Ontwikkelingsperspectief 2030

Geactualiseerd 24 maart 2014


Ontwikkeling en vaststelling

INLEIDING

Ontwerpen,hand

Op 1 juli 2008 werd de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 van kracht. Vanaf die datum moeten het Rijk, de provincies en de gemeenten ruimtelijke plannen opstellen: op de drie beleidsniveaus de zogenaamde structuurvisies. Die leggen de ruimtelijke ordening voor hun gebieden vast voor een bepaalde periode. In het algemeen is dat tien jaar.

De structuurvisies vormen het beleidskader voor de gemeentelijke bestemmingsplannen, bijvoorbeeld voor een wijk. Daarin worden onder meer de bestemmingen vastgelegd voor wonen, groen, natuur, bedrijvigheid, randvoorwaarden, etc. Het gaat daarbij vooral om waar en hoe er gebouwd mag worden.
Zeist heeft ervoor gekozen eerst een visie voor de lange termijn op te stellen, namelijk voor de periode tot 2030. Dat is niet wettelijk verplicht. Deze visie, het “Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030”, is nu vastgesteld. Daarna volgt het opstellen van de verplichte Structuurvisie Zeist 2020. Deze is inmiddels ook vastgesteld: zie subrubriek Structuurvisie

INHOUDSOPGAVE STUKKEN

Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030 vastgesteld / 15 juni 2009
2 Brief Stichting Beter Zeist aan raad / d.d. 12 mei 2009
3 Impressie Ronde Tafel over Ontwikkelingsperspectief 23 april 2009
4 Inspraak Stichting Beter Zeist op Ronde Tafel / 23 april 2009
5 Analyse Beter Zeist Ontwikkelingsperspectief
 / 23 april 2009
6 Inspraak Vereniging Bosch en Duin e.o. / 23 april 2009
7 Columns Ontwikkelingsperspectief


1 ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF ZEIST 2030

 VASTGESTELD
15 juni 2009

flexibele stad

De raad heeft het stuk wel vastgesteld, maar de vaststelling levert geen bindend kader op voor de toekomst.  Zo redde de raad zich uit het probleem om de tientallen amendementen van vooral D’66 e.a. te moeten behandelen. Beter Zeist had al gewaarschuwd voor het nu opleggen van zo’n bindend kader voor de structuurvisie 2020. Dat zou de burgers de kans ontnemen om later nog te kunnen inspreken over de hoofdlijnen van de komende structuurvisie 2020.

Wel werden in moties nog wat wensen geuit. Zo ondersteunde een raadsmeerderheid Groen Links en PvdA om toch in gebieden van de ecologische hoofdstructuur te kunnen bouwen als die daardoor verbetert, bijvoorbeeld door uitruil van gebieden. Alleen D’66, SP, Leefbaar Zeist, CU/SGP en De Vries van de PvdA waren hierop tegen. Op die manier kan het project ‘Hart van de Heuvelrug’ doorgaan en wordt woningbouw op de vliegbasis mogelijk. We zullen zien of de Provincie Utrecht pal blijft staan voor het niet-bouwen buiten de rode contouren van Zeist. In een procedure voor de Raad van State hierover heeft zij al eerder gelijk gekregen.

Inmiddels schreef het college dat zij het project van de structuurvisie het aangewezen moment is voor dialoog met alle betrokkenen over ruimtelijke ordening in de toekomst. Beter Zeist denkt hier anders over en verwijst naar de vele ingediende reacties en de brieven hierover aan de raad. Zie ook de ingezonden brieven van L van Egeraat in de rubriek Ingezonden brieven.
terug naar top


2 BRIEF STICHTING BETER ZEIST AAN RAAD
d.d. 12 mei 2009

Onderwerp: reactie op antwoordmemorandum van wethouder Dirk Gudde

Geachte leden van de gemeenteraad,

De ‘reactie’ van de wethouder opent met de aanhef, dat de ‘insprekers’ hebben gewezen op feitelijke onjuistheden en formuleringen. Vervolgens maakt hij opmerkingen over een aantal ‘algemene’ aspecten (algemene formulering perspectief, wonen en economie) en sluit af met het rechtzetten van een paar foute ‘details’. Het memorandum geeft de Stichting Beter Zeist aanleiding tot het volgende commentaar.

Late reactie wethouder
Eén dag voor de raadsvergadering komt de wethouder met zijn “Reactie opmerkingen Ronde Tafel van 23 april jl.”. Er is geen samenvatting gemaakt van de opmerkingen, laat staan dat de inbreng integraal werd weergegeven. 
Zijn opmerkingen betreffen een willekeurige selectie van punten. Daarmee wordt de inbreng vanuit de Ronde Tafel gebagatelliseerd. Ondanks het feit dat de wethouder de beschikking heeft over een breed team van ondersteuners, zoals genoemd in het begin van het memorandum, was hij kennelijk toch niet in staat op tijd een gedegen reactie te geven. In zo’n geval had hij de bespreking moeten uitstellen. Hij neemt nu niet alleen de insprekers niet serieus, maar biedt ook de raad geen kans zich goed voor te bereiden en voldoende kennis te  vergaren om tot een onderbouwde besluitvorming te komen.

Kritiek Ronde Tafel
Deze kritiek richt zich vooral op het in deze versie van het ontwikkelingsperspectief ontbreken van:

  • Een probleemanalyse op basis van een systematische evaluatie van het in het verleden gevoerde beleid.
  • Valide en betrouwbare cijfers ter onderbouwing van de ambities. 
- Een confrontatie van de vele ambities op onderlinge strijdigheid en/of versterking.
  • Het confronteren van de ambities met de mogelijkheden en beperkingen van het beleid (SWOT-analyse).
  • De verwerking van het commentaar op deze versie als gevolg van het ontbreken van voldoende tijd en gelegenheid voor inspraak volgens de inspraakprocedure.

Beantwoording door Wethouder
Op de kritiek vanuit de Ronde Tafel gaat de wethouder niet in. Dat is bijvoorbeeld te zien bij zijn eerste punt over het algemene niveau van formulering van het Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030. Het gaat niet alleen om de globale richting van het stuk, maar vooral om het niet richtinggevende. Je kunt er afhankelijk van de beleidsbril die je opzet en de intenties die je hebt alle kanten mee op. De gezamenlijke ambities vormen een soort onbeperkte wensenlijst waaruit een ieder naar believen kan putten.

Het niet inhoudelijk reageren blijkt ook uit de ‘beantwoording’ op het gebied van Wonen en Economie. Slechts op enkele zinsneden uit het Ronde Tafel reageert de wethouder met het weglaten van een zin over wonen zonder dat zijns inziens de ‘intentie’ van het stuk verandert. Sinds wanneer hebben documenten intenties? 
Ook op het gebied van Economie geeft hij een bepaalde interpretatie van de tekst, die niet spoort met het geheel aan teksten van het perspectief. Bovendien blinkt de korte reactie uit door vaagheid: “niet direct bedoeld om nog meer arbeidsplaatsen te creëren” (wel indirect?). En wat hebben we aan dergelijke bedoelingen; van belang zijn te verwachten effecten. Volgens de wethouder gaat het om het verminderen van de werkpendel (op de genoemde effecten op het inwoneraantal wordt niet geantwoord).

Bij de punten 4, 5 en 6 over fouten en onjuistheden verwijst de wethouder vooral naar de komende Structuurvisie Zeist 2020 waarin alles wordt geconcretiseerd.
Alles zal beter worden, belooft de wethouder indirect. Waarom nu niet een goed stuk opgesteld om draagvlak te creëren voor de structuurvisie?

Wettelijk verplichte inspraak over Structuurvisie
Wanneer het ontwikkelingsperspectief wordt vastgesteld als kader voor de structuurvisie Zeist 2020, dan wordt daarmee tevens de bevolking en belangengroepen de mogelijkheid ontnomen volgens de gemeentelijke procedure in te spreken over het kader voor de komende structuurvisie. Een ernstige zaak die de stichting Beter Zeist zal aanvechten.
Daar komt bij dat bij een vaststelling van het ontwikkelingsperspectief als kader voor de structuurvisie de bevolking en belangengroepen ook de mogelijkheid wordt ontnomen om binnen de wettelijke mogelijkheden zienswijzen over het kader in te dienen. Een nog ernstiger zaak die indruist tegen de voorgeschreven procedures volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro per 1 juni 2008). In de Wro wordt immers duidelijk onderscheid gemaakt tussen inspraak en de nadien volgende wettelijke mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Ook het niet kunnen indienen van Zienswijzen zal de Stichting Beter Zeist zo nodig aanvechten. 
De gemeenteraad weet dus wat zij doet, wanneer zij zonder inspraak en zonder de mogelijkheden zienswijzen in te dienen akkoord gaat met het gepresenteerde ontwikkelingsperspectief als (beleid)kader voor de structuurvisie.

Namens de Stichting Beter Zeist,

Hoogachtend,

Was getekend,
Wil Nuijen, voorzitter; Egbert Visscher, secretaris.
terug naar top


3 IMPRESSIE  RONDE TAFEL OVER ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
23 april 2009

In het groene buitengebied mochten de burgers en belangengroepen op 23 april 2009 luisteren naar de bijdragen van hun insprekers tijdens de Ronde Tafel van de Gemeenteraad. In de Cruijff-zaal van het KNVB-sportcentrum probeerden zij de politici verbaal te overtuigen dat Zeist niet hoeft te groeien. De aantrekkelijkheid van Zeist voor de burgers en de omgeving zit volgens de meeste insprekers niet in het aantal inwoners, maar in de kwaliteit van de plaats zoals: het groen in en om de wijken, de culturele uitstraling, het onderwijs en de zorg, de recreatieve voorzieningen en het winkelaanbod voor de regio. 
De wethouder zei ten slotte dat hij geen nieuwe visies had gehoord en dat er weinig aan het perspectief hoeft te worden veranderd. Wat dat betreft kreeg inspreker Van Egeraat al direct gelijk, toen hij eerder constateerde dat de gemeente niet wil luisteren en de burgers worden beziggehouden.

In het KNVB sportcentrum (waarom niet in het gemeentehuis?) kwamen maar liefst vijftien sprekers in rotten van vijf aan het woord. Ieder mocht vijf minuten wat zeggen over het ontwikkelingsperspectief van 160 pagina’s. En na elke vijf sprekers konden de politici aan hen vragen stellen. Zo gaat het tijdens een Ronde Tafel van de gemeenteraad. Als je als burger of belangengroep wat te zeggen hebt, zeg het kort. De politici hebben immers weinig tijd voor dit soort raadplegingen. De meeste sprekers haalden daarom wat hoofdpunten uit hun geschreven zienswijzen en droegen die voor. Met geklap ondersteunden de aanwezige burgers sommige bijdragen, een verademing in vergelijking met andere openbare sessies van de gemeenteraad.

Wat was de algemene lijn van de opmerkingen?
Positief reageerden de sprekers op de pogingen van de gemeente om de burgers te betrekken bij de meningsvorming. Wel werden vraagtekens geplaatst bij het draagvlak van uitkomsten voor de burgers en de representativiteit ervan. Eén van de leden van de regiegroep sprak zelfs van een groot wantrouwen tijdens de sessies. Een andere spreker vond de tijdsdruk te groot, ook voor het reageren op het stuk. 
Weer anderen vroegen zich af waarom ook niet is gekozen voor een traject van formele inspraak. Die biedt meer tijd om niet ad hoc, maar meer gefundeerd en in overleg met de achterban te spreken over het perspectief. Volgens de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening is voor de komende Structuurvisie Zeist 2020 inspraak nodig. Ook werd gepleit de principiële keuzen al of niet in de vorm van alternatieve opties aan de kiezers voor te leggen, bijvoorbeeld in een apart referendum of aansluitend bij de verkiezingen voor de gemeenteraad. Overigens sloot de wethouder niet uit, dat de concept-structuurvisie Zeist 2020 niet meer voor de verkiezingen wordt vastgesteld zoals tot nu toe staat gepland.

De kernwaarden
Die zijn ook positief ontvangen, zij het dat er duidelijker en concreter moet instaan wat Zeist wil en niet wil: behoud van het bestaande dorpskarakter en van Zeist als parel van de Stichtse Lustwarande, geen ambitie als groeikern, geen verdere verstedelijking, geen hoogbouw en niet verder opofferen van groen. Ook de vertegenwoordiger van de woningbouwcorporaties verzachtte zijn geloof in groei enigszins door te pleiten voor een rustig en gelijkmatig bijbouwen van 200 – 250 of minder woningen per jaar. (Dat is overigens nog het dubbele van wat Zeist nodig heeft voor een stabiele bevolkingsomvang). Volgens hem “prevaleren in Zeist bomen niet boven mensen”. Dus niet: kappen met kappen zoals veel burgers willen, maar ook bouwen in het buitengebied.

Volgens de inspreker vanuit Valckenbosch zijn de kernwaarden op een te hoog abstractieniveau geformuleerd, zodat bijna iedereen het ermee eens kan zijn. De deductie, het afleiden van een concrete uitwerking, vormt dan het probleem. Het geheel van waarden is te vergelijken met een Volendammerbroek waar alles inpast. Volgens anderen geldt dit ook voor de uitspraak bij de ruimte-ambities: “Het woningbouwaantal is dus niet leidend.” Dat kan zowel betekenen dat er minder dan in de Woonvisie staat kan worden gebouwd, maar ook het tegengestelde.

De ambities
Veel sprekers vonden de serie ambities een bonte wensenlijst, die voor een deel haaks staat op de kernwaarden en die elkaar bovendien tegenspreken. Dat geldt vooral voor de aangekondigde verdichting, de hoogbouw (vijf tot acht woonlagen) en het bebouwen van niet-kwetsbare groengebieden. De milieuorganisaties meldden dat die gebieden inmiddels al bebouwd zijn en de meeste Zeistenaren willen geen hoogbouw. Dat blijkt uit wijkvisies, enquêtes, handtekeningenacties, brieven, zienswijzen, bezwaar- en beroepsprocedures. Ook in het rapport staat dat de meerderheid vindt, dat bebouwing van groenlocaties sowieso niet ter sprake mag komen, omdat Zeist al voldoende groen heeft opgeofferd. Toch staat het bij de ambities anders.

Was vroeger het argument voor bouwen het op peil houden van de voorzieningen, nu zou het gaan om het zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw. Ook zouden mensen dicht bij hun werk in Zeist moeten kunnen wonen. De gemeente kent namelijk een enorm arbeidsplaatsenoverschot. Dat zal nog groter worden met de ambitie nog meer duurzame bedrijvigheid en landelijke organisaties binnen te halen.
Veel sprekers keerden zich tegen een groeiambitie voor Zeist. Die levert voor de bewoners nog meer problemen op voor de benodigde voorzieningen (scholen, sportvelden etc.), het verkeer (files, parkeren), milieu (geluid, fijnstof, gassen), veiligheid e.d.

Wat wel moet gebeuren is het komen tot een integrale verkeers- en bereikbaarheidsaanpak met mobiliteitsmanagement, zonder extra verkeer aan te zuigen. En geen groei van de bedrijvigheid als doel, maar zo nodig een transformatie zonder dwang. Ook vanuit de ondernemers klonk zorg over groei ten koste van groen: liever kwaliteit dan kwantiteit. Zeist moet de centrum- en leveranciersfunctie voor de regio op een andere manier veiligstellen met behoud van het aantrekkelijke dorpskarakter. Namens de “Zeist Onderneemt!” pleitte mevrouw A. Verstappen voor een vorm van centrummanagement. Een betere bereikbaarheid in en rondom Zeist levert juist behoud en verbetering op van de voorzieningen, vond de heer Ruijs (ondernemers centrum). Een groei van de bevolking is daarvoor niet nodig. 
De meeste insprekers willen dat de kwaliteit van Zeist centraal staat: het groen in en om de wijken, de culturele uitstraling, het onderwijs en de zorg, de recreatieve voorzieningen en het winkelaanbod. Dit spoort met de wijkvisies die burgers tot nu toe hebben opgesteld, maar die de gemeente heeft geparkeerd.
Wat ook werd genoemd is het verbeteren van het openbaar vervoer en van de bestaande fietspaden, overigens zonder een extra fietsverbinding over de Lage Grond met Utrecht.

Tekorten van het perspectief
Het grote probleem van het toekomstperspectief is dat het soort onbegrensde wensenlijst is. De ambities zijn niet geconfronteerd met de mogelijkheden, beperkingen en gecontroleerd op onderlinge tegenspraak. Zonder heldere keuzen zijn de ambities dan ook niet realistisch.
Wat in de diverse commentaren doorklonk was het ontbreken van een heldere probleemanalyse, bijvoorbeeld op basis van een systematische evaluatie van het vroegere en huidige beleid en de gevolgen daarvan. Beleid ontstaat niet uit het niets, het moet rekening houden met de positieve en negatieve kanten van het verleden. En daarvan zullen we moeten leren in het licht van de gewenste situatie.

Ook werd geconstateerd dat de gemeente geen harde cijfers over de belangrijkste beleidssectoren geeft. Dat geldt in het bijzonder voor de woningmarkt en de woningbehoeften van Zeistenaren. Verder wordt in het perspectief niets gezegd over het provinciaal beleid op dit terrein. De provincie ziet Zeist namelijk juist niet als een groeikern. Dat is ook niet gewenst, want rondom Zeist liggen kwetsbare groen- en natuurgebieden die behouden moeten blijven. Bovendien is de autonome groei van Zeist gering.
Over het draagvlak van de inhoud van het rapport is ook kritiek geuit. Genoemd werd onder meer het ontbreken van goed overleg met de ondernemers en met de buurtorganisaties en de beperkte deelname aan de serie bijeenkomsten. Ook de toezegging vooraf, dat bestaand beleid ter discussie zou kunnen worden gesteld, blijkt in het rapport niet gestand te worden gedaan.

Vervolg
De wethouders zei ten slotte dat hij geen nieuwe visies had gehoord en dat het perspectief kon worden behandeld in de Raad. Op de publieke tribune wezen burgers vol ongeloof naar hun oren en voelden zich niet gehoord. Eén van de insprekers, Leo van Egeraat, voorspelde dit met zijn constatering, dat de burgers worden beziggehouden en dat de gemeente niet wil luisteren. Ook eerdere beleidsvisies, zoals het Structuurplan en het Groenstructuurplan en verder het rapport Van Strien (1991), twee Wijkvisies en het rapport Verstand werden grotendeels niet toegepast. Daarmee negeerde de gemeente ook de inspanningen, die de burgers steeds opnieuw leverden voor de gevraagde inbreng. “Kennelijk zijn de visies van de bevolking niet bespreekbaar”, zei Van Egeraat tijdens zijn praatje en dat bleek maar weer eens. Een zoveelste herhaling van zetten. En verloren tijd voor de geëngageerde burgers, die veel energie aan de plannen besteedden, zoals in een brief naar de gemeente staat. 
Ook werd uit vragen van sommige gemeenteraadsleden duidelijk, dat zij weinig hadden geleerd van de zes inspraakrondes en de Ronde Tafel. Of waren de (naïeve) vragen vooral bedoeld om de insprekers de kans te geven hun standpunt uit te dragen?

Nog verbazingwekkender was het voor de aanwezige burgers, dat de raadsleden totaal geen reactie gaven op de woorden van de wethouder. Hadden zij ook geen nieuwe visies gehoord of hebben zij het opgegeven weerwoord te geven? Formeel gebeurt het geven van een reactie tijdens de raadsdiscussie, een volgende fase in de beleidsvorming, maar voor de burgers was het uiterst onbevredigend. Weer een slechte beurt voor de Zeister politiek, die al eerder niet verder wilde werken aan het verbeteren van de relatie met de buurtorganisaties. En dat was juist een beslissende voorwaarde om het vertrouwen van de bevolking en hun organisaties te herstellen.
terug naar top


4 INSPRAAK BETER ZEIST OP RONDE TAFEL ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF

Wil Nuijen / 23 april 2009

Geachte leden van de gemeenteraad van Zeist,

De manier waarop het ontwikkelingsperspectief tot stand is gekomen, werd gepresenteerd als een manier van invulling geven aan het rapport Verstand. Voor ik op de inhoud in ga kan ik het niet nalaten te benadrukken dat dat in onze ogen allerminst het geval is. Eerst zou de gestoorde verstandhouding hersteld moeten worden, dan pas kan er sprake zijn van een constructieve dialoog. Het woord zegt het al, in een dialoog zijn er twee partijen in het spel en die luisteren naar elkaar. Dat men luistert blijkt uit het feit dat men zich over en weer laat beïnvloeden. Van enige beïnvloeding hebben wij de afgelopen twee jaar niets kunnen merken.

Wij hebben dus een tweeslachtige houding tegenover het proces dat zich hier afspeelde. Wij wilden niet kinderachtig langs de zijlijn blijven staan, maar ervaren toch sterk dat er aan één voor-waarde voor succes niet is voldaan: een vertrouwensbasis ontbreekt. 
En voor het huidige bouwbeleid lijkt het ontwikkelingsperspectief zonder gevolgen te blijven, ook al hebben de inwoners zich in de door hun beleden kernwaarden duidelijk uitgesproken.
In een schriftelijke bijlage treft u onze uitgebreide analyse van aan het Ontwikkelingsperspectief. In het kader van deze Ronde Tafel beperk ik mij tot slechts enkele punten.

De kernwaarden worden herkend en onderschreven
Nu naar de inhoud. Tot onze grote voldoening constateren we dat de waarden die wij hoog in het vaandel hebben (kies voor kwaliteit in een groen en dorps Zeist, dat z’n cultuurschatten koestert) ook als “kernwaarden” duidelijk naar voren komen. Wij wisten dat al, maar het is toch mooi als dat er uit komt, zeker waar wij ons niet aan de indruk kunnen onttrekken dat er door sommige groepe-ringen enige regie is gevoerd t.a.v. deelnemers.

Het lijkt mooi maar het is een vrijbrief voor nog méér bouwen
Maar dan komt het: “zorg voor voldoende en goede woningen voor senioren, starters en jonge ge-zinnen en mensen met een gemiddeld inkomen”. Op het eerste gezicht ook geen stelling waarmee je het oneens kunt zijn. De uitwerking hiervan ziet er echter als volgt uit:
• Als bouw toch noodzakelijk is, dan bij voorkeur binnen de bestaande bebouwde omgeving, door verdichting, transformatie en hoogbouw.
• In laatste instantie is bebouwing op niet-kwetsbare groenlocaties een optie.
• Bebouwing moet altijd aansluiten bij de kwaliteiten en het karakter van de betreffende kernen.

Kernwaarden staan haaks op het gevoerde beleid
In Den Dolder, Huis ter Heide, rondom het Sanatoriumbos en in Kerckebosch en Austerlitz weten inwoners intussen heel goed wat u onder “niet-kwetsbare locaties verstaat!
En wat betreft het “aansluiten bij kwaliteiten en karakter van bestaande kernen”, weten we intussen ook hoe dat kan betekenen dat complete gemeenschappen worden ontwricht door massale bouwplannen.
Het statement dat “daarbij rekening moet worden gehouden met afspraken die zijn gemaakt met andere overheden en marktpartijen” doet pas echt de deur dicht. Hoewel de Zeister samenleving duidelijk maakt dat ze kwaliteit wil, komen in dit toekomstperspectief statements voor die daarmee ronduit strijdig zijn. Wat is hier toch aan de hand?

Met strijdige uitgangspunten kun je alle kanten op
In de formele logica is een grondprincipe dat je uit een stelsel strijdige uitgangspunten, elke wille-keurige uitspraak als “waar” kunt afleiden. En dat is hier aan de hand. Uitgangspunten, zoals nu verwoord, zijn onderling strijdig en je kunt er dus alle kanten mee op!
Het lijkt meer op een verzameling wensen (roept u maar), dan op een consistent geheel.
Dat zit hem in het feit dat het toekomstperspectief wél spreekt van ambities (deels strijdig dus), dus van wat we wel willen, maar niets zegt over wat we niet willen. Op dit punt zou het “toekomstperspectief” zeker nog een slag moeten krijgen.

Waar komen de ambities vandaan?
Vooral met de vertaalslag van “kernwaarden” naar “ambities” hebben wij veel moeite. Het lijkt dat hier veel meer input is ingeslopen dan uit de dialoogbijeenkomsten werd verkregen. Maar wie kan dat controleren? 
Ook op het weinige cijfermateriaal valt veel af te dingen. Ik hoef maar te wijzen op de cijfers van aantallen woningzoekenden (slechts 20% van de ingeschreven zijn serieus op zoek naar een andere woning) en de CBS groeiprognose voor Zeist. Deze prognose (5,5 % groei tot 2030) is het gevolg van de voorgenomen bouwplannen en kan dus niet als grondslag daarvoor worden gebruikt! Ook de cijfers over gezinsverdunning moeten met kennis van zaken worden geïnterpreteerd. De daarmee samenhangende toename van huishoudens valt overigens bijzonder mee!
Het ziet er naar uit dat de nu geformuleerde (strijdige) uitgangspunten ruimte bieden voor ongebreidelde groei. We zijn van de regen in de drup gekomen!

Proces kon beter
Uit de gevolgde procedure valt nog het één en ander te leren. Lessen die wellicht nog kunnen worden gebruikt bij het opstellen van de Structuurvisie.
Het proces stond onder te grote tijdsdruk (vanwaar toch die haast?) en ook de publiciteit liet te wensen over. Zo kregen niet alle deelnemers de feedback die hun in het vooruitzicht werd gesteld. Alleen al de totale omvang van 160 pagina’s maakt het rapport voor veel bewoners niet leesbaar.

Huidig beleid bijstellen of niet?
U, huidige raad, in het bijzonder de fracties van de coalitie (CDA, PvdA, VVD en Groen Links) zou uit de geformuleerde kernwaarden moeten concluderen dat uw huidige beleid bijstelling behoeft.
Wij hebben er echter geen enkel vertrouwen in dat u daartoe bereid bent, nu niet en ook straks niet, mocht u na de gemeenteraadsverkiezingen weer in een rol met zeggenschap terecht komen! Wij zeggen “eerst zien, dan geloven!”.

Is er hoop?
U hoeft echter niet te volharden in uw huidige beleid. U kunt ook het bestaande beleid bijstellen, in de richting die dit de “kernwaarden” aangeven.
Als dat toch eens zou kunnen gebeuren? Zouden wij u dan nawijzen en zeggen “slap hoor, ze houden zich niet aan hun “afspraken”? Nee, wij zouden dat moedig vinden, en wellicht zou dat, wat Annelies Verstand met haar aanbevelingen beoogde, alsnog worden bereikt.

Ik dank u voor uw aandacht.
terug naar top


5 ANALYSE BETER ZEIST ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
Bijlage bij de inspraakreactie / E.P. Visscher / 23 april 2009

Op zich is het een goede zaak dat de gemeente probeert de bevolking en haar belangengroepen te betrekken bij de discussie en meningsvorming over het beleid voor de toekomst van Zeist. Wel wordt in het rapport Verstand van 1 april 2008 voorgesteld allereerst te werken aan het verbeteren van de relatie met de burgers en hun organisaties. Dat is helaas onvoldoende gebeurd, hetgeen van invloed was op de deelname aan de discussies. 
In geval van het (daarna) houden van een discussie wordt in het tweede scenario van het rapport Verstand gepleit voor een fundamenteel debat over het toekomstbeeld van Zeist om op basis daarvan te bepalen hoeveel er gebouwd moet worden. In het derde scenario is het voorstel de woningbouw te temporiseren of te faseren. Dit alles zou in de vorm van een dialoog moeten plaatsvinden tussen bewonersgroepen en gemeente. 
Bij een keuze voor het alternatief, namelijk het eerste scenario met het handhaven van het woningbouwprogramma, zal het conflict zich namelijk verder verharden.

Hoe beoordeelt de Stichting Beter Zeist mede in dit licht het Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030? De gevolgen van de ambities of beleidskeuzen van het lange termijn kader 2030 worden uitgewerkt in de Structuurvisie Zeist 2020.

Systematische evaluatie ontbreekt
Het perspectief maakt geen gebruik van een systematische evaluatie van eerder beleid en de gevlogen ervan. Dit is een fundamenteel gebrek in de gekozen opzet. Juist door een grondige evaluatie kan men systematische problemen en verbeterpunten op het spoor komen. Dit wordt niet opgelost door te verwijzen naar wensen van deelnemers, als zou daarin impliciet al de evaluatie zijn verwerkt.

Bij een evaluatie zal ons inziens onder andere het volgende naar voren komen:

  • Er is bij de gemeenten en de woningbouwcorporaties gebrek aan objectieve informatie, zoals t.a.v. de zogenaamde rood-groenbalans, het aantal actief woningzoekenden en de behoefte aan bedrijvigheid.
  • Uit onderzoek van derden blijkt dat de Zeister woningbehoefte helemaal niet zo groot is als wordt beweerd.
  • Het voorzieningenniveau van Zeist hangt niet automatisch af van het aantal inwoners, maar van de aantrekkelijkheid van de plaats: het wonen en leven in het groen en niet op het vroegere groen; dus meer kwaliteit in plaats van kwantiteit.
  • Het monumentale (dorps)karakter, het groen, de (volks)tuinen, de open ruimte en sportterreinen zullen als gevolg van het huidige beleid steeds meer moeten wijken.
  • Het beleid in Zeist is gebaseerd op onjuiste aannamen over wat de bevolking wenst. Die wil geen verdere uitbreiding, verstedelijking en hoogbouw en het ontwikkelen van Zeist tot een satellietstad van Utrecht. Daarentegen gaat de gemeente op de oude weg door zonder te leren van het verleden en te kijken naar de lange termijn effecten van het beleid.
  • De gemeente heeft geen breed geaccepteerd, helder fundament voor samenhangend beleid.
  • Er bestaat onvoldoende gelegenheid voor beleid met en door burgers: dus het meespreken over het wat, waarom en hoe; de huidige inspraak voldoet niet (top down versus bottum up of in samenspraak).
  • Er is geen sprake van objectieve gemeentelijke voorlichting en bovendien zijn er onvoldoende mogelijkheden om andere meningen dan die van de gemeente te publiceren.

Het pleidooi voor het meenemen van een evaluatie van het vroegere beleid is vooral bedoeld om de kansen voor een realistische visie te vergroten. Het beleidsproces is een voortdurend gebeuren en bouwt voort op eerdere keuzen. Juist met een ‘out-of-the-box’ benadering zal men bereid moeten zijn het verleden opnieuw qua keuzen te durven herzien. Daar is nu in de tekst maar weinig van terug te vinden.

Geen visie met gefundeerde keuzen, maar een onbegrensde wensenlijst
Eigenlijk zouden in het ontwikkelingsperspectief de drie standaardvragen moeten worden beantwoord, die van belang zijn voor een verantwoorde keuze:

a) Wat is Zeist: wat is de typische Zeister identiteit.
b) Wat wil Zeist: wat zijn de wensen van de Zeistenaren.
c) Wat kan Zeist: wat zijn realistische ambities voor de gemeente gezien de mogelijkheden en beperkingen?

Ad a:  Identiteit.
Wat de identiteit van Zeist is staat summier vermeld op pagina 5 en uitgebreider in hoofdstuk 5.1 “Kernwaarden” en hier en daar in de tekst. Een vollediger beschrijving is nodig om goede afwegingen te kunnen maken. Daarbij zou ook aangeven moeten worden wat Zeist niet wil, zoals verdere verstedelijking en uitbreiding van het aantal inwoners. De belangrijkste vraag is immers of Zeist groeikern is.

terug naar top


6 INSPRAAK VERENIGING BOSCH EN DUIN E.O. ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
Rob Meyer, voorzitter 23 april 2009

Geachte leden van de gemeenteraad van Zeist,

Hierbij geven wij u onze reactie op het Ontwikkelingsperspectief 2030 zoals dit zeer onlangs is verschenen.
 Wij kunnen onze reactie in één zin samenvatten: ‘The proof of the pudding is in the eating’. Veel, zo niet alles zal afhangen van de wijze waarop de Structuurvisie Zeist 2020 gestalte zal krijgen. Kort samengevat zijn wij het volgende van mening.

  1. Proces: Het interactieve traject dat door de gemeente is ingezet kent een zeer hoge tijdsdruk. Waar dit voor het Ontwikkelingsperspectief 2030 nog niet onoverkomelijk is geweest, dient voor het traject van de Structuurvisie veel meer tijd worden ingeruimd. Tevens dient voor een zo belangrijk onderwerp als de Structuurvisie 2020 de mening van de kiezer te worden gezocht; de Structuurvisie zou dan ook inzet van de aankomende gemeenteraadsverkiezingen behoren te zijn.
  2. Representativiteit: aan de inbreng van de belanghebbenden mogen niet al te belangrijke conclusies worden verbonden vanwege onvoldoende representativiteit.
  3. Enkele inhoudelijke opmerkingen: de in het Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030 weergegeven feiten, conclusies en uitspraken dienen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te worden gehanteerd vanwege hun soms arbitraire selectie.
  4. Ambities: het ‘echte werk’, dat wil zeggen het maken van keuzen uit de veelheid van vermelde ambities, gaat nu pas echt beginnen.

Ad 1 Proces
De Vereniging Bosch en Duin constateert met genoegen dat de gemeente Zeist een serieuze poging heeft ondernomen zijn burgers bij de opstelling van de Structuurvisie 2020 te betrekken. De wijze waarop de gemeente dit heeft gedaan, te weten de burgers (en andere belanghebbenden) door middel van een doorkijk naar 2030 (het zogeheten Ontwikkelingsperspectief) te laten aangeven hoe de kwaliteit van Zeist er in de toekomst zou moeten uitzien, getuigt van een frisse aanpak. Hiermee is zoveel mogelijk voorkomen dat men terugvalt in discussies die geleid hebben tot de zeer slechte relatie waarin de gemeente met zijn burgers is beland. Ook de visuele werkwijze die is gehanteerd verdient lof.
 De toezegging van de gemeente dat bestaand beleid ter discussie kan worden gesteld, heeft zeker ertoe bijgedragen dat door diverse burgers aan dit interactieve proces is deelgenomen.

Wij stellen ook verheugd vast dat ook voor de Structuurvisie 2020 eenzelfde interactief proces zal worden gevolgd, zo lezen wij op blz. 153 van het Ontwikkelingsperspectief 2030. 
In de Structuurvisie 2020 zullen echter, anders dan in het Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030 het geval is, keuzen moeten worden gemaakt. Dit zal de nodige discussies en dus tijd vergen. Waar het Ontwikkelingsperspectief nog in een krap tijdsbestek kon worden opgesteld – ons inziens had het de kwaliteit van het Ontwikkelingsperspectief gediend als er meer tijd voor de inventarisatie en verdieping van de discussies was ingeruimd – zal voor een gedegen Structuurvisie en het daarvoor te volgen interactieve proces met de diverse belanghebbenden aanzienlijk meer tijd moeten worden genomen.
En zoals al gezegd, de Structuurvisie dient vanwege zijn belang en langjarige gelding, tot inzet van de gemeenteraadsverkiezingen over krap een jaar gemaakt dienen te worden.

De tijdsdruk bij het tot stand komen van het Ontwikkelingsperspectief blijkt ook uit de bijzonder korte tijd die ons is gegeven op het document te reageren. Het is praktisch onmogelijk voor ons, naast onze dagelijkse werkzaamheden, binnen één week te reageren. Wij beperken ons in deze reactie derhalve noodgedwongen tot een aantal hoofdzaken.

Ad 2. Representativiteit
Wij wijzen erop dat het aantal belanghebbenden dat bij de totstandkoming van het Ontwikkelingsperspectief daadwerkelijk is betrokken, zowel in absolute als in relatieve zin beperkt is geweest. Zowel hierdoor als door het feit dat het Ontwikkelingsperspectief vrij algemeen van inhoud is, kan het document niet meer zijn dan richtinggevend en zeker niet als een ‘blauwdruk’ voor de toekomst die door een meerderheid van de burgers van Zeist wordt onderschreven. Dit doet aan de waarde van het Ontwikkelingsperspectief 2030 echter niet af.

Ad 3. Enkele inhoudelijke opmerkingen
Een greep uit onze opmerkingen over de inhoud van het Ontwikkelingsperspectief betreft allereerst de vrij magere Trends en Ontwikkelingen, die met behulp van ambtenaren van de gemeente Zeist in het document zijn opgenomen. Bovendien zijn deze trends en ontwikkelingen nauwelijks onderbouwd. Daar komt bij dat er ook elders in het Ontwikkelingsperspectief zaken als feiten worden weergegeven als zouden deze vaststaan. Als voorbeeld noemen wij de vermelding van enkele gegevens op blz. 116 die zouden duiden “op een grote druk op de markt voor huurwoningen”. Zoals u bekend is, hebben over het aantal burgers dat daadwerkelijk naar een woning op zoek is, diverse scherpe debatten plaatsgevonden. Wij delen dit soort conclusies, die op omstreden feiten zijn gebaseerd, niet.

In het Ontwikkelingsperspectief worden meerdere conclusies getrokken en verschillende uitspraken genoemd van mensen die aan het proces hebben deelgenomen. Deze kunnen niet anders dan arbitrair zijn en dienen derhalve met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te worden gehanteerd.
 Zo zetten wij een groot vraagteken bij de geuite suggestie om in het centrum over te gaan tot hoogbouw, zeker dat het zou gaan om maar liefst 5 tot 8 bouwlagen. Hoewel deze suggestie inderdaad door enkelen is gedaan, mag deze ons inziens, vanwege het massale verzet hiertegen in het recente verleden, niet worden vertaald in een door de burgers algemeen gesteund initiatief om in het centrum tot hoogbouw over te gaan.

Buitengewoon kritisch zijn wij over de vermelding dat bij het opstellen van de Structuurvisie 2020 rekening gehouden moet worden met afspraken die zijn gemaakt met andere overheden en marktpartijen op basis van het bestaande beleid. Hiermee dreigt de toezegging van de gemeente, dat bestaand beleid ter discussie gesteld te worden, op drijfzand te zijn gezet.

Ad 4. Ambities 
De veelheid en het niveau van de ambities die in het Ontwikkelingsperspectief zijn opgenomen, zijn prijzenswaardig. Zo wordt onder meer gestreefd naar:

  • Een evenwichtige bevolkingsgroei;
  • Een ondernemend, bruisend Zeist;
  • Kwaliteit van samenleven en niet kwantiteit;
  • Beter openbaar vervoer en fietsverkeer;
  • Versterking van de werkrelatie (dichter bij het werk, minder werkverkeer);
  • Bouwen in ‘kwetsbare’ groengebieden wordt taboe verklaard, met natuurlijk direct de vraag wat onder ‘kwetsbaar’ zal worden verstaan.

Het realiseren van deze en andere ambities en de ‘vertaling’ hiervan in de Structuurvisie 2020 wordt dus nog een hele klus! Met de eerste ambitie, een evenwichtige groei van de bevolking, zijn wij het duidelijk niet eens. Er is immers geen behoefte aan groei en al helemaal niet aan gemeenten die bouwen om te groeien, terwijl de bevolking van Nederland stabiliseert. Ook zien wij niets in het ‘wegsnoepen’ van (potentiële) inwoners elders, met als gevolg een mogelijke stagnatie bij de desbetreffende gemeenten.

Ook zijn wij kritisch over de suggestie dat groene gebieden die ‘nauwelijks’ kwetsbaar zijn wel ontwikkeld zouden mogen worden, zij het onder strikte voorwaarden. Wij zullen ervoor waken dat op deze wijze toch weer de deur wordt opengezet groen, dat per definitie in dit gedeelte van het land kostbaar is, aan bouwambities op te offeren.
Wij zijn benieuwd of en hoe de gemeente er in zal slagen deze ambities op een evenwichtige manier een plaats te geven in de Structuurvisie 2020. Wij zullen een en ander op de voet volgen, met als adagium zoals gezegd ‘the proof of the pudding is in the eating’.

Ten slotte: aanbevelingen voor de Structuurvisie 2020

Wij dringen er bij de gemeente op aan bij het vervolg op dit traject, op weg naar het opstellen van de Structuurvisie 2020, het volgende in acht te nemen:

  • Veel meer tijd om redenen als hierboven genoemd;
  • Betere / duidelijker communicatie naar de burger en de andere belanghebbenden wat er van hen wordt verwacht bij het tot stand komen van de Structuurvisie 2020.
  • Begeleiding / korte inleidingen of ‘trainingen’ van belanghebbenden om, voorzien van enig basis materiaal, gericht en met uitzicht op een kwalitatieve input een bijdrage te kunnen geven aan de totstandkoming van de Structuurvisie 2020.

terug naar top
7 COLUMNS ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF

Wat is het nieuwe aan de Zeister visie voor 2030? De nieuwe groene verpakking die suggereert dat het allemaal nog mooier wordt. Maar de oplettende lezers weten wel beter: nog meer en hoger bouwen en ook in de groene buitengebieden. Zeist wordt een echte groeigemeente. In wezen is de visie een onbegrensde wensenlijst van het college van B&W. Zo wordt de groen en de resterende open ruimte het kind van de rekening. Wie stopt deze gemeente met haar onbeperkte groeiambities?
Zie verder de Zienswijze van Beter Zeist en de column van Janus en de gastcolumns, zie rubriek Columns:

  • in de subrubriek Janus de column: “Als de vos de passie preekt …” van april 2009;
  • in de subrubriek Gasten de column van Tj.C. Postma: “Ontwikkelingsperspectief? Listig en mistig!” van 24 april 2009.
    terug naar top

Print page
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *