Utrecht 10

Geactualiseerd 08 juni 2017    

Regionale samenwerking

INHOUDSOPGAVE RUBRIEK

Samenwerkingsverband Utrecht 10

Het Bestuur Regio Utrecht is per 1 januari 2015 opgeheven en wordt in 2016-2017 afgebouwd. Het is per 7 december 2015 op basis van een ondertekend convenant vervangen door een bestuurlijk samenwerkingsverband van tien gemeenten inclusief de stad Utrecht: Utrecht 10 (U10).

Elke gemeente is uniek maar samen vormen ze één regio: één arbeidsmarkt en één woningmarkt. Ook letterlijk zijn ze nauw met elkaar verbonden door één (druk) wegennet en groene gebieden, zie de Atlas Regio Utrecht 2015.
De tien gemeenten in de regio zijn Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Vianen, Woerden en Zeist. In het netwerk U10 werken zij samen op het gebied van economie, wonen, ruimte, energietransitie, bereikbaarheid en op het sociale domein. Daarbij gaan het Rijksbelang, respectievelijk het provinciaal belang voor boven het gemeentelijk belang. De verkeer- en vervoertaken van het BRU worden nu uitgevoerd door de provincie. Zie ook de evaluatie van de resultaten van U10 (d.d. 18 januari 2017).

  De druk op de Utrechtse regio neemt toe; steeds meer mensen willen in de regio wonen en werken. Utrecht staat voor de uitdaging om de groei van de regio te accommoderen en tegelijk de hoge kwaliteit van leven en concurrentiekracht te blijven versterken. Hoe kan de ruimtebehoefte voor wonen en werken samen gaan met duurzaamheid en de landschappelijke kwaliteiten van de regio? Om deze en andere vragen te kunnen beantwoorden werkten de samenwerkende gemeenten in de Utrechtse regio (U10) aan een nota op ruimtelijk-economisch gebied en aan een Regionale Woonvisie.

Peilnota Ruimtelijk-Economische Koers
De inhoud van deze nota is tot stand gekomen na gesprekken aan de U10-bestuurstafels Ruimte en Economie en op basis van drie verdiepende werksessies met deskundigen, raadsleden, bestuurders en externe partijen in november en december 2015. Dit proces heeft geleid tot een formulering van een richtinggevend motief voor de koers (“Groen, gezond en slim”, paragraaf 2) en tot een duiding van de belangrijkste kernvraagstukken voor uitwerking van de koers (paragraaf 3 t/m 6). Bij elk van deze paragrafen zijn vragen geformuleerd, die kunnen worden betrokken bij bespreking van het document in de gemeenteraden. Zie de
Peilnota van 20 januari 2016 met daarbij de reactie d.d. 22 maart van B&W.

Het voorlopige commentaar van de Stichting Milieuzorg Zeist wordt  onderschreven door Stichting Beter Zeist. En verder de korte principiële reactie van Werkgroep Natuurlijk Zeist-West. De burgerorganisaties zien het als een onnodig gemiste kans dat bij het bespreken van de Peilnota van de U-10 niet actief de samenleving werd betrokken. Wat de koers betreft worden de gekozen thema’s in algemene zin ondersteund. Wel plaatsen de organisaties kanttekeningen bij het vinden van een goede balans tussen Planet, People en Profit/Prosperity met respect voor de waarden van waarden van leefomgeving, natuur, landschap en cultuurhistorie.
terug naar top

Woningmarktmonitor

In de toto nu toe regelmatig uitkomende Regionale Woningmarktmonitor wordt verslag gedaan van de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt in de regio Utrecht. Doel hiervan is monitoring van het regionale volkshuisvestingsbeleid en bieden van een cijfermatige basis op het gebied van wonen voor de negen aangesloten gemeenten, voor zover deze de gegevens zelf hebben opgegeven (eigen ambities en voorspellingen). In de monitor wordt teruggeblikt op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren en wordt vooruitgeblikt op toekomstige ontwikkelingen. Wat betreft de woningbehoefte wordt aangesloten op de actuele cijfers van de provincie.
Per 2008 is voor het eerst de hardheidsanalyse van het geplande woningbouwprogramma is opgenomen in de monitor. De woningmarktmonitor richt zich zowel op de korte als op de lange termijn.

ALGEMENE CONCLUSIES

Als het huidige woningbouwprogramma tot 2030 volgens planning wordt uitgevoerd, zal volgens de opgave van de gemeenten het woningtekort in de regio in absolute zin niet dalen. Daarnaast wordt geconstateerd dat het productieniveau achterblijft bij de ambities uit het convenant woningbouwafspraken tot 2010 en de uitvoeringsafspraken RSP in 2015. Ook het aandeel sociale woningbouw blijft achter bij de gemaakte afspraken. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de gemeenten. In het kader van de evaluatie van het RSP wordt bezien of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

GROEI EN KRIMP IN DE REGIO

In de periode 2000-2008 is de bevolking van de Utrechtse regio met ruim 10% gegroeid. De rest van de provincie heeft een half zo hoog groeitempo. Binnen de regio is er niet alleen maar groei, want in de meeste aangesloten regiogemeenten krimpt de bevolking. Ook bij andere omliggende gemeenten van Zeist slinkt het aantal inwoners. Kennelijk voorziet de gemeente Zeist in een soort overloopfunctie voor de regio en wil zij concurreren met de officieel aangewezen groeigemeenten Houten, Utrecht, Amersfoort en Woerden. Samenhangend met de geplande c.q. geambieerde uitbreiding van de woningvoorraad groeit de regiobevolking door van 612.000 nu naar 718.000 inwoners in 2030. Die verdere groei vindt vrijwel volledig plaats in de gemeenten Utrecht en Zeist.

STERKERE GROEI VAN HET AANTAL HUISHOUDENS

Het aantal huishoudens neemt sneller toe dan het aantal inwoners. Dat komt door een groeiend aandeel alleenstaanden, wat weer sterk samenhangt met veroudering van de bevolking. Die veroudering zien we voor alle regiogemeenten, maar nauwelijks voor de stad Utrecht (als gevolg van het toenemend aantal studenten e.d.). De ontwikkeling van het aantal huishoudens gaat zo snel, dat de geplande uitbreiding van de woningvoorraad (79.500 woningen in de periode 2006-2030) niet toereikend is. Het woningtekort blijft in absolute zin vrijwel constant op ruim 30.000 woningen. In verhouding tot de woningvoorraad gaat het tekort wel omlaag van 12,2% in 2006 naar 9,8% in 2030.

NIEUWBOUW LOOPT ACHTER OP DE PLANNING

Inclusief splitsing en functieverandering zijn er de afgelopen jaren gemiddeld bijna 4.100 woningen opgeleverd. In 2007 lag dat aantal met 4.260 woningen nog wat hoger. Toch loopt de woningbouw achter op de taakstelling in het RSP 2005-2015. Om die taakstelling alsnog te halen zou voor de periode 2008-2015 een jaarlijkse oplevering van ruim 5.700 woningen nodig zijn.

Het planaanbod is onvoldoende om een dergelijke oplevering te kunnen realiseren. Een hardheidsanalyse van adviesbureau Triode komt uit op de haalbaarheid van circa twee derde van de plannen. Dat zou betekenen dat er in 2015 globaal 10.000 woningen minder zijn opgeleverd dan in het BRU afgesproken.

ANDERE VERDELING EN SAMENSTELLING NIEUWBOUW

Volgens de huidige plannen vinden er aanmerkelijke veranderingen plaats in de verdeling en de samenstelling van de nieuwbouw in de regio. Het aandeel woningen dat op uitleglocaties (als Leidsche Rijn en Houten-Zuid) wordt gebouwd daalt van circa 65% naar circa 45%. Een groter deel van de woningen is in bestaand stedelijk gebied gepland.
Een verandering is er ook in de samenstelling naar woningtype. Vooral het aandeel eensgezinds koopwoningen gaat omlaag, van 64% in de afgelopen jaren naar 39% in de planperiode 2008 t/m 2014. Voor de totale nieuwbouw zien we een verdubbeling van het aandeel meergezinswoningen, van 26% naar 52%.

STEEDS MEER KOOPWONINGEN

In de periode 2000 t/m 2007 is in de regio Utrecht het aandeel koopwoningen gestegen van 48,9% naar 54,4% van de woningvoorraad. De trend is die van een zowel dalend aandeel sociale als particuliere huurwoningen. Daarbij blijft het aantal woningen van sociale verhuurders nog wel constant, maar is er voor de particuliere huur ook een absolute afname. Uitgaand van de woningbouwplannen van de regiogemeenten en van de corporaties, en rekening houdend met onttrekkingen en met de verkoop van huurwoningen, gaat het aandeel sociale huurwoningen verder omlaag. Ook een verdere afname van het aandeel particuliere huurwoningen ligt in de rede.

MINDER AANBOD SOCIALE HUURWONINGEN

In 2007 is in de regio een beduidend lager aantal sociale huurwoningen verhuurd dan in 2006. De slaagkans van actief woningzoekenden uit de regio is gedaald van 20% naar 17%. Voor starters in de sociale huursector is de gemiddelde wachttijd (vereiste inschrijfduur) gestegen naar 5,4 jaar; in voorgaande jaren was dat nog 4,9 jaar. Ook voor doorstromers zijn de mogelijkheden afgenomen om te verhuizen naar een (andere) sociale huurwoning. Een algemene verklaring voor deze ontwikkelingen is, dat het in de tot voor kort overspannen regionale woningmarkt moeilijker was om de overstap naar de koopsector te maken. De slinkende particuliere huursector biedt voor maar weinig huishoudens een alternatief. Een meer specifieke verklaring is, dat het niet meer meetellen van de woonduur de doorstroming binnen de sociale huursector vertraagt. Potentiële doorstromers moeten zich nu net als starters tijdig inschrijven om een kans maken op de gewenste woning.

FORSE STIJGING EN DALING PRIJZEN KOOPWONINGEN

De toename in 2007 van de verkoopprijs van een gemiddelde koopwoning in de regio met 5,8% was de hoogste van de afgelopen jaren. Sinds het jaar 2000 zijn bestaande koopwoningen in de regio gemiddeld 40% duurder geworden. Een dergelijke prijsontwikkeling zagen we voor zowel meergezinswoningen als eengezinswoningen. De hoge druk op de regionale koopmarkt lezen we tot 2009 ook af aan de gedaalde gemiddelde verkooptijd. Dat is inmiddels weer aan het veranderen, omdat het door de financiële crisis langer duurt voordat een woning wordt verkocht en verkoopprijzen dalen. Eind 2012 was de totale daling van de koopprijs van een woning sinds medio 2008 gemiddeld ongeveer 16%. De verwachting is dat de daling zich voorzet tot 25-35% net als in de jaren ’80. De meeste banken rekenen nu al op een daling sinds medio 2008 van 25%. Het gemiddeld prijsniveau van nieuwe koopwoningen is nu vergelijkbaar met dat van bestaande. Koopwoningen worden steeds minder haalbaar voor starters en voor huishoudens met een inkomen tot modaal. Bovenop het absoluut tekort aan woningen komt dat doordat er relatief weinig koopaanbod is tot € 200.000 en banken inmiddels een restrictief beleid voeren ten aanzien van hypotheekverstrekking.
terug naar top


Print page
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *