Utrecht 10

Geactualiseerd 09 october 2019

Regionale samenwerking

INHOUDSOPGAVE RUBRIEK

Samenwerkingsverband Utrecht 10

Het Bestuur Regio Utrecht is per 1 januari 2015 opgeheven en is in 2016-2017 afgebouwd. Het is per 7 december 2015 op basis van een ondertekend convenant vervangen door een bestuurlijk samenwerkingsverband van tien gemeenten inclusief de stad Utrecht: Utrecht 10 (U10).

Elke gemeente is uniek maar samen vormen ze één regio: één arbeidsmarkt en één woningmarkt. Ook letterlijk zijn ze nauw met elkaar verbonden door één (druk) wegennet en groene gebieden, zie de Atlas Regio Utrecht 2015.
De tien gemeenten in de regio zijn Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Vianen, Woerden en Zeist. In het netwerk U10 werken zij samen op het gebied van economie, wonen, ruimte, energietransitie, bereikbaarheid en op het sociale domein. Daarbij gaan het Rijksbelang, respectievelijk het provinciaal belang voor boven het gemeentelijk belang. De verkeer- en vervoertaken van het BRU worden nu uitgevoerd door de provincie. Zie ook de evaluatie van de resultaten van U10 (d.d. 18 januari 2017).

  De druk op de Utrechtse regio neemt toe; steeds meer mensen willen in de regio wonen en werken. Utrecht staat voor de uitdaging om de groei van de regio te accommoderen en tegelijk de hoge kwaliteit van leven en concurrentiekracht te blijven versterken. Hoe kan de ruimtebehoefte voor wonen en werken samen gaan met duurzaamheid en de landschappelijke kwaliteiten van de regio? Om deze en andere vragen te kunnen beantwoorden werkten de samenwerkende gemeenten in de Utrechtse regio (U10) aan een nota op ruimtelijk-economisch gebied en aan een Regionale Woonvisie.
terug naar top

U10-NOTA RUIMTELIJK-ECONOMISCHE KOERS 2040 EN ECONOMISCH KOMPAS ZEIST

De inhoud van deze nota kwam tot stand na gesprekken aan de U10-bestuurstafels Ruimte en Economie en op basis van drie verdiepende werksessies met deskundigen, raadsleden, bestuurders en externe partijen in november en december 2015. Dit proces heeft geleid tot een formulering van een richtinggevend motief voor de koers (“Groen, gezond en slim”, paragraaf 2) en tot een duiding van de belangrijkste kernvraagstukken voor uitwerking van de koers (paragraaf 3 t/m 6). Bij elk van deze paragrafen zijn vragen geformuleerd, die kunnen worden betrokken bij bespreking van het document in de gemeenteraden. Zie de Peilnota van 20 januari 2016 met daarbij de reactie d.d. 22 maart van B&W.

Het voorlopige commentaar van de Stichting Milieuzorg Zeist werd  onderschreven door Stichting Beter Zeist. En verder de korte principiële reactie van Werkgroep Natuurlijk Zeist-West. De burgerorganisaties zagen het als een onnodig gemiste kans dat bij het bespreken van de Peilnota van U-10 de samenleving niet actief was betrokken. Wat de koers betreft werden de gekozen thema’s in algemene zin ondersteund. Wel plaatsen de organisaties kanttekeningen bij het vinden van een goede balans tussen Planet, People en Profit/Prosperity met respect voor de waarden van waarden van leefomgeving, natuur, landschap en cultuurhistorie.

In de zomer van 2017 werd de visie Ruimtelijk-Economische Koers 2040 gepubliceerd. Het betreft de volgende documenten: de Nota, de Uitvoeringsagenda, de Procesgang en het Raadsvoorstel. Daarin staan mooie woorden over een internationaal erkende regio voor life sciences, gezondheid en duurzaamheid. In de praktijk betekent het vooral inzetten op groei en kwantiteit. Dat blijkt uit een extra bouwopgave van 75.000 woningen, meer spoorlijnen en en de gevolgen ervan voor de omgevingwaarden.

Inspraak Ronde Tafel over U10 visie en opstellen lokale visie
De nota werd op 5 september 2017 besproken in de Ronde Tafel met burgerorganisaties. Bijgaand de reacties van Stichting Milieuzorg Zeist, vereniging Werkgroep Natuurlijk Zeist-West en Stichting Beter Zeist. Deze plaatsten vooral kanttekeningen bij de (juridische) status en betekenis van de visie, het verschil met de vastgestelde beleidskaders van Zeist en het ontbreken van burgerparticipatie. Verder kritiseerden zij de onderbouwing van de keuzen en het ontbreken van zicht op de (ruimtelijke) consequenties.

De raadsleden voelden zich zichtbaar ongemakkelijk bij alle onzekerheden. Wat hebben zij straks nog in te brengen als zij de nota vaststellen? Wat zullen de kiezers in maart 2018 vinden van hun keuzen? Vandaar dat in het tweede deel van de Ronde Tafel wethouder Jansen uiteindelijk instemde met de volgende voorstellen. Het college beloofde een document te maken waarin staat in hoeverre de nota overeenstemt met de beleidskaders van Zeist. Het gaat dan om documenten zoals de Structuurvisie, het Groenstructuurplan, de Woonvisie. Ook zal de gemeente in het eerste kwartaal van 2018 een eigen nota Ruimtelijk-Economische Koers (Kompas) opstellen waarover nog inspraak plaatsvindt. Die nota wordt dan gebruikt om de U-10 nota te beoordelen en vast te stellen.

Eigen Zeister economische visie en toelichting op regionale visie
Eind november 2017 kwam het college vanuit Zeister perspectief met een toelichting op de Ruimtelijk Economische Koers U 10. Daarin staat hoe het college wil omgaan met de regionale visie en de daarin opgenomen voornemens. Zie hiervoor het verder uitgewerkte raadsvoorstel  en de Oplegnotitie over de relatie tussen de Zeister beleidskaders en de regionale visie.

Tegelijkertijd heeft het college eind november 2017 het toegezegde Economisch Kompas Zeist 2018-2021 en een raadsvoorstel uitgebracht. Het kompas is mede gebaseerd op een drietal onderzoeksrapporten van Buck Consultants International over het economisch DNA, een economische foto en economisch kansrijke sectoren.

Ronde Tafel en raad
Op 14 december 2017 kwamen in de Ronde Tafel zowel het Economisch Kompas Zeist als de Ruimtelijk Economische Koers van U10 aan de orde. Belangrijke bespreekpunten waren de status van beide visies en hoe deze zich onderling verhouden en hoe deze corresponderen met het beleidskader van de Structuurvisie Zeist en andere beleidsdocumenten van de gemeente. Ook de betrokkenheid van belanghebbenden en burgers bij de uitwerking van de visies in actieplannen was een punt van zorg. En verder of de nadruk op economische groei de identiteit en de waarden van Zeist, waaronder het behoud van groen en landschap, niet te veel zal aantasten. Zie de bijdragen van Stichting Beter Zeist over het (Economische)
Kompas van Zeist en over de regionale U-10 visie. Bijgaand ook de reactie van de vereniging Werkgroep Natuurlijk Zeist-West over de regionale Koers.

Tijdens het debat op 21 december bleek dat er waarschijnlijk 2 amendementen komen van dekant van de PvdA, een wat betreft de Koers over het daarbij ‘preferent’ laten zijn van de gemeentelijke kaders en een m.b.t. het toevoegen aan het Kompas van een 5e aandachtpunt. Het gaat dan om het ‘sociale domein’ teneinde in economische zin een verder tweedeling in de samenleving te voorkomen. Zoals het er naar uitziet zal tijdens de raadsvergadering van 16 januari 2o18 het eerste amendement over de Koers door alle partijen worden gesteund.

Op 5 april 2018 heeft U10 de eindversie van de Ruimtelijk Economische Koers 2040 gepubliceerd en idem en de Uitvoeringsagenda. Zie ook de samenvatting van de U10-visie.
terug naar top

U-10 RUIMTELIJK ECONOMISCH PROGRAMMA (REP)

De Utrechtse regio van 10 en meer gemeenten wilde voor 1 april 2019 van de colleges van de aangesloten gemeenten horen of vier onderzoeksrapporten de bouwstenen gaan vormen voor het Ruimtelijk Economisch Programma 2040 van U10 (REP U10) en een plan van aanpak. Het REP kent (minstens) drie resultaten:

  1. Een integraal ruimtelijk perspectief voor de Metropoolregio Utrecht (MRU).
  2. Gebiedsgerichte programma’s en/of projecten en de daarbij behorende uitgangspunten, randvoorwaarden en overeenkomsten.
  3. Hoofdlijnen voor een regionale uitvoeringsagenda en set aan afspraken.

De 4 rapporten worden nog besproken met de raad, zie de informatiebrief van het college. Mogen de burgers daar ook nog iets van vinden of vindt alles in beslotenheid plaats zoals op 30 januari, zie de brief. Lees ook de subrubriek omgevingswet en U10.
Ook hebben de U10 gemeenten aan de provincie hun wensen op tafel gelegd voor de volgende periode, dat ook zonder de burgers tussentijds te raadplegen.

U10 rapporten over Ruimtelijk Economisch Programma (REP)
Binnen U10 / U16 hebben ‘bestuurstafels’ vier analyses opgesteld, die begin december 2018 aan het college zijn aangeboden. U10 /U16 wil voor 1 april 2019 van de colleges van de aangesloten gemeenten horen of de rapporten de bouwstenen gaan vormen voor het REP. Onderstaand de rapporten en een samenvatting ervan. Het gaat om de analyses die in de brief van het college d.d. 8 januari 2019 zijn genoemd. De rapporten worden hier nog zonder commentaar opgenomen.

1 Woningbouwlocaties: rapport Site
deel 1: de opgave
deel 2: locatieonderzoek
2 Economisch beeld en werklocaties: rapport Rienstra
Eindrapport
Uitdieping werklocaties
Essay economisch beeld
Monitor kantorenmarkt provincie Utrecht
3 Knooppunt ontwikkeling: rapport provincie Utrecht, vereniging Deltametropool
4 Energieanalyse: U10 rapport, Generation Energy en Quintel
Samenvatting van de 4 analyse rapporten
Hoofdlijnen Ruimtelijk-Economisch Programma (REP) U10

Informatiebijeenkomsten raadsleden Zeist
Nadat de Zeister raadsleden op 30 januari 2019 in besloten kring zijn bijgepraat over de beleidsvorming in het kader van REP werd op 14 februari een tweede bijeenkomst gehouden. In een e-mail bij een brief aan de raadsleden heeft Stichting Beter Zeist gevraagd waarom alleen genodigden konden deelnemen aan de Raadsinformatiebijeenkomst. Daarop kwam het bericht dat de bijeenkomst kon worden bijgewoond. Daar is gebruik van gemaakt. Bijgaand de aanvullende stukken.

Inmiddels had D66 per motie gevraagd om vroegtijdige betrokkenheid van de raad en de samenleving ter voorbereiding van de besluitvorming door de raad over het REP. Voor de participatie met de samenleving zal dan een procesvoorstel aan de raad moeten worden voorgelegd. Verder zal de relatie met verwante beleidsterreinen en wetstrajecten meegenomen moeten worden.

Presentatie wethouder Sander Jansen
Inleidingen (pitches) over de 4 analyses
Inleiding Wonen
Inleiding Economie
Inleiding Mobiliteit
Inleiding Energietransitie
Kort verslag raadsinformatiebijeenkomst / 14 februari 2019

Inspraak en besluitvorming
Na de informatiebijeenkomst van februari 2019 heeft het platform van Stichting Beter Zeist een brief naar het college gestuurd voor het houden van burgerconsultaties over
de rapporten en over de te kiezen richtingen in het REP. Dat heeft het college in brieven toegezegd en dat ook in de punten 7 en 8 daarin naar U10 aangegeven. Het college wil de raad en de inwoners betrekken en vraagt U10 hiervoor de benodigde tijd in te ruimen. Inmiddels heeft het college op 21 mei 2o19 een positionpaper over de Rep U10 rapporten opgesteld en een raadsvoorstel daarover, dat op 27 juni in een ronde tafel werd besproken. Hierbij ook een kort overzicht van alle rapporten, de onderlinge samenhang en de gebruikte afkortingen. Bijgaand ook het Plan van Aanpak REP, de Positiebepaling Zeist in U10 en een presentatie voor de raad over de diverse rapporten en opgaven

Ten behoeve van de Ronde Tafel hebben 2 organisaties over het positionpaper inspraakreacties ingediend, Stichting Milieuzorg Zeist e.o. en Stichting Beter Zeist.

Verder heeft U10 (U16) op 15 mei een Startnotitie Regionale Energiestrategie van de Bestuurstafel Klimaatneutrale Regio ontvangen, zie verder het onderwerp Energie.
Ook van belang is de Uitgangspuntennotitie MIRT Onderzoek Metropoolregio Utrecht. Deze noritie heeft U Ned in samenwerking met het Provinciaal Economisch Programma op 20 juni 2019 gepubliceerd. De daarin voorgestelde meerjareninvestering in ruimte en transport heeft grote gevolgen voor het energieverbruik in de regio.
terug naar top

BEOORDELINGSKADER REP (Ruimtelijk Economisch Programma)

Zeist
Tijdens de Ronde Tafel op 12 september heeft Stichting Milieuzorg Zeist e.a. een zienswijze ingediend over het beoordelingskader REP van U10 voor de mogelijke toekomstmodellen.

De raad van Zeist heeft op 26 september gedebatteerd over de startnotitie Regionale Energie Strategie (RES) van de uitgebreide U16 en het beoordelingskader Ruimtelijke Economisch programma (REP) van de regio U10. Daarvoor hebben hebben 3 organisaties, Beter Zeist, Milieuzorg Zeist en Natuurlijk Zeist-West een gezamenlijke brief naar de raad gestuurd met drie hoofdpunten. Het gaat om:
– het ontbreken van discussie over de groeiscenario’s, zie de in dat verband aangenomen PvdA-motie van de Provinciale Staten;
– het niet betrekken van de inwoners conform de eerder aangenomen raadsmotie van CU/SGP;
– het nemen van een voorschot op de komende omgevingvisie terwijl daarvoor burgerparticiaptie vereist is.

Tijdens het debat vroeg GroenLinks zich af in hoeverre de gemeente zich nu al bindt aan het hoogste groeiscenario en wat de marges zijn die op de niveaus van Rijk, provincie en regio zijn of worden toegestaan. Dit gezien het borgen van de omgevings- en leefkwaliteit. De fractie wil in een amendement voor het beoordelingskader van de mogelijke REP-modellen de nog ontbrekende groene, recreatieve, cultuurhistorische, gezondheids- en duurzaamheidsaspecten laten opnemen. Het huidige kader gaat vooral uit van veel economische groei en de bijbehorende verstedelijking, namelijk Utrecht als regiometropool. Vooral CU/SGP, GroenLInks, D66, NDZ en Seyst.nu willen kwaliteit en welzijn boven kwantiteit en welvaart stellen. VVD houdt zih op de vlakte en noemt alleen de huidige Structuurvisie als leidend document.

Verder pleitte de fractie samen met die van NDZ en Seyst.nu bij motie voor het opnemen van Duurzame Mobiliteit in de Regionale Energie Strategie (RES). Dat ontbreekt nu nog in de RES, terwijl het verkeer wel een bijdrage moet leveren aan de realisering van de energie-opgave (thans in deze regio 46% invloed).

D66 ziet vooral de opgave van betrokkenheid van de bevolking. Die heeft nu nog geen weet van de plannen, terwijl die straks wel moet worden betrokken bij de omgevingsvisie(s) terwijl de grondslag daarvoor in feite al wordt gelegd.

Op 8 oktober besloot de raad over haar reactie op het REP-beoordelingskader met het unaniem aannemen van het amendement om in het beoordelingskader de ontbrekende aspecten op te nemen. Nu maar afwachten of de andere U10 gemeenten dat overnemen. Verder wil de raad beter betrokken worden bij de ontwikkelingen in U1o verband. Daarvoor volgt later een voorstel.

Ten aanzien van de Regionale Energie Strategie (RES) werd de motie over het opnemen van de bijdrage van duurzame mobiliteit aan de energie-opgave ook unaniem aanvaard. Ook hiervoor geldt dat U10/U16 dit nog zou moeten overnemen.

Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Op 12 september 2019 heeft
Stichting Mileuzorg Zeist e.o. in de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug ingesproken over het raadsvoorstel Beoordelingskader REP en het Ontwikkelbeeld Groen en Landschap. In tegenstelling tot in Zeist was er ten aanzien van het Beoordelingskader ook iemand van het bureau MUST aanwezig. Die gaf dezelfde presentatie als tijdens U10-beraad van 3 juli in de gemeente De Bilt. Zoals uit presentatie blijkt gaat men bij het Beoordelingskader uit van 5 verstedelijkingsmodellen. Deze zijn deels afgeleid van de verstedelijkingsmodellen MIRT, zie ook presentatie pag. 23 t/m 27. Het gaat om de modellen Vitale knopen, Compacte stad, Oostflank Randstad, Rijnland en Binnenflank Randstad. Met name modellen Vitale Knopen (denk o.a. Station Driebergen-Zeist) en Oostflank Randstad zullen aanzienlijke consequenties hebben voor de rondom Zeist aanwezige waarden.

Verder was ook het Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (zie hier de versie met de brief van gemeente Zeist) op basis de Wensen- en Bedenkingenbrief van de gemeente Utrechtse Heuvelrug aan de orde. Duidelijk werd dat het Ontwikkelbeeld nog op diverse punten moet worden aangescherpt. Het wordt opgesteld door de gemeenten zelf, met consultatie van gebiedspartijen zoals het Utrechts Landschap. Zorgelijk is dat robuuste ecologische verbindingen, zoals die tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied, onvoldoende worden opgenomen. Daar kan dan later moeilijk rekening mee  worden gehouden.

Daarnaast heeft Stichting Milieuzorg Zeist e.o. tijdens de inspraak benadrukt om niet groei van de bevolking en werkgelegenheid centraal te stellen, maar juist duurzame ontwikkeling van de regio. Het gaat dan om in het beleid meer accent leggen op de aanwezige en te ontwikkelen kwaliteiten van natuur, landschap en cultuurhistorie en daarmede van kwaliteiten van de leefomgeving.
De raadsleden waren kritisch in hun vragen, ook aan het College van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
terug naar top

U10 CONVENANT REGIONALE DETAILHANDELSAFSPRAKEN

Binnen de U10-bestuurstafel Economie is besloten om tot regionale afspraken te komen over detailhandel op perifere locaties en over de bestaande winkelstructuur. Het doel is te zorgen voor vitale winkelcentra en een eigentijdse voorzieningenstructuur in de regio en individuele kernen. Om de regionale detailhandelsafspraken beleidsmatig te kunnen uitvoeren is een ‘Convenant Regionale Detailhandelsafspraken U10’ opgesteld (2017). De afspraken zijn in overeenstemming met de in de structuurvisie (2011)  en de centrumvisie van Zeist “Beleef Zeist. Groen, Gezond en Gastvrij” (2015).

Bijgaand het Zeister raadsvoorstel over het convenant, de concept convenantsbrief U10 en het U10 convenant Regionale Detailhandelsafspraken. Daarnaast de het bericht van het college over de ontwikkeling van Zeister detailhandelsafspraken in de vorm van de retailvisie centrum en het afwegingskader.
terug naar top

Woningmarktmonitor

In de toto nu toe regelmatig uitkomende Regionale Woningmarktmonitor wordt verslag gedaan van de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt in de regio Utrecht. Doel hiervan is monitoring van het regionale volkshuisvestingsbeleid en bieden van een cijfermatige basis op het gebied van wonen voor de negen aangesloten gemeenten, voor zover deze de gegevens zelf hebben opgegeven (eigen ambities en voorspellingen). In de monitor wordt teruggeblikt op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren en wordt vooruitgeblikt op toekomstige ontwikkelingen. Wat betreft de woningbehoefte wordt aangesloten op de actuele cijfers van de provincie.
Per 2008 is voor het eerst de hardheidsanalyse van het geplande woningbouwprogramma is opgenomen in de monitor. De woningmarktmonitor richt zich zowel op de korte als op de lange termijn.

ALGEMENE CONCLUSIES

Als het huidige woningbouwprogramma tot 2030 volgens planning wordt uitgevoerd, zal volgens de opgave van de gemeenten het woningtekort in de regio in absolute zin niet dalen. Daarnaast wordt geconstateerd dat het productieniveau achterblijft bij de ambities uit het convenant woningbouwafspraken tot 2010 en de uitvoeringsafspraken RSP in 2015. Ook het aandeel sociale woningbouw blijft achter bij de gemaakte afspraken. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de gemeenten. In het kader van de evaluatie van het RSP wordt bezien of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

GROEI EN KRIMP IN DE REGIO

In de periode 2000-2008 is de bevolking van de Utrechtse regio met ruim 10% gegroeid. De rest van de provincie heeft een half zo hoog groeitempo. Binnen de regio is er niet alleen maar groei, want in de meeste aangesloten regiogemeenten krimpt de bevolking. Ook bij andere omliggende gemeenten van Zeist slinkt het aantal inwoners. Kennelijk voorziet de gemeente Zeist in een soort overloopfunctie voor de regio en wil zij concurreren met de officieel aangewezen groeigemeenten Houten, Utrecht, Amersfoort en Woerden. Samenhangend met de geplande c.q. geambieerde uitbreiding van de woningvoorraad groeit de regiobevolking door van 612.000 nu naar 718.000 inwoners in 2030. Die verdere groei vindt vrijwel volledig plaats in de gemeenten Utrecht en Zeist.

STERKERE GROEI VAN HET AANTAL HUISHOUDENS

Het aantal huishoudens neemt sneller toe dan het aantal inwoners. Dat komt door een groeiend aandeel alleenstaanden, wat weer sterk samenhangt met veroudering van de bevolking. Die veroudering zien we voor alle regiogemeenten, maar nauwelijks voor de stad Utrecht (als gevolg van het toenemend aantal studenten e.d.). De ontwikkeling van het aantal huishoudens gaat zo snel, dat de geplande uitbreiding van de woningvoorraad (79.500 woningen in de periode 2006-2030) niet toereikend is. Het woningtekort blijft in absolute zin vrijwel constant op ruim 30.000 woningen. In verhouding tot de woningvoorraad gaat het tekort wel omlaag van 12,2% in 2006 naar 9,8% in 2030.

NIEUWBOUW LOOPT ACHTER OP DE PLANNING

Inclusief splitsing en functieverandering zijn er de afgelopen jaren gemiddeld bijna 4.100 woningen opgeleverd. In 2007 lag dat aantal met 4.260 woningen nog wat hoger. Toch loopt de woningbouw achter op de taakstelling in het RSP 2005-2015. Om die taakstelling alsnog te halen zou voor de periode 2008-2015 een jaarlijkse oplevering van ruim 5.700 woningen nodig zijn.

Het planaanbod is onvoldoende om een dergelijke oplevering te kunnen realiseren. Een hardheidsanalyse van adviesbureau Triode komt uit op de haalbaarheid van circa twee derde van de plannen. Dat zou betekenen dat er in 2015 globaal 10.000 woningen minder zijn opgeleverd dan in het BRU afgesproken.

ANDERE VERDELING EN SAMENSTELLING NIEUWBOUW

Volgens de huidige plannen vinden er aanmerkelijke veranderingen plaats in de verdeling en de samenstelling van de nieuwbouw in de regio. Het aandeel woningen dat op uitleglocaties (als Leidsche Rijn en Houten-Zuid) wordt gebouwd daalt van circa 65% naar circa 45%. Een groter deel van de woningen is in bestaand stedelijk gebied gepland.
Een verandering is er ook in de samenstelling naar woningtype. Vooral het aandeel eensgezinds koopwoningen gaat omlaag, van 64% in de afgelopen jaren naar 39% in de planperiode 2008 t/m 2014. Voor de totale nieuwbouw zien we een verdubbeling van het aandeel meergezinswoningen, van 26% naar 52%.

STEEDS MEER KOOPWONINGEN

In de periode 2000 t/m 2007 is in de regio Utrecht het aandeel koopwoningen gestegen van 48,9% naar 54,4% van de woningvoorraad. De trend is die van een zowel dalend aandeel sociale als particuliere huurwoningen. Daarbij blijft het aantal woningen van sociale verhuurders nog wel constant, maar is er voor de particuliere huur ook een absolute afname. Uitgaand van de woningbouwplannen van de regiogemeenten en van de corporaties, en rekening houdend met onttrekkingen en met de verkoop van huurwoningen, gaat het aandeel sociale huurwoningen verder omlaag. Ook een verdere afname van het aandeel particuliere huurwoningen ligt in de rede.

MINDER AANBOD SOCIALE HUURWONINGEN

In 2007 is in de regio een beduidend lager aantal sociale huurwoningen verhuurd dan in 2006. De slaagkans van actief woningzoekenden uit de regio is gedaald van 20% naar 17%. Voor starters in de sociale huursector is de gemiddelde wachttijd (vereiste inschrijfduur) gestegen naar 5,4 jaar; in voorgaande jaren was dat nog 4,9 jaar. Ook voor doorstromers zijn de mogelijkheden afgenomen om te verhuizen naar een (andere) sociale huurwoning. Een algemene verklaring voor deze ontwikkelingen is, dat het in de tot voor kort overspannen regionale woningmarkt moeilijker was om de overstap naar de koopsector te maken. De slinkende particuliere huursector biedt voor maar weinig huishoudens een alternatief. Een meer specifieke verklaring is, dat het niet meer meetellen van de woonduur de doorstroming binnen de sociale huursector vertraagt. Potentiële doorstromers moeten zich nu net als starters tijdig inschrijven om een kans maken op de gewenste woning.

FORSE STIJGING EN DALING PRIJZEN KOOPWONINGEN

De toename in 2007 van de verkoopprijs van een gemiddelde koopwoning in de regio met 5,8% was de hoogste van de afgelopen jaren. Sinds het jaar 2000 zijn bestaande koopwoningen in de regio gemiddeld 40% duurder geworden. Een dergelijke prijsontwikkeling zagen we voor zowel meergezinswoningen als eengezinswoningen. De hoge druk op de regionale koopmarkt lezen we tot 2009 ook af aan de gedaalde gemiddelde verkooptijd. Dat is inmiddels weer aan het veranderen, omdat het door de financiële crisis langer duurt voordat een woning wordt verkocht en verkoopprijzen dalen. Eind 2012 was de totale daling van de koopprijs van een woning sinds medio 2008 gemiddeld ongeveer 16%. De verwachting is dat de daling zich voorzet tot 25-35% net als in de jaren ’80. De meeste banken rekenen nu al op een daling sinds medio 2008 van 25%. Het gemiddeld prijsniveau van nieuwe koopwoningen is nu vergelijkbaar met dat van bestaande. Koopwoningen worden steeds minder haalbaar voor starters en voor huishoudens met een inkomen tot modaal. Bovenop het absoluut tekort aan woningen komt dat doordat er relatief weinig koopaanbod is tot € 200.000 en banken inmiddels een restrictief beleid voeren ten aanzien van hypotheekverstrekking.
terug naar top

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *