijn, menselijke gevoeligheid verliezen;
  • Vormen van ‘gesloten kringen’ die sterker willen zijn dan het geheel;
  • Werken zonder coördinatie;
  • Rivaliseren of opscheppen;
  • Verheerlijken van de eigen bazen, in de hoop op hun welwillendheid;
  • Het gevoel onsterfelijk, immuun en onmisbaar te zijn;
  • Steeds meer willen;
  • Verlangen naar wereldlijke winst en pronken.

Wat leren we van deze les?
Iedereen kan zich herkennen in de les over de ziektes van de curie. Ieder voor zich en in relatie tot anderen. Daarom probeerden Clementia en ik tijdens de rest van onze retraite ook bij onszelf deze kwalen te ontdekken. Dat was confronterend en tegelijkertijd verhelderend. Het leidde tot afspraken hoe we verder zouden gaan op ons levenspad. Samen in navolging van Franciscus belangeloos en onverveerd strijden tegen onoprechtheid en onrecht. In onze daden er zijn voor anderen in saamhorigheid en solidariteit. Mooie voornemens zo aan het einde van het jaar.

Wij wensen dat ook anderen zich aan een zelfonderzoek wijden. Deze wens gaat eveneens uit naar de wereldse leiders van de aloude plaats Seyst. Daar is nog veel te doen, denken wij. Wellicht dat onze wens doorklinkt in het Nieuwjaarspraatje van de burgemeester in Slot Zeist. Dan liever geen obligaat verhaal over de prestaties onder zijn leiding of een poging de galm in de gemeentekerk te houden. Geen pappen en nathouden of stroop om de mond smeren. In plaats daarvan zou hij als Rooms Katholieke burgervader in navolging van Franciscus moed en moreel leiderschap kunnen tonen. Dat kan door voor de verzamelde ‘gemeentecurie’ en ‘raadskardinalen’ hun kwalen te benoemen en verder het goede voorbeeld te geven. Dat zouden wij echt een kolossale interventie vinden. Daarbij verbleekt zijn interveniëren bij Amarantis. Een mens is tenslotte nooit te oud om te leren.

Terwijl buiten de blokhut de schemering valt, drinken wij bij het haardvuur op onze toekomst en op die van onze geliefden. Ik klink ook op Seyst en Clementia proost op haar geboorteplaats in Hongarije. Een duo apart, verbonden in overeenkomsten en verschillen. Uiteindelijk dooft het vuur langzaam uit en leggen wij ons samen te slapen, vervuld van de inspirerende gedachten van Franciscus.

 

00d39fc8be1d1f20e15d1c9127ef978b9f2db3f0Regenten van het Leprozenhuis Amsterdam, olieverfschilderij, 1835, Jan Adam Kruseman, in het Rijksmuseum

Waeckt de Overheyt?
Freule Petronella van Seyst27 oktober 2014

In oktober pleeg ik mij terug te trekken en rustig het begin van de herfst af te wachten. Eindelijk eens tijd om achterstallige post door te nemen en me te bezinnen over de golfbeweging van het leven. Ook het rapport “Zorgen om Zeist” van Stichting Beter Zeist kwam weer te voorschijn. Waren achteraf gezien de risico’s die daarin stonden realistisch geschat? Nu ben ik geen cijfer-fetisjist, maar het lukt me wel belangrijke zaken uit de cijfers op te duiken. Dus druk aan de gang gegaan met de gemeentelijke jaarstukken.

Wat me in de begroting 2015 opviel was de mogelijke tegenvaller van 6 miljoen euro als gevolg van het failliet van de Zonnehuizen. Ik kende de goede bedoelingen van de oprichters van de antroposofische tehuizen. Helaas ontbrak het hen aan financieel management, zodat Zeist op de blaren kan zitten. Zij moet wettelijk voor vervangende onderwijsvoorzieningen zorgen. De gemeente heeft eveneens financiële banden met andere zorginstellingen, sportverenigingen en woningbouwcorporaties. Dat betekent dat er meer aanzienlijke tegenvallers kunnen opduiken.

Risico’s voor Zeist?
In de begroting 2015 vermeldt Zeist haar financiële risico’s. Dat gebeurt door per risico de kans te schatten dat het maximale bedrag moet worden besteed. Zo is de kans dat 6 miljoen moet worden gebruikt in verband met de Zonnehuizen op 30% gesteld. Dat zorgt in de begroting voor een negatief financieel gevolg van 1,8 miljoen. Het totaal van de schattingen van de verwerkte risico’s komt uit op 45 miljoen euro. Dat is 10 miljoen minder dan in de begroting 2013. Allereerst heeft het te maken met de aanpassing van de bouwplannen voor Kerckebosch. Hetzelfde geldt voor Hart van de Heuvelrug. Daar draagt de provincie Utrecht extra bij door geen rente te vragen.

Stichting Beter Zeist heeft in haar rapport sterk aangedrongen op een sanering van de risico’s. Dat is de gemeente voorlopig gelukt, ook door verlies te nemen. Maar het vergde een versobering van de plannen en in Kerckebosch wordt 10% meer bos opgeofferd. Achteraf gezien blijken de schattingen in het rapport van Stichting Beter Zeist bij ongewijzigd beleid realistischer dan die van de gemeente. Overigens zou ik graag willen weten hoeveel aan geld en waarden de gemeente de afgelopen 10-15 jaar heeft moeten afboeken.

Er blijven echter genoeg valkuilen over. Dat geldt vooral voor de naar de toekomst verschoven opbrengsten uit woningbouw in Soesterberg. Wat te denken van de risico’s van de garanties voor regionale samenwerkingsverbanden? In de officiële documenten met een accountantsverklaring staat dat die moeilijk zijn te voorspellen. Vandaar dat ze niet worden meegenomen in het overzicht van de cijfers …. Daar kunnen best wel wat lijken uit de kast komen. En vergeet de garanties niet die Zeist verleent aan woningbouwcorporaties. Het gaat om een garantstelling in derde instantie van 25% van 304 miljoen euro aan leningen. Uit de stukken kon dit pas afgelopen januari worden afgeleid. Verder worden nog geen risico’s vermeld voor de plannen Stationsgebied Driebergen-Zeist en Zeist-centrum.

Nu zullen de tegenvallers niet allemaal tegelijkertijd optreden en niet voor de maximale omvang. Om dat te schatten wordt de Monte-Carlo simulatie gebruikt. Nu ken ik de gokwereld op mijn duimpje. Zo probeerde ik mijn familiekapitaal aan te vullen. Dat viel niet altijd mee, want resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’.
Met dat simulatiemodel berekenen gemeenten vele malen de mogelijke uitkomsten. Het gebeurt door het invoeren van een verwachte variatie van gegevens. De uitkomst van de berekening geeft 90 % zekerheid over de omvang van de risico’s. Dat komt voor Zeist uit op zo’n 15 miljoen. Dat is slechts een derde van het totaal van 45 miljoen voor de afzonderlijke risico’s. Laat het weerstandsvermogen bijna net zo groot zijn als de lage Monte Carlo uitkomst van 15 miljoen. De mogelijke tegenvallers lijken dus keurig afgedekt.

There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics.
De statisticus George E. P. Box zei al: “
Essentially, all models are wrong, but some are useful”. Een model, dat op de meest gebruikelijke afwijkingen is gebaseerd, kan echter in uitzonderlijke situaties falen. Soms hebben ontwikkelingen een gemeenschappelijke oorzaak en zijn ze onderling afhankelijk. Daardoor kunnen ze elkaar verzwakken of versterken met alle gevolgen vandien. Zeldzame ontwikkelingen worden daardoor niet altijd goed voorspeld. De complexe werkelijkheid is weerbarstig en haar dynamiek is moeilijk in een model te vangen. Dat geldt voor het weer, voor de economie en voor projecten. In goede tijden staan alle seinen op groen. Dan zijn de korte termijn risico’s gering. Wanneer de tijden slechter worden, zouden de meeste seinen juist op rood moeten staan.

Overigens heb ik niets tegen modellen. Ik ben tenslotte zelf model geweest waar de adellijke crème de la crème zich aan kon spiegelen. Maar dat ter zijde. Uit de stukken blijkt dat eerst de omvang van de afzonderlijke risico’s wordt geschat. Vervolgens wordt met de Monte-Carlo simulatie de kans afgeleid dat de gezamenlijke risico’s optreden. Kan er daardoor een te grote verandering van de risico’s ontstaan? Is het gebruikte rekenmodel voldoende toegespitst op de situatie van gemeenten? Werden alle mogelijke invloeden daarin verwerkt? Zijn er per invloed voldoende gegevens beschikbaar ook voor bijzondere omstandigheden? Is de onderlinge afhankelijkheid van invloeden in het model verwerkt? Blijft de resterende onzekerheid van 10 % niet erg groot? Wordt het model niet gebruikt om een schijnzekerheid te creëren? Kortom genoeg vragen waarop we het antwoord niet weten.

Ik weet wel dat bij langdurige projecten de uitgaven later zijn terug te verdienen. Maar gedane investeringen kosten echter jarenlang extra geld. Dat komt niet altijd terug. Geld dat is gespendeerd kan niet voor iets anders worden gebruikt. Te veel en ondoordacht uitgeven op basis van fictieve zekerheden leidt tot dwang en onvrijheid voor de gemeente. Daarom rekenmeesters van Zeist, verlaat u niet alleen op modellen. ‘Let op u seack’ en reken u niet rijk. In dat verband dacht ik aan een gedicht uit 1576 van Valerius in ‘Gedenck-Clanck’ uit 1626. Dat was een waarschuwing tegen het ‘Spaans bedrog’. Het gedicht heb ik iets aangepast voor Zeist.

Vrij naar Valerius

O, Zeist, let op u saeck
De tijt en stond is daer
Opdat nu in den hoek niet raek
U vrijheit, die voorwaer
U ouders hebben dier gecocht
Met goed en bloet en leven
Want sy werd nu gantsch en ‘teenemael gesocht
Tot niet te zijn verheven

Neemt acht op uwer landen staet,
u volck end’ dorpen meest
syn sterck, end’ daer is raet en daet
van outs altyt geweest;
u adel is manhaftich, vroom,
men vind niet haers gelijcken;
houd ’t rampzalig schuldenspook doch,
ik bid u, inden thoom,
dat hy van ons mach wycken.

Beschut, beschermt, bewaert u dorpen
Let op het geldelijck bedrog
ey, laet niet nemen uyt u hand
U Privilegien toch
Maar thoont u elck een man vol moed
In ’t houden van u wetten
Boven al dient het volck en valt het steets te voet
Dat het op u mach letten

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

GELD MOET ROLLEN IN NIEUW ROMMELDAM
Freule Petronella van Seyst9 juni 2014

Net teruggekeerd uit Cyprus ga ik met mijn hartsvriendin naar Zeist om Pinksteren te vieren. Wij rijden de Stichtse Lustwarande binnen of althans wat er van over is. Het Cadansgebouw is inmiddels gesloopt. Daar zou een mooi landhuis niet misstaan. Naast dit braakliggend terrein zien we een huurpand van de Triodos Bank. “Geld moet rollen” staat met grote letters op het reclamebord te lezen. Dat zet me aan het denken. Stond dat ook niet in een van mijn favoriete verhalen van Marten Toonder? Die parvenu van een Olivier B. Bommel, de nieuwe rijke die graag mee wilde doen met de Bovenbazen? Hij zette de zaak wel op stelten, maar uiteindelijk bleef alles zoals het was. Zo ging het in Rommeldam. Hoe gaat het in Zeist en omgeving?

Hoe zit het eigenlijk met die Triodos Bank?
Mijn vriendin, douairière Clementia, zoekt het voor me op en zegt: “Het bedrijf schijnt een kampioen te zijn in duurzaam bankieren en is gericht op sociale en milieuopbrengst. Volgens de Financial Times was het in 2009 de meest duurzame bank ter wereld.”
“Dat klinkt goed.” antwoord ik. “Eindelijk een bank die weet wat onze planeet en wat de mensheid nodig heeft.”
“Wacht even,” zegt mijn vriendin, “Hier staat nog wat. De bank heeft in 2010 een nepprijs gekregen, omdat zij in 2010 de kwakzalverij het meest heeft bevorderd. Ook was er kritiek op het financieren van de Islamitische Universiteit in Rotterdam. De rector van deze instelling is namelijk een voorstander van de doodstraf voor homoseksualiteit.”
“Een voorbeeld van tolerantie,” snier ik.

Thuis zoek ik nog wat informatie op over de bank, want we willen duurzaam bankieren. Het geld stroomt daar binnen, dat is duidelijk. Veel mensen willen immers net als wij verantwoord investeren. Maar waaraan wordt het geld besteed? Het blijft lastig voldoende projecten te vinden die aan de eigen eisen voldoen. Het geld moet tenslotte ergens heen rollen om te renderen. Wat is er dan gemakkelijker een eigen, duurzaam kantoor te bouwen. Een gebouw van 12.500 m2 oppervlak en zes lagen hoog. Dat gaat ver uit boven de eigen behoefte en het zorgt ervoor dat kantoorruimte in Zeist wordt verlaten. Tot mijn ontsteltenis komt het gebouw in het landgoed De Reehorst bij het treinstation Driebergen-Zeist. Vooral daarop richt de kritiek zich van groene organisaties. Zij hebben een duurzamer optie voorgesteld, maar naar hen luistert de bank niet. Stond op het reclamebord niet: geld moet rollen, jij mag zeggen welke kant op.

De Reehorst als speculatieobject
De buitenplaats werd generaties terug ingericht door baron Clotterbooke Patijn van Kloetinge. Mijn grootouders kwamen vaak bij hem op bezoek en ik ken het landgoed ook goed. Mooi pronken met duurzaamheid, terwijl de bank wil bouwen binnen de ecologische hoofdstructuur waarin het gebied ligt. En dan te bedenken dat de baron burgemeester was van Zeist. Van hem hangt nog een portret in de vroegere raadszaal. Inderdaad vroeger. De tegenwoordige bestuurders en bankdirecteuren bekommeren zich niet om oude landgoederen. Dat zijn mooie grondposities voor kantoren. Maar daarvan heeft Nederland juist veel te veel. Ongeveer een kwart ervan is niet in gebruik.

Zo ligt pal naast de hoofdvestiging van de Triodos Bank het leegstaande kantoor Lenteleven. In 2016 komt ook nog het gebouw van Rabo Facet vrij. Waarom die gebouwen niet duurzaam renoveren, zodat het landgoed De Reehorst niet verder wordt aangetast? Dat is macro-economisch veel duurzamer. Denk aan het kantoor van het Wereld Natuur Fonds. Dat is ook een gerenoveerd gebouw. Maar ja, geld moet rollen.
Ik bel een insider en die zegt. “Follow the money en je weet hoe het werkt. De bank heeft een eigen schuldenaar geholpen door het land van De Reehorst te kopen. Nu kan zij zichzelf helpen door de grond door de gemeente Utrechtse Heuvelrug te laten opwaarderen als bouwgrond. Een mooie plek bij het Station Driebergen-Zeist en toch midden in de natuur. Voor de bank een duurzame investering, voor de samenleving en het milieu niet. Alles volgens de opvatting: het eigen belang komt eerst, dan volgt het algemeen belang vanzelf. Het is maar wat je jezelf en de anderen wijs maakt. Vandaar dat de milieuorganisaties geen poot aan de grond krijgen voor een andere plek voor de bank.”

‘Duurzaam’ verrommelen
Juist ja, denk ik, het bovenbazen verhaal van de Kleine Club. Geld moet rollen, maar de vraag is waarheen en wie dat bepaalt. Inderdaad, zoals ook op het reclamebord staat: volg je hart, gebruik je hoofd. Van ons gaat voorlopig geen geld naar de Triodos Bank. Waarom zouden mijn vriendin en ik dergelijke ambities steunen? De landgoederen die vorige generaties hebben nagelaten moeten we toch niet voor geld willen verrommelen? Ze hebben een andere waarde dan geld. Daar mogen wij de huidige bovenbazen wel op aanspreken. Als freule moet ik voorop lopen om mooipraters de mond te snoeren. Zeker als het gaat om het cultuur- en natuurhistorisch erfgoed van mijn adellijke voorouders. Moet Zeist en omgeving dan een Nieuw Rommeldam worden? Het laatste woord is hierover nog niet gezegd. Maar vooraf nemen we eerst we een glaasje cognac. Alles op zijn tijd nietwaar? Clementia, schenk de Rémy Martin nog eens in. En laat ons nadenken over Pinksteren als een viering van een nieuw begin en van de hoop op een betere, duurzame wereld. Daar klinken we op.

’s Nachts droom ik dat de Triodos Bank nieuwe medewerkers in dienst neemt: oorwurmen, padden en slangen bevolken de burelen. Dassen fungeren als bazen en zorgen voor het ecologisch evenwicht binnengaats. Op de hoogste verdieping huizen vossen als bovenbazen. Buiten het kantoor lopen wolven die ongewenste bezoekers op afstand houden. Voor dit experiment is veel belangstelling. Van heinde en verre komen investeerders en toeristen zien hoe hun geld wordt gebruikt. Vertegenwoordigers van de Partij voor de Dieren zijn dolenthousiast na een nadere kennismaking met een schuimbekkende wolf. Kortom: hoe duurzaam kan een bank zijn. Zo moet het dus. De ecologische hoofdstructuur tot in het kantoor. Met een warm gevoel word ik weer wakker.

BERETROTS ?
Freule Petronella van Seyst
15 januari 2014

Gemeentehuis02“Beretrots” voelde onze eerste burger zich over het vernieuwde gemeentehuis. Zo zei hij het in zijn gesubsidieerde column in ons plaatselijke advertentieblad.
Vandaar dat ik mijn stoute schoenen heb aangetrokken om al dat moois te bewonderen. Het moet gezegd: de eerste indruk binnen valt niet tegen. Een moderne overgang van oud naar nieuw met veel glas en ruimte. In de hoge hal of burgerzaal zit een suppoost die mij wegwijs maakt.

Wat ik mij wel afvraag is wat er van het ‘open huis’ terecht komt na de openingsweek. Volgens onze eerste burger mogen andere groepen dan die van de gemeente ook gebruik maken van de ruimte. Daar moet echter geen gewoonte van worden gemaakt en de gebruikers moeten ervoor betalen.
Wie heeft die burgerzaal eigenlijk bekostigd? Toch voor een belangrijk deel de inwoners, instellingen en bedrijven van deze plaats? Moeten we nog een keer betalen om daar iets voor de gemeente te organiseren? Volgens de burgemeester mag de overheid niet concurreren met private accommodaties. In andere plaatsen zoals Gouda en Wijk bij Duurstede wordt het stadhuis wel vrijelijk gebruikt. Waarom hier dan niet?

Het ‘nieuwe werken’
Na een lange, hoge trap te zijn opgelopen kom ik in een brede gang met ramen naar de binnenruimten. Daar bevindt zich het zenuwcentrum van ons gemeentelijk apparaat. Een blik op de werkplekken laat zien dat iedereen een gelijke plaats heeft in deze organisatie. Daarbij is het persoonlijk archief beperkt tot 50 cm. Zou dat genoeg zijn voor de specialisten in de organisatie of zijn die niet meer nodig? Zou dat alles leiden tot uniforme medewerkers? Laten we dan ook gelijk een uniform invoeren met mijn familiewapen erop.
In de jaren zeventig kwamen kantoortuinen in de mode, maar die werden geleidelijk weer afgeschaft. Nu is het ‘nieuwe werken’ een hype. Dat zou moeten leiden tot meer efficiënt en effectief functioneren. Hoewel dat nooit breed naar effecten is onderzocht, wordt het alvast ingevoerd met hulp van bedrijven die daar brood in zien. Over tien tot vijftien jaar zien we wel verder en volgen we weer de nieuwste mode.

Wat levert de nieuwbouw op?
In het gemeentehuis werken minder medewerkers dan vroeger en dat scheelt personeelskosten. Maar dat was al eerder doorgevoerd. De winst van de nieuwbouw kan zijn dat de huisvestingskosten nu lager liggen, maar dat blijkt ook niet het geval te zijn. En wat te denken van het schijnargument van duurzame nieuwbouw? Wat kost het niet aan energie en grondstoffen om een gebouw neer te zetten? Hoe duurzaam is het om een kantoorgebouw te verlaten voor nieuwbouw en het oude leeg te laten staan? Er was nota bene een toezegging van de verhuurder om het bestaande kantoor te renoveren. De provincie wil nu de bouw van nieuwe kantoren aan banden leggen om nog meer leegstand en verloedering te voorkomen. Had deze overheid dat maar eerder gezegd!

We zullen de gemeente dus moeten beoordelen op het bereiken van betere resultaten dan vroeger het geval was: sneller werken met meer kwaliteit van product en proces. En niet te vergeten het beter kiezen voor de goede dingen. Anders heeft de investering in het gemeentehuis geen zin gehad. Of was die eigenlijk vooral voor het welbevinden van de medewerkers bedoeld? Dat zou zomaar kunnen. Ik herinner mij een verzuchting van een ex wethouder uit de tachtiger jaren. Hij melde mij dat de ambtenaren steeds maar aandrongen op een nieuw gemeentehuis, maar dat hij het maar mooi had tegengehouden. “Ze moeten niet zeuren, maar werken. Daar worden ze voor betaald”, bromde hij toen. Toch is de nieuwbouw er gekomen, nota bene met behulp van zijn inmiddels volwassen zoon die nu ook in de politiek zit.

Verloren in de ruimte
Nog een paar stappen verder kom ik bij een deur waarachter de raadszaal ligt. Ook deze blijkt een enorme ruimte te zijn met aan de ene zijde een ovaal met raadsleden en het college en aan de andere kant een tribune voor de toeschouwers. Met het zitten merk ik dat de beenruimte beperkt is. Lange tenen worden kennelijk niet geduld. De bezoekers zitten nu op gepaste afstand van hun vertegenwoordigers. In ieder geval kunnen zij de raadsleden niet meer in de nek hijgen, zoals vroeger. De aanwezigen moeten zich haast wel verloren voelen in de witte, hoge ruimte. Aan de muren hangen schermen met vage opnamen van de sprekers. Net zo vaag is communicatie. Het lijkt of de iedereen een spraakgebrek heeft, zo slecht is de akoestiek in deze rechthoekige, gladde doos. Binnenkort zal er wel een krediet worden vrijgemaakt voor een akoestisch onderzoek en de nodige voorzieningen. Zo wordt het gebouw steeds beter en duurder.

Nu weer naar beneden en via de deur van het oude gemeentehuis naar buiten. Inderdaad, de andere wereld van een oud raadhuis. Op zich interessant zo’n combinatie van oud en nieuw, maar volgens mij een verkeerde investering. Het geheel kost volgens de gemeente circa 23 miljoen, of nog meer wanneer het tegenzit met de opbrengst van de  woningbouw erachter. De oorspronkelijke netto kostenraming van de bouw moest de afgelopen jaren met de factor twee worden vermenigvuldigd. Alles werd natuurlijk keurig afgedekt met raadsbesluiten, dat wel.

Wat is de ‘cost’?
In de directe omgeving van het gemeentehuis heeft de lokale overheid de afgelopen 10 – 15 jaar zo’n 50 miljoen geïnvesteerd. Was dat allemaal nodig geweest? Heeft de gemeente wel de goede dingen gedaan? Misschien voor maar de helft of 60 procent ervan. Ik schat dat we ongeveer 20 – 25 miljoen onnodig hebben besteed aan dit kleine deel van de gemeente. Wat hadden we daarvoor elders kunnen doen? Je kunt namelijk maar eenmaal het geld uitgeven. Nu is de 23 miljoen in een gebouw omgezet en prijkt het verder op de balans. De vraag over een alternatieve besteding werd in het verleden in de raad niet echt gesteld, laat staan beantwoord. Ook zijn er geen financiële baten te verwachten, al was dat de raad en de inwoners eerder voorgespiegeld.

Bij de verantwoordelijke ambtenaren bestaat de indruk dat zij zonder problemen kunnen blijven lenen bij de Bank van Nederlandse Gemeenten. Alsof er geen stringenter bankentoezicht komt. Daaruit zal volgens insiders blijken dat veel gemeenten hun vastgoedpositie veel te hoog hebben gewaardeerd. En dat tast de leencapaciteit van de bank aan. Diverse provincies, zoals Overijssel en Gelderland, moeten nu al bijspringen om gemeenten die teveel risico’s namen te ondersteunen. Volgens schattingen van de betrokken gedeputeerden is er per provincie 2o0 miljoen nodig om de gemeenten te helpen.

Waar is de ‘baet’ gebleven?
Ik heb altijd geleerd: “De cost gaet voor de baet uyt”, maar wat hier ontbreekt is de ‘baet’. Daar zou ik als bestuurder niet ‘beretrots’ op zijn, zoals onze burgemeester dat wel is. Misschien denkt hij echter: Baet het niet, dan schaedt het niet. Ik zou me in zijn positie eerder schuldig en beschaamd voelen. Of zie ik het volstrekt verkeerd en krijgen we voor de vele miljoenen een geweldig efficiënt en effectief ambtelijk apparaat, dat bovendien de juiste dingen doet. Laten we het hopen, maar veel bestuurders hebben een talent voor vergeten. Helaas voor hen: ik niet! Dus daar zullen ze het mee moeten doen.  


NIEUWJAARSWENSEN
Freule Petronella van Seyst31 december 2013

appelflapschaal1

Het is de laatste dag van het jaar. Mijn Hongaarse vriendin, douairière Clementia, kwam speciaal uit Cyprus over om met mij het hoogtepunt van de duisternis te vieren in de hoop op de terugkomst van de zon. Samen lopen we met de honden langs de verstilde landerijen van mijn buitenhuis. Verfrist thuisgekomen drinken we warme glühwein en happen in ambachtelijk gemaakte appelflappen. Die hebben we naar een oud recept gebakken. Zalig die geur, om nooit genoeg van te krijgen. Maar dichtte Goethe in Das Sonnett niet: ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’? Het is een goed moment om de balans op te maken. Voor mezelf heb ik al voornemens voor het nieuwe jaar bedacht: meer aandacht voor mijn naasten en vooral voor mijn lieve vriendin. Mijzelf minder druk maken over wat er in dit dorp gebeurt. Het meeste bekijken met verwondering en een glimlach. Dat soort dingen. Maar wat zou ik mijn dorp willen toewensen? Ik vraag het mijn vriendin want die kan daar met meer afstand naar kijken. Met mijn Cyperse kat op schoot kijkt ze me glimlachend aan, geeft me een vel papier en zegt: “Die vraag had ik al verwacht. Alles wat erop staat komt eigenlijk van jezelf.” En ik lees hardop:

“Lieve mensen, ik zou het volgende voor jullie wensen:

  • Denk eerst na: pas op voor de waan van de dag. Leer van het verleden en let vooral op de lange termijn.
  • Denk ook aan anderen: doe eens het nodige voor goede doelen en voor je omgeving: je naasten, buren en vrienden. Wie goed doet, goed ontmoet. Dat is nog steeds waar.
  • Bescheidenheid en klantgerichtheid: gebruik de crisis om na te gaan of we de goede dingen doen en met voldoende kwaliteit. Waarom zijn de jaren-dertig huizen zo geliefd? De bouwers moesten weer naar de individuele wensen van hun afnemers luisteren, anders gingen zij failliet.
  • Verantwoordelijkheid: verwacht niet alles meer van de overheid. Spring zelf ook in wanneer het niet gaat zoals je het verwacht.
  • Openheid: wees als overheid niet bang voor de burgers. Zorg voor meer openheid en vertrouw op de redelijkheid van de inwoners. Onnodige geheimhouding leidt onvermijdelijk bij burgers tot wantrouwen en onverschilligheid.
  • Deskundigheid: maak als ambtenaren en bestuurders gebruik van de inzichten van burgers, instellingen en bedrijven. Zij hebben bij elkaar meer deskundigheid dan alle deskundigen die jullie inhuren.
  • Burgerparticipatie: organiseer als gemeente tegenmacht bij plannen van projectontwikkelaars. Laat ingrijpende voornemens vroegtijdig en openhartig bespreken.
  • Inspraak: beperk de invloed van burgers niet tot een rituele dans, vastgelegd door formele procedures. Insprekers verwachten een echte dialoog. Iets anders is niet uit te leggen.
  • Communicatie: laten we zelf het gesprek aangaan met ‘onze’ vertegenwoordigers en omgekeerd. Democratie is meer dan eenmaal per vier jaar kunnen kiezen en gekozen zijn.
  • Durf en moed: wees als raadslid een moordvent of een prachtwijf. Durf eigen standpunten in te nemen en zwicht niet voor coalitiedwang. Doe wat je zegt: de kiezers zullen u op het schild hijsen. Wees niet bang voor uw plaats op de volgende kieslijst.
  • Eerlijkheid: misbruik geen mooie woorden zoals kwaliteit en duurzaamheid om het tegendeel te maskeren. De werkelijkheid achterhaalt ons wel.

Inderdaad: ik had het zelf kunnen zeggen. Dat het scheelt me weer een column zo op oudejaarsdag. Het zijn anders wel erg veel wensen. Ik zal mijn verwachtingen moeten temperen. Al zouden er maar een paar in het nieuwe jaar worden gerealiseerd. Daar klinken we op en we happen in een sappige appelbol. Tot en met Driekoningen kan het nog. Laat ons hopen dat de Wijzen uit het Oosten deze wensen aanbieden aan onze burgervader. Hij zal ze vast ophangen in de lege burgerzaal van het nieuwe gemeentehuis.
Uitbundig geef ik mijn vriendin een zoen en nog wat andere speciale aandacht. Dat had ik mij toch voorgenomen? Met het vuurwerk voor ogen wensen we iedereen een gelukkig Nieuwjaar.


INTEGRITEIT IS EEN GROOT GOED

Freule Petronella van Seyst6 december 2013

Alweer in mijn favoriete lounge neergestreken kijk ik naar het nieuwe gemeentehuis. Het is nu klaar voor gebruik. Verhuislorries rijden op en neer van het nu leegkomende oude kantoor naar het prestigieuze gebouw. Ik pak mijn handtasje en haal de inmiddels vergeelde krantenfoto eruit van de bouwstart.

Bouw GH01

Bij een gat in de grond en een koffer staan de hoofdrolspelers opgesteld. Rechts vooraan, voor u links, staat de breed lachende projectontwikkelaar. Wat opvalt is dat hij zijn schop als een wezensvreemd ding vasthoudt. Kennelijk is het uitvoerende werk voor deze white collar manager niet zijn favoriete bezigheid. Ook de corporatiedirecteur weet niet hoe hij een schop moet vasthouden. Hij gebruikt die tweehandig als leunstok. De burgemeester houdt zijn onvermijdelijke speech en steekt uitbundig zijn hand op. Eindelijk komt er dan een nieuw gemeentehuis! De enige die echt weet hoe je een bats moet vasthouden is de wethouder in haar witte outfit. Vol enthousiasme wil ze de koffer begraven.

Wat zit er eigenlijk in het donkere valies? Volgens het krantenbericht “goede wensen voor Zeist van de toekomst”. Nu ik er over nadenk lijkt me dat symbolisch voor het beleid. Waarom zouden we deze wensen begraven? En om wat voor wensen gaat het? Mogen we die eigenlijk wel weten en wordt daarom de koffer begraven onder de parkeergarage van het gebouw?
Genietend van mijn fair trade cocktail komen mijn gedachten echt vrij. Zou het gaan om de wens dat Zeist straks een ‘stadse allure’ krijgt, zoals de corporatiedirecteur ter plekke in zijn speech zei? Hoopt deze bouwheer in de toekomst ook nog het Zeister Bos te kunnen bebouwen? Dat heeft hij immers meermalen in het openbaar verkondigd. Hoopt de burgervader dat het gemeentehuis van de in de toekomst gefuseerde gemeente naar hem wordt genoemd? Met de vermelding van alleen een pad in het naastliggende park zal hij ongetwijfeld geen genoegen nemen. Wil de wethouder de mooie ideeën uit de toekomstvisie voor Zeist niet meer zien? En verwacht de projectontwikkelaar nog vele, vette contracten binnen te lobbyen? Hij droomt vast al van een nieuwe kantoorlocatie voor zijn bedrijf aan de historische ‘Wegh der weegen’, de Amersfoortseweg, zo wordt beweerd. Wat een vergeelde foto al niet los kan maken.

Met argusogen

Nu zullen er lezers zijn die mij een paranoïde houding zullen verwijten. Ach, een gezonde dosis argwaan blijkt in de praktijk heel functioneel, zeker op het grensvlak van politiek en bouwen. Daar is ‘ritselen’ een bekend fenomeen, een soort haarlemmerolie voor de maatschappij waar niks mis mee is, althans zo noemde een ex vooraanstaand politicus het onlangs in een interview. Hij was net veroordeeld wegens corruptie, valsheid in geschrifte en witwassen, maar zag er nog steeds geen enkel kwaad in. Volgens hem is de overheid het serviceloket voor het bedrijfsleven. Waar blijven volgens deze opvatting het algemeen belang en de belangen van de burgers? Is dan nog wel een evenwichtige afweging van belangen mogelijk?

Kortom, waakzaamheid is geboden ook in dit provinciale dorp, waar de meeste hoofdrolspelers elkaar goed kennen. Een gunstige biotoop voor ritselen en elkaar de bal toespelen. Een ding heeft mijn goede vader mij altijd voorgehouden: eerlijk duurt het langst. Waar blijft de wettelijke regeling voor klokkenluiders? Gelukkig is er een verbetering van de Wet Openbaarheid van Bestuur in de maak. Die zal straks een Wet Open Overheid worden. Ik ben benieuwd. Nu maar hopen dat de nog geheime stukken van het gemeentehuis ook echt openbaar kunnen worden. Misschien was dat wel de reden om de koffer te begraven. Wanneer onze nazaten het dan overbodige gemeentehuis afbreken, ontdekken ze vol verbazing een koffer met geheime afspraken anno 2012 en eerder.

Ik zal eens nagaan of een bevriende directeur van een gespecialiseerd bedrijf de koffer in een weekend kan laten opgraven. Zijn betonboorders staan voor niks, echte kerels uit één stuk. Die kunnen tenminste een spa vasthouden en niet te vergeten hun boor. Ik denk dat ik dat weekend ook van de partij ben. Het lijkt me best opwindend om daar de geheime koffer te openen. Of anders moeten we vanuit het park een tunnel graven onder de garage. Dat is wat meer werk, maar het lukt uiteindelijk wel. Een freule versaagt niet. Die cocktail was trouwens verrukkelijk. Eentje extra dan maar met perensap en champagne. Krijg ik misschien nog meer invallen. Daar drink ik op, prosit!
 

OPEN DE POORT!Freule van Seyst, foto
Freule Petronella van Seyst,
 30 oktober 2013

Net terug gekomen van vakantie ga ik iets drinken in hotel F. tegenover het nieuwe gemeentehuis. Genietend van mijn duurzame espresso en het voor mij iets minder duurzame gebak kijk ik naar het vierkante bouwwerk van architect Rau. Zou hij vroeger met blokken hebben gespeeld? Dat moet bij hem dan wel een diepe indruk hebben achtergelaten! Op zich ziet de aanbouw er niet eens zo lelijk uit. Met die zandstenen kleur valt het minder uit de toon dan volgens het oorspronkelijk witte ontwerp. Inmiddels is de hotellier R. aangeschoven. Die ken ik goed. Niet alleen ben ik een frequent bezoeker van zijn etablissement, maar zijn ouders stoffeerden indertijd ons vroegere landhuis.

Glimmend van trots vertelt hij me dat hij er persoonlijk voor gezorgd heeft dat het wit van de buitenkant werd veranderd in de huidige kleur. In overleg met de burgemeester is een compromis bedacht zodat de bouw kon doorgaan. Toen heeft hij zijn beroep alsnog ingetrokken. Zo kan het dus ook: gewoon op je strepen blijven staan om een ontwerp te verbeteren. Binnenkort wordt het gemeentehuis geopend, zo vertelt hij mij en hij zal de versnaperingen leveren. Ik zeg toe dat ik deze historische gebeurtenis zal opluisteren met mijn aanwezigheid. Ongetwijfeld zal onze burgervader met verve zijn toespraak houden. Vervolgens zal hij vol overtuiging het lint doorknippen en als eerste het gebouw betreden.

Wat een voorrecht om de poort voor de genodigden te openen en te laten zien hoe mooi het huis van de gemeente er nu bij staat. Vol snufjes voor het nieuwe werken en met een publiekshal om u tegen te zeggen. Alleen jammer dat net is afgesproken dat burgers alleen op afspraak hun zaken moeten afwikkelen. Je vraagt je dan af waar die hal eigenlijk voor nodig is. Maar goed, ik wil niet zeuren. Belangrijker is dat de burgemeester nu in stijl zijn gasten kan ontvangen. In de nieuwe raadszaal kijkt hij uit over het Walkartpark en laat hij zien hoe het historische monument erbij staat. Dat kan nu beter omdat er wat grote bomen na de bouw doodgingen. Uiteraard door een ziekte, daar kon onze schat niks aan doen.

Merkwaardig toch. Volgens het kettingbeding bij de schenking aan de gemeente moet het park behouden blijven. Nu kijkt de burgemeester verlangend naar het park om het nog wat op te leuken met een permanent paviljoen. De erven Van Boetzelaer, waarvan ik sommigen goed ken, hebben het er maar druk mee. Ook hier zal wel een compromis worden gevonden. Zo wordt aan het park steeds wat verder geknabbeld.

Costen ende Baeten

Nu de poort van het “huis van de democratie” zal worden geopend verwacht ik ook meer openheid. Ik zou wel eens willen weten wat het totale project de gemeente heeft gekost. Dan bedoel ik niet die globale, half zachte cijfers die tot nu toe werden gepresenteerd, maar controleerbare documenten over alle gesloten overeenkomsten en de nakoming daarvan. Waarom moeten we pas wachten tot 5 jaar na afloop van een project op openbaarmaking van de geheim gehouden stukken? Bij het project gemeentehuis en omgeving kan het zo nog wel vijftien jaar duren. Want wie zit te wachten op de dure appartementen achter het gemeentehuis? Die komen er pas wanneer ze worden verkocht en daar is nu geen markt voor. Deze kostendragers voor de nieuwbouw leveren voorlopig dus weinig op. Ook gaat de nieuwe parkeergarage onder het gemeentehuis verlies opleveren. Dat staat nu al vast.

Ik kan natuurlijk ook contact opnemen met mijn relaties bij de geheime diensten. Die weten als beroepshackers meer van Zeist dan alle ambtenaren van de gemeente bij elkaar. De gezagdragers zullen dus moeten oppassen. De feiten worden uiteindelijk toch wel bekend. Dus burgemeester, laat ons niet langer wachten en zorg voor openheid van zaken. Wacht niet op klokkenluiders of een extern onderzoek zoals bij Amarantis. Dan kunnen we snel nagaan of we hier als gemeente het schip zijn ingegaan of dat het project juist ‘in control’ is. Of moeten we straks weer constateren dat het nog meer uit de pas liep dan we nu al weten. Dat zal de positie van onze burgemeester geen goed doen.

Binnen enkele jaren zien we ook of het gemeentehuis wel nodig was. In een nieuwe, grotere gemeente is geen behoefte meer aan een representatief gebouw, maar aan werkplekken in de diverse dorpen. De huidige gemeentesecretaris weet er alles van. In het inmiddels gefuseerde Liesveld en omgeving waar ze vandaan kwam bestaat nu ook geen gemeentehuis meer. Daar wordt volstaan met een kantoorgebouw als backoffice en verder met tijdelijke werkplekken op locatie als frontoffice. Waarom straks in Zeist en omgeving ook niet?

Ene Huyse vor die gemeenscap

Boven de bedwelmende geur van mijn kopje espresso zie ik het al voor me. Het gemeentehuis wordt gemeenschapshuis met voor elk wat wils: bijeenkomsten en opvoeringen in de publiekshal, diverse podia binnen en buiten en werkplekken voor organisaties van vrijwilligers. Zelf zal ik gedichten voordragen en voorlezen uit eigen werk. Zo krijgen we een broedplaats voor creativiteit die we hard nodig hebben om Zeist aantrekkelijk te maken.

Doen dus en niet zeuren over de aanstaande fusie van gemeenten. Omvang maakt weinig uit. Het volk heeft toch niets te vertellen, net als vroeger. Het enige verschil is dat de adellijke, sigaren rokende elite is vervangen door een politieke, thee drinkende elite. Of doet die nu toch de deur open van de digitale kluizen? Laten we het hopen.

‘Ouvrez la porte’, zou ik zeggen.
Ik neem er nog eentje met slagroom: op onze burgemeester, moet kunnen.


PAASWENS
Freule Petronella van Seyst, 23 maart 2013

Onlangs kreeg ik via een oplettende lezer een oproep van de gemeente onder ogen om een interactief proces in te gaan over het beheer van de gemeentelijke bomen in Zeist. Ook daar slaat de veroudering toe. Het huidige budget voor vervanging is sinds jaren veel te klein, ondanks een geweldige groenstructuurvisie waarover drie jaar is gepraat. U weet wel zo’n al lang goedgekeurd document zonder begroting. Eindelijk heeft men uitgerekend dat het budget de komende decennia 1,2 miljoen zou moeten zijn. Het schrikbeeld wordt ons voorgehouden dat zoiets een verhoging zou betekenen van de onroerend zaak belasting met 10%. Of een vermindering van voorzieningen zoals thuiszorg. Geen woord over bezuinigingen op het inefficiënte beleidsproces van Zeist en op risicovolle projecten. Nu mogen de burgers weer nieuwe bezuinigingen bedenken en zichzelf de strop omdoen voor de komende ontgroening van Zeist. En dat terwijl het groen al eeuwen lang als meest waardevolle element van Zeist wordt gewaardeerd. Wie weet dat beter dan onze familie? Daarom wil ik de beleidmakers van Zeist het volgende gedicht van Dostojewski dat ik van mijn vriendin kreeg laten lezen.

Vergeving

Heel de schoonheid van de natuur
was om mij heen, altijd,
en ik heb het niet gezien.
Ik zag mijn eigen gedachten.
Ik hoorde mijn eigen verklaringen.
Maar ik zag niets en ik hoorde niets.

En daarom vraag ik de vogels
en heel de natuur om vergeving.
Ik ben schuldig tegenover alles,
omdat ik het in mijn blindheid niet gezien heb,
omdat ik het in mijn doofheid niet gehoord heb,
omdat ik de zin van het leven zocht
in theorieën, in praten, in woorden.

In deze paastijd wens ik een ieder hoop op een mooie toekomst met veel zelfinzicht. Dat hebben we wel nodig, vind ik.


TWITTERCONCERT
Freule Petronella van Seyst, 21 maart 2013

Op ons buiten op Cyprus kijken wij uit over de zee. Mijn Hongaarse vriendin van Russische afkomst, douairière Clementia, heeft mij uitgenodigd om te bekomen van de commotie die is ontstaan over mijn columns. Zeist is ver weg en ik kan dus met enige distantie nadenken over wat daar eigenlijk gebeurt. Er is een twitterconcert losgebarsten, waarbij politici over elkaar heen buitelen in hun oordelen over mij en mijn pennenvruchten. Ja, ik schrijf met een vulpen. Maar onderschat mij niet: ik ben ook vingervlug op smartphone en Ipad.

Zo langzamerhand vallen raadsleden door de mand of laten hun masker zakken. Sommigen snappen niet wat de stijlvorm column inhoudt. Het is het voorhouden van een spiegel om tot inzicht te komen onder het motto: niets is wat het lijkt. Dat werkt vaak beter dan moralistische en stichtelijke woorden. Nee, het is dus geen neutraal verslag van een raadsvergadering, lieve Pieter. Ik had het hem graag onder het genot van een drankje willen uitleggen. Nu hij mijn gedachtenspinsel als “pulp” betitelt en “één en al verdachtmakingen en insinuaties”, zal ik de zelfgemaakte perensap uit mijn eigen boomgaard maar voor andere gelegenheden bewaren. Wat sneu dat hij zo reageert want ik vind hem zo’n leuke knaap! Wellicht is er nog hoop voor hem.

Een andere pion van het politieke front wil dat ik kritiek geef met open vizier, dus niet anoniem. Mag ik deze afgezante van het volk er op wijzen, dat bij edellieden een vizier of helmklep helpt tegen ongewenste kwetsuren? En ik strijd letterlijk zonder aanziens des persoons. Bovendien staat mijn privacy ter discussie en die bewaak ik zoals Cerberus de onderwereld. Waarom is het van belang wie iets zegt in plaats van wat er wordt gezegd? Toch is bij een aantal raadsleden de boodschapper de ware boodschap. Dat past uitstekend bij de raadsvergaderingen, waar vooral over de vorm wordt gesproken en weinig over de inhoud. Misplaatste gewichtigdoenerij, zoals ‘meneer of mevrouw de voorzitter’, haat ik hartgrondig.

Ook beweren sommigen dat ik freule Petronella van Seyst als ‘nom de plume’ gebruik. Mag ik hen er op attenderen dat sinds de middeleeuwen ons geslacht is verweven met Seyst en daar de huidige plaatsnaam van is afgeleid? Ook mijn oudoom speelde – overigens onder een andere naam – een belangrijke rol in deze gemeenschap. Zelf ben ik onlangs teruggekeerd uit het buitenland en sla het gebeuren in deze plaats met enige verwondering gade. Een freule staat boven het gekissebis van politici die vol verwijt naar anderen wijzen. Wat zij zeggen zijn ze zelf, denk ik maar. Reageren op kritische opmerkingen met de kreet “pulp” is op zichzelf pulp. Een vorm van het tonen van machteloosheid, een volgende barst in het politieke bolwerk? Emoties komen immers alleen los als je een zenuw raakt of op lange tenen trapt. Met mijn naaldhakken is dat geen pretje voor de slachtoffers.

Maar ik ben de beroerdste niet. Zal ik de raad een cursus argumenteren en debatteren aanbieden? En een extra trainingsmodule hoe je omgaat met burgers en met hun kritiek. Zet ik gelijk wat ervaringsdeskundigen in. Zo’n aanbod kunnen de Zeister vertegenwoordigers toch niet afslaan? Ik kan haast niet wachten op hun constructieve reactie. 


DE APPLAUSMACHINE
Freule Petronella van Seyst, 16 maart 2013

Het was weer gezellig bij de gemeenteraad. Het ging over wat de burgemeester van zijn Amarantis debacle had geleerd en of hij de raad een vorige keer juist had geïnformeerd. Daarover stelde een burgercomité schriftelijke vragen aan de burgemeester en die zette de brief alleen op de lijst van ingekomen stukken ter kennisname van de raad. Hij wilde zich kennelijk niet verantwoorden naar de burgers, hoewel hij elke week wel een ‘column’ publiceert in het plaatselijk advertentieblad. Een gemiste kans.
Ik had me er toe moeten zetten om als toehoorder naar de raadsvergadering te gaan, maar de koffie en de koek vergoeden veel. Al snel kreeg ik de indruk dat ik in een toneelstuk beland was waar de belangen vast liggen, het spel volgens vaste procedures en regels verloopt en het wezenlijke probleem wordt genegeerd. Bij binnenkomst gaf de burgemeester alle raadsleden een handje en klopte sommigen op de schouder. Zo leek het dat ze het samen goed met elkaar konden vinden.

Tijdens de vergadering werd duidelijk dat de raad en het college hecht aan elkaar vast klitten. Er was in de discussie nauwelijks sprake van een coalitie en oppositie, kortom veel handen één buik, een demonstratie van eenheid. Zodra het college en de raad dit soort vriendschap sluiten, geven ze de polaire werking van de democratie op. Zij zijn dan een gemakkelijke prooi voor projectontwikkelaars en andere belanghebbenden. De politieke vrienden kunnen zo niet voor elkaar onderdoen.
De raad leek wel een wespennest waar een afwijkeling als indringer wordt gezien die moet worden aangevallen. De enige partij die de kritische vragen van de burgers wilde laten beantwoorden door de burgemeester werd dan ook direct denigrerend toegesproken: “als dit de nieuwe politiek moet voorstellen”. Even later werd de kritiek van burgers op het niet veilige klimaat in de vergadering afgedaan met: “de sfeer is hier veilig genoeg”. Heel overtuigend, zo’n negatie als bewijsvoering.

De juiste man op de juiste plaats?
De achterliggende vraag van de inwoners kwam daarom niet echt naar voren. De burgers zijn namelijk bezorgd of hun burgemeester wel de juiste man op de juiste plaats is. Hij heeft immers als voorzitter van de Raad van Toezicht van de onderwijsgroep Amarantis mede goedkering verleend aan gemajoreerde begrotingen en aan megalomane, verliesgevende projecten en daarbij onvoldoende tegengas geboden. Bij de briefschrijvers bestaat de vrees dat dit in deze gemeente ook gaat gebeuren of al gebeurt.

In het vraag- en antwoordspel bleef de burgemeester met regeltjes in de hand rond de hete brij heen draaien of beschouwde hij vragen die daarop slaan ‘als niet van toepassing’ of ‘niet relevant’. Snel raffelde burgervader de zestien vragen af. Ja, hij had de raad naar zijn opvatting juist geïnformeerd over de rol van de Raad van Toezicht. Dat klopt overigens niet met het audioverslag. Ja, de kwestie Amarantis was (buiten de benoemingscommissie) wel in aan de orde geweest in functioneringsgesprekken. Toen was echter het grote tekort nog niet openbaar. De vraag over wat hij van het Amarantis echec had geleerd over groeiverwachtingen, kwaliteit van resultaten en burgerparticipatie had volgens hem geen inhoudelijke raakvlakken met de gemeente. We wachten onrustig af. Een verfrissend moment van eerlijkheid was zijn antwoord, dat hij nooit heeft overwogen de privé ontvangen honorering over 2011 als gebaar van mededogen terug te storten naar de scholen die met grote schulden zijn belast. Deze vergoeding had hij overigens met terugwerkende kracht ‘marktconform’ met ongeveer 40% helpen verhogen. Je kunt je natuurlijk wel afvragen van wat voor instelling dit alles getuigt. De huidige leden van de Raden van Toezicht van de opgeknipte scholen werken gelukkig onbezoldigd, zo heb ik vanuit de scholen gehoord. Chapeau.

Ik luisterde vol verbazing hoe het ene na het andere raadslid de burgemeester loofde en prees. Het deed mij denken aan een applausmachine van autoritaire regiems. Een raadslid informeerde met medeleven of deze start van zijn herbenoeming niet erg vervelend was voor de burgervader. De grote roerganger beaamde dit laatste ruimhartig. Ook werden de briefschrijvers onder de mat geveegd door te stellen, dat ze het echt héél verkeerd hadden aangepakt door zonder vooroverleg met de gemeente een advertentie te plaatsen. De toon van de brief en de werkwijze van de briefschrijvers waren niet goed. Vlak bij mij op de publieke tribune werd opgemerkt, dat de adhesie betuigers de brief met vragen juist hadden geprezen vanwege de genuanceerdheid ervan. Ik wist trouwens niet dat de raadsvergadering de enige plek is waar je kritische geluiden mag laten horen, maar je bent nooit te oud om te leren. Ook was mij niet bekend dat “prominenten” volgens het CDA wellicht wel kritiek mogen hebben, maar als ‘gewone’ mensen dat doen worden die snierend weggezet. De boodschap is duidelijk: als burger heb je geen stem: in de raad mag je niet spreken en je wordt beschimpt als je de media zoekt.

De manier waarop deze ‘politieke familie het debat gijzelde met formele gemeenplaatsen maakte indruk. De angst voor het naar buiten brengen van de gemeentelijke problemen is kennelijk groot en de zogenaamde morele verontwaardiging net zo. Volgens mij is dit een uiting van angst voor de dreigende buitenwereld. Die zorgt voor het vasthouden van elkaars handjes, groepsdynamisch overigens erg interessant. Kijk wat er in andere gemeenten gebeurt. Ook daar worden burgerinitiatieven genegeerd, terwijl de bestuurscrisis voor de deur ligt. De politiek voelt aan dat hiermee de wil en de behoefte van de burgerij om gehoord te worden uiteindelijk niet kan worden gesmoord. De politici zoeken daarom beschutting bij elkaar en hopen dat de storm zal overwaaien. Maar de kruik gaat net zo lang te water tot ze barst.

Veelzeggende reacties
Er waren veel mensen op de volle tribune die zeker non-verbaal hun ongenoegen kenbaar maakten. Geen van de raadsleden trok echter de conclusie, dat zij toch maar eens moesten luisteren naar al die burgers. Nee, de briefschrijvers moesten hun plaats kennen. De blinde vlek bij de meeste raadsleden bleef bestaan: een aantal mensen hebben hun zin niet gekregen in het verleden en nemen daarom als briefschrijvers nu wraak. “Bah”, schreef de fractieleider van de PvdA die deze kwalificatie publiceerde. Wat een insinuerende manier van reageren op kritische geluiden. En wat een verdachtmaking over de veronderstelde bedoelingen van de briefschrijvers en tevens een onderschatting van het inzicht van de aanwezige burgers.

Ik sprak met een mevrouw naast me die naar aanleiding van de advertentie blij was, dat ze nu in haar eigen gemeente iets kon doen tegen het geld verspillen van de ‘machthebbers’ zoals dit overal speelt. Ze was noch nooit bij een raadsvergadering geweest. Een gouden kans dus voor de politiek om te weten te komen wat de burgers wel en niet willen. Helaas toch weer een gemiste kans.
Ik keek naar een middeleeuws aandoend steekspel, waarin een ondoordringbare barrière voor de burgemeester was opgericht. De enige vragen stellende partij getuigde van grote moed door de briefschrijvers serieus te nemen. En de toehoorders vertrokken buitengewoon strijdlustig, wachtend op het volgende, nu nog zorgvuldig toegedekte hoofdpijndossier.

Wordt het in de toekomst beter?
Dat lukt vast niet met een van bovenaf benoemde burgervader en ook niet zonder de mogelijkheid van het tussentijds wegsturen van de raad. Misschien dienen de burgers zich daarom maar aan te passen, wel zo makkelijk voor de ‘politieke prominenten’. Een inburgeringscursus voor alle inwoners die daarvoor uiteraard zelf dienen te betalen. Hadden ze zich maar moeten gedragen. Dan leren de burgers eindelijk wat ze behoren te doen. Het eenmaal per vier jaar invullen van het stembriefje, het respecteren en blindelings vertrouwen van onze vertegenwoordigers, het voor de vorm inspreken bij de gemeente en verder je mond houden over de inhoud. Kortom, accepteren dat je wordt gepiepeld en dat politici je niet serieus nemen. Kost wat geld, maar het scheelt wel veel energie en ergernis.

Willen we dat wel? Waar heb ik zoiets meer gezien? In streken van Zuid-Europa waar ‘politieke families’, zakelijke belangengroepen en de criminele onderwereld de scepter zwaaien? Als adellijke dame zal ik dat ridderlijk blijven bestrijden, tot mijn laatste snik. Dat beloof ik op mijn woord van eer.


SUCCES VERZEKERD

Freule Petronella van Seyst, 9 maart 2013

Laatst kreeg ik een e-mail die niet voor mij bedoeld was. Vol met tips over hoe je als toezichthouder je handen in onschuld kunt wassen. Uiterst leerzaam zoals zoveel geheime stukken. Maar ja, dan moet je die maar niet naar mij sturen. Kan ik het helpen dat een ander een fout maakt? Ik wil jullie de tekst niet onthouden. Maar wie weet maken jullie daar misbruik van. Hoe dan ook, dat is ieders verantwoordelijkheid en keuze. Vandaar hierbij de geanonimiseerde e-mail.

”Amice,

Ik begrijp dat je door een bijbaan in de problemen bent gekomen en dat vind ik buitengewoon vervelend, zeker gezien onze jarenlange plezierige samenwerking. Als ervaren bestuurders snabbelen we allemaal wel eens wat bij in de vrije tijd, vooral bij toezichthouders in de (semi) publieke sector. Daar merk je gelukkig weinig van parlementaire controle en strafbaarheid. Bovendien is er geen echte concurrentie. Zo wordt fuseren amuseren en de organisatie ‘too big to fail’.

Tenslotte weten we hoe de hazen lopen en doen wij ons werk snel en met veel plezier. Tien baantjes moet zeker kunnen voor ons soort mensen, politiek gekneed tot in onze zenuwvezels. Leuk zijn vooral de contacten die je aan het vergaderen overhoudt. Altijd nuttig in moeilijke tijden. En voor wat, hoort wat; zo gaat dat. Het extra zakcentje is welkom en vergeet de kerstpakketten niet. Laat ons dineren en drinken op de goede zaak, bij voorkeur op prestigieuze A1 locaties en of in aantrekkelijke oorden.

Af en toe had ik zelf ook vervelende akkefietjes. Eigenlijk niet echt belangrijk maar je weet hoe dat gaat. Je let wel eens niet goed op of je vertrouwt te veel op anderen, die het kennelijk toch niet weten of hun ogen en oren sluiten. Dat gaat dus niet altijd goed. Nu de centjes schaarser worden is het knap lastig de ontstane gaten te vullen en de problemen toe te dekken. Dan is het even slikken. Maar ik ben net als jij een overlever en weet precies hoe je dit soort calamiteiten moet aanpakken. Ik wil mijn eigen ervaringen graag met je delen en heb daarom de volgende twaalf regels voor de getergde toezichthouder opgesteld. Je bent tenslotte nooit te oud om te leren, nietwaar?

  1. Zolang een probleem nog niet openlijk bekend is, stel je een commissie voor (her)benoeming niet op de hoogte. Waarom zou je? Wie weet loopt het met een sisser af. En als dat niet het geval is: de beraadslagingen van de commissie zijn geheim. Bovendien kon je toch niet weten dat de informatie achteraf relevant zou blijken?
  2. Wanneer een probleem op straat ligt laat dan de bijbaanfunctie direct vallen. Zorg dat jouw politieke vrienden direct een onderzoekscommissie instellen. Die zit uiteraard vol met andere vrienden, dus wordt het resultaat fors genuanceerd.
  3. Zorg verder dat de opdracht heel breed is zodat veel aspecten aan de orde komen. Des te meer kans dat het rapport zo complex wordt, dat jouw rol maar een klein onderdeel vormt.
  4. Geef in het openbaar geen commentaar op de problemen en verwijs tussentijds naar het werk van de onderzoekscommissie. Je wilt die natuurlijk niet voor de voeten lopen. Zorg wel dat degenen die jou beoordelen in het geheim goed op de hoogte zijn van je eigen visie op de zaak.
  5. Prijs de gedegenheid en evenwichtigheid van het uitgebrachte rapport, maar zeg ook dat nog niet alle aspecten goed zijn bekeken of dat deze onhelder zijn gebleven. Respecteer de reacties en zorg voor een directe behandeling van het rapport in de eigen organisatie. Niemand heeft dan het rapport goed bestudeerd, zodat jouw interpretatie of (halve) waarheid geldt.
  6. Laat punten die gevoelig zijn verder door een andere onderzoekscommissie bestuderen. Zo gaat de galm uit de kerk en raakt het onderwerp uit de aandacht. Op die manier worden burgers en andere belanghebbenden moe en zullen zij het opgeven.
  7. Benadruk dat velen mede verantwoordelijk waren voor de aanpak van de problemen. De verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de spelers in het veld was voor verbetering vatbaar en achteraf bleken niet alle risico’s af te dekken. De communicatie tussen de betrokkenen had ook beter gekund.
  8. Constateer dat er sprake was van buitengewone omstandigheden en erken dat bepaalde fenomenen niet genoeg zijn onderkend. Alle betrokkenen hebben geworsteld met het beoordelen van de uitzonderlijke situatie en het kiezen van een juiste strategie. Het was steeds zoeken in de hoop het goede te doen. Dat het niet elke keer is gelukt, weet je nu.
  9. Trek het boetekleed aan maar alleen in algemene zin. Betuig spijt over wat er is gebeurd en zeg dat je liever had gezien dat dingen anders waren gegaan. Je had bijvoorbeeld sterker moeten optreden dan je al hebt gedaan. Met de kennis van nu bied je daarvoor excuses aan. Vergeet daarbij niet te vermelden dat je kolossaal hebt ingegrepen door een verantwoordelijke de laan uit te sturen, uiteraard met een marktconforme regeling. Dat kon niet anders.
  10. Speel het altruïstische slachtoffer. Je deed het werk voor de mensen, de organisatie en de samenleving. Het is daarom uiterst pijnlijk en teleurstellend voor jou persoonlijk dat het niet is gegaan zoals je het wilde. Je bent je rot geschrokken en ligt er nog dagelijks wakker van of woorden van gelijke strekking.
  11. Verketter de critici die de burgers wakker willen schudden. Doe het natuurlijk niet zelf, maar er zijn genoeg mensen die van jou afhankelijk zijn en die dat wel voor je willen doen. Laat de zwartkijkers wegzetten als cynische, conservatieve lastpakken, die zich willen afreageren omdat ze op andere punten hun zin niet krijgen. Zorg zo nodig voor verdeeldheid door sommige actievoerders te paaien door gesprekken of anderszins.
  12. Ten slotte het belangrijkste. Zeg met volle overtuiging dat we uit het gebeurde lessen moeten trekken voor de toekomst. Gelukkig kan iedereen die nu toepassen ook in de eigen organisatie. Zo kun je jouw functie nog beter vervullen. Geef aan dat je je elke dag zult inzetten en inspannen voor het herstel van vertrouwen in jou als functionaris. Over het aantal nevenfuncties kan zo nodig later worden gesproken. Constateer dat nu het rapport is besproken een periode is afgesloten. Treed niet af, wees geen loser. Sla het boek vervolgens dicht en ga over tot de orde van de dag.

Ik hoop dat je er iets aan hebt. Misschien heb je voor mij nog andere suggesties, dan vullen we de lijst verder aan. Kunnen we er een mooie studiedag mee voorbereiden en levert het ook wat op. Succes verzekerd. Mocht je hulp nodig hebben dan ben ik daar graag toe bereid.

Je toegenegen, …..”

Tot zover de tekst van de e-mail met een blik achter de schermen.
Zo kan die wel weer: wat een cultuur en wat een mentaliteit! Ik heb altijd geleerd dat wanneer je een taak uitvoert daarvoor de verantwoordelijkheid draagt en ook de consequenties trekt als het niet goed gaat. Maar dat is waarschijnlijk te ouderwets gedacht.
Ik heb er genoeg van. Even een cognacje om deze smaak weg te spoelen. En met mijn onafscheidelijke cigarillo kom gelukkig ik in hoger sferen. Heerlijk genieten van de geneugten die ik mij ondanks alles permiteer.


NOBLESSE OBLIGE
Freule Petronella van Seyst, 31 december 2012

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zo aan het einde van het jaar denk ik vaak terug aan vroeger. Mijn grootouders plachten tijdens de donkere dagen hun dorpsgenoten voor het bordes van ons landhuis te ontvangen met koek en zopie. Voor de kinderen warme chocolademelk en een presentje en wat sterkers voor hun ouders. Die goede oude tijd is allang vervlogen. In plaats van adellijke jonkheren en baronnen zwaaien nu gewone burgers, wàt zeg ik, politici, de scepter in Zeist. Maar deze democratie heeft zijn prijs. Het principe van ‘noblesse oblige’ is kennelijk achterhaald. In plaats daarvan leiden nieuwe machthebbers aan zelfoverschatting en moreel verval. Een voorbeeld is de kwestie Amarantis.

In de jaren zeventig was ik beschermvrouwe en bestuurslid van een middelbare huishoudschool. Daar konden meisjes van eenvoudige komaf worden geschoold tot dienstbare werkers. Een vorm van emancipatie met een grote invloed op de samenleving. Dat onderwijs is later samengegaan met andere opleidingen tot het middelbaar beroepsonderwijs. Tot zover ging alles goed. In het bestuur wist je wat er in de school omging, hoe het met het huishoudboekje stond en wie extra ondersteuning nodig had. De leerlingen kwamen goed terecht en hadden iets aan hun opleiding. De kwaliteit van de opleiding en van de gediplomeerden was de ‘raison d’être’ van de school. Daar deed ik het voor en met veel plezier.

Geloof in Groei
De afgelopen decennia zijn de scholen onder politieke druk samengeklonterd tot enorme moloch’s zonder samenhang en zonder een onderwijsvisie die stoelt op de praktijk. Besturen werden gevuld met economen en managers met weinig zicht op de inhoud. Vertrouwen in eigen kunnen, groei van de onderwijsmarkt en schaalvergroting waren de norm. Risico’s werden stelselmatig onderschat of ontkend. Anders waren er wel exotische beleggingen die de problemen zouden oplossen. Daarin hadden zelfs financieel specialisten onvoldoende inzicht. Bovendien hoefden ze de actuele waarden ervan niet in de jaarrekening en balans te verantwoorden.

Boven een bestuur van een onderwijsgroep stond een Raad van Toezicht met politici aan het hoofd. Deze wilde de instelling ook laten groeien en keurde de veel te optimistische verwachtingen van het bestuur goed. Bij de leden ervan ging het om bijbanen, zodat de band met de scholen volledig zoek raakte. Voor burgemeester Janssen van de gemeente Zeist was het voorzitterschap van de Raad van Toezicht van Amarantis één van zijn vele nevenklussen. Is het dan vreemd dat op enig moment de wal het stuurloze schip keert? Zo gebeurde het bij diverse onderwijsgroepen, niet alleen bij Amarantis. Nog steeds vindt de heer Janssen dat een combinatie van een volledige baan als burgemeester met weinig verwante bijbanen mogelijk moet zijn.

Gelukkig had Amarantis geen vestigingen in Zeist, maar wel in Utrecht en Amersfoort. Veel Zeister leerlingen gaan daar naar deze scholen. In Zeist informeren ouders en scholieren bezorgd of hun opleiding valt onder Amarantis. Hun zorg is niet alleen het voortbestaan van de opleidingen, maar ook wat je er in de praktijk mee kunt. In de raadsvergadering van 4 december zei onze burgervader dat hij zijn werk als toezichthouder ‘deed voor de leerlingen en mensen’. Dan is het wel treurig dat de onderwijsinspectie ruim de helft van de onderzochte beroepsopleidingen en examens van Amarantis beoordeelde als onvoldoende tot (zeer) zwak. Sommige daarvan moesten daarom worden gestaakt. Daarmee is de erkenning door het beroepenveld van deze opleidingen in het geding met alle gevolgen voor de leerlingen en afgestudeerden.

Wat ook opviel tijdens de Raadsvergadering was dat de burgemeester de rol van toezichthouder als een activiteit achteraf aangaf. Dat klopt echter niet met de feiten. De Raad van Toezicht moest namelijk vooraf het financieel beleid, de begrotingen en de budgetbrieven goedkeuren. Daarin werd steeds uitgegaan van een in de praktijk niet haalbare, jaarlijkse groei van het aantal leerlingen van 4 %. Waarschuwingen van de medezeggenschapsraad en de accountant werden in de wind geslagen. Juist door die groei moesten de financiële problemen worden opgelost. Maar waar hadden de extra leerlingen vandaan moeten komen? Er waren immers geen nieuwe fusiepartners meer overgebleven. Was er een geboortegolf in het verleden? Kwamen de leerlingen massaal over van andere onderwijsgroepen? Was er een plotselinge toestroom van buitenslandse leerlingen? Niets van dat alles. Daarentegen bedroeg de jaarlijkse afname van leerlingen 0,6 procent. Alles bij elkaar een schrijnend voorbeeld van falend toezicht. Hoe valt het functioneren van deze Raad van Toezicht en haar voorzitter nog serieus te nemen?

Amarantis moest dit jaar van buitenaf overeind worden gehouden als gevolg van jarenlang opgebouwde schulden. De totale kosten werden eerst geraamd op 132 miljoen euro, maar blijken nu wat lager uit te vallen. Eén van de redenen voor de enorme schuld was het zwakke, niet effectieve toezicht. De burgemeester trok in de gemeenteraad het boetekleed aan en sprak over ‘een ernstige les’ en ‘werken aan leerpunten’. Ondanks ‘kolossaal interveniëren’ was het alleen niet gelukt de onderwijskolos op het rechte spoor te krijgen. Vanuit de raad werd opgemerkt dat de risico’s van Amarantis bij de herbenoeming als burgemeester niet waren besproken. Deze speelden al lang bij Amarantis, maar waren bij de gemeente niet bekend.

Wat nu?
Hoe is het mogelijk dat een burgemeester hiermee weg komt? Essentiële informatie achterhouden voor een herbenoeming, de gemeenteraad verkeerd voorlichten over de rol en taken van de Raad van Toezicht en een brevet van onvermogen tonen bij het goedkeuren van gemajoreerde begrotingen? Ronduit meelijwekkend was zijn uitspraak “Als toezichthouder ben je kwetsbaar” of woorden van soortgelijke strekking. In de Staten Generaal had hij al bij één van deze ‘politieke doodzonden’ zijn consequenties moeten trekken, maar niet in de gemeenteraad van Zeist. Daar kom je weg met vage uitspraken over “een ernstige les” en “werken aan leerpunten”.

De CDA-woordvoerder zei achteraf dat zijn nevenfuncties er niet toe doen, als hij als burgemeester maar goed functioneert. Wat een treurnis! Waar blijft op die manier het aanzien van de burgemeester en van het ambt wat deze uitoefent? En dan te bedenken dat ik vroeger op het CDA heb gestemd. Dat alles zegt iets over de bestuurscultuur in mijn oude dorp. Noblesse oblige? Geen van beiden, helaas. Het is meer noblesse oubli. Misschien beter in 2013? Aan mij zal het niet liggen. Desnoods ga ik op de barricaden. Een freule staat voor de goede zaak en is voor niemand bang. Adel verplicht.


BOOS OP KOOS

Freule Petronella van Seyst, 25 februari 2012

Afgelopen week las ik in de plaatselijke nieuwsbode een advertentie van een groep burgers. Zij wilden antwoord op hun vragen over de kostbare ondergang van de onderwijsgroep Amarantis en de rol van onze Koos Janssen daarbij. Eindelijk een beetje reuring. Het heeft lang geduurd, maar toch.
Natuurlijk hebben die burgers gelijk. Mogen ze misschien weten of de burgervader in de raad heeft gejokt over de rol van de Raad van Toezicht waar hij al heel lang voorzitter van was? En speelde de kwestie niet al voordat de voordrachtcommissie voor de herbenoeming van onze Koos klaar was? Het schijnt dat hij daarover in de commissie niets heeft gezegd. Hoe dan ook: deze en andere vragen moeten beantwoord worden. Hoe kun je anders nog een burgemeester serieus nemen?

Sinds de macht van de adel is vervangen door een politieke kaste is het er niet beter op geworden. In feite vormen de politici de nieuwe adel. Deze machthebbers laten zich bijstaan door medewerkers communicatie, die de hele dag niet anders doen dan het volk „voorlichten‟ over de wapenfeiten van onze bestuurderen. Foto hier, foto daar, de ambtsketens staan er weer mooi op evenals de grimlach van onze eerste burger. De column van de burgemeester is zowel onthullend als naïef. Krijgen we elke keer weer de oude weekagenda van Koos gepresenteerd. Hoe hij overal bij zit, openingen verricht, onderscheidingen uitreikt, netwerkbijeenkomsten bezoekt, deelneemt aan heidagen (in Kerckebosch?), lunches krijgt aangeboden, muzikale avonden bijwoont en bij de carnavalsvereniging aanwezig is.

Hij blijft er vrolijk bij: een heerlijke avond, een sfeervolle ontmoeting, respect, bewondering en waardering voor het gebodene, een felicitatie waard, een verrijkende ervaring, het geeft motivatie om op de ingeslagen weg verder te gaan, kortom hulde voor een ieder. En als er kritiek wordt geuit, dan zijn dat reacties die stof geven tot nadenken. Kortom een relatiemanager pur sang, op handen gedragen door de mensen die hem zo aardig vinden.

Waarom ben ik dan Boos op Koos? (Deze leuze is niet origineel maar komt nog van de stakingen tegen het plan van VVD-minister Koos Rietkerk, die in 1983 de ambtenaren wilde korten.) Ik ben boos omdat Koos niet een goede bestuurder blijkt te zijn. Hij zegt wat hij gaat doen, maar hij doet niet wat hij zegt. Zo zegt hij dat hij zich wil verantwoorden, maar in de antwoordbrief op de vragen van de burgers verschuilt hij zich achter de raad en vertelt ook nog dat hij al soortgelijke vragen heeft beantwoord. Niet dus! Niks duidelijkheid en feiten boven tafel. Geen verantwoordelijkheid nemen en opening van zaken geven. Hij heeft de kwestie afgesloten en gaat rustig het weekend in, zo vermeldt hij in zijn „column‟.

In zijn columns vertelt hij vol trots over de burgerparticipatie in Zeist. ”De kracht van Zeist, is de kracht van de samenleving, is de kracht van de mensen. Vertrouwen en ruimte geven aan de samenleving is de weg om ideeën, wijsheid, creativiteit en innovatie vanuit de samenleving te benutten voor maatschappelijke vraagstukken.” (30-5-2012). En tijdens een voorlichtingsbijeenkomst voor mogelijke raadsleden vertelt hij op 1 december 2012: “De gemeente staat het dichtst bij de burgers, weet wat er leeft onder de burgers en is in staat maatwerk te leveren.” Mooie woorden allemaal, wat leveren die in de praktijk op voor de inwoners van Zeist?

Daarom droom ik ervan dat er een andere tijd komt, een tijd van een gekozen burgemeester, iemand die je kunt afrekenen op zijn of haar woorden en voornemens, iemand die je op het schild kunt hijsen of kunt wegstemmen. Met een raad die je net als landelijk tussentijds kunt veranderen. Dus niet pas na vier jaar zonder overleg over en zonder de burgers beslissen over ambitieuze plannen, waarvoor die burgers uiteindelijk extra moeten betalen. Een burgemeester die verantwoordelijkheid durft te nemen, helder en transparant is, over zijn of haar eigen schaduw durft te springen en doet wat hij zegt. Kortom iemand die je kunt vertrouwen, want een burgemeester kan niet blindelings vertrouwen op het vertrouwen van de burgers, maar zal dat moeten verdienen.

Ik weet wel iemand die dat kan. Wie stemt er op mij? Dan krijg je in ieder geval echte adel nietwaar en adel verplicht. Prosit!


Print page
Share Button

Één reactie op Freule van Seyst

  1. Anton Moll schreef:

    Prima documentatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *