Beleidsaccenten Beter Zeist

Geactualiseerd mei 2016
De prioriteiten, taken en werkwijze van Stichting Beter Zeist zijn in 2016 geactualiseerd tijdens de vergaderingen van het platform van 13 april 2016 en 10 mei 2016 
 
Stichting Beter Zeist

BETEKENIS ORGANISATIE
  • Gebleken effect met activiteiten van Beter Zeist bij:
    o Projecten
    o Vermindering bouwambitie Zeist
    o Grotere invloed van burgers door nadruk op burgerparticipatie
    o Vermindering
     financiële risico’s gemeente Zeist

    o Agendering aandachtspunten
  • Aanhang en ondersteuning
  • Contact met deskundige burgers en groeperingen
  • Verworven positie in gemeente Zeist

FUNCTIES ORGANISATIE

1 Informatie- en voorlichtingsfunctie, doorlopend

  • Nieuwsflits voor donateurs en belangstellenden en verwijzend naar website: 1 x per maand buiten de vakanties; oproep tot doorsturen o.a. via buurtorganisaties
  • Website Beter Zeist: vele deelfuncties: periodiek actualisering
  • Publieksvoorlichting: incidenteel via persberichten, artikelen, evt. advertenties

2 Netwerkfunctie, doorlopend:

  • Platform van donateurs (buurtgroeperingen en actieve personen) ca. 5 x per jaar; NB.: ook andere organisaties kunnen nu al statutair donateur worden van Beter Zeist
  • Actief contacten onderhouden met burgers en hun groeperingen: continu

3. Expertise- en dentankfunctie; per geval de volgende mogelijkheden

3.1 Beleidsbeïnvloeding: in geval van voorbeeld- en precedentwerking in wijken en dorpen.

Een eigen geluid kan waardevol zijn, maar het kan ook leiden tot fricties met de aangesloten organisaties en groepen. Een rol als burgergroepering kan immers op gespannen voet staan met een rol van intermediair platform. Een nevenaspect is dat het uitbrengen van veel kritische reacties negatief kan uitwerken op het positieve beeld van het steunen van burgerinitiatieven en het opperen van haalbare oplossingen. Er gelden de volgende uitgangspunten:

  • Primaat van verbonden groepen. Het initiatief en de uitvoering van activiteiten ligt primair bij de belanghebbende organisaties en groepen. De prioriteiten voor het beleid worden in het platform besproken.
  • Adviseren burgergroeperingen. In plaats van eigen inspraakreacties en zienswijzen wordt zo nodig wel mondeling en schriftelijk advies gegeven aan groepen die zich bezig houden met projecten, inspraakreacties, zienswijzen, visies e.d. reacties en zienswijzen. 
  • Eigen reacties en zienswijzen. Slechts in een beperkt aantal gevallen worden eigen inspraakreacties en zienswijzen opgesteld en ingediend. De belangrijkste criteria daarvoor zijn buurt overstijgend belang en precedentwerking. In die gevallen kan ook aangesloten worden op reacties van anderen of geprobeerd worden die kort samen te vatten. Dat gebeurt bij voorkeur pas in het kader van een Ronde Tafel.
  • Samenwerking met andere organisaties. Met de uitvoerenden van de groene organisaties is een werkafspraak voor samenwerking gemaakt. Die houdt in dat vroegtijdig informatie en ook reacties zullen worden uitgewisseld. Dat geldt voor zover er een overlap in werkvelden bestaat, zodat optimaal van elkaars expertise gebruik kan worden gemaakt. Desgewenst kan door de organisaties in hun reacties naar buiten ook een verwijzing naar elkaars reacties plaatsvinden. Daarbij speelt wel dat bij procedures de organisatie/groep altijd zelf de zienswijze dient te onderbouwen. Wel kunnen gezamenlijk verklaringen naar buiten worden gebracht, zoals bij adviezen, manifesten, voorstellen etc.

3.2. Initiëren van nieuwe ontwikkelingen t.a.v.:

  • Effecten van overdracht van taken vanuit rijksoverheid
  • Kwaliteit (efficiëntie en effectiviteit) van bestuur
  • Vernieuwing van de politiek
  • Verbeteren van de informatie vanuit overheden en het actief informeren van burgers en andere belanghebbenden
  • Vormgeven van de invloed van burgergroeperingen en burgerparticipatie: naar burgers toe, maatschappelijke organisaties en gemeente
  • Burgerinitiatieven zoals de Allegro Tuin op een braakliggend bouwterrein en het Geopark Heuvelrug Midden Nederland

3.3 Thema- en ludieke bijeenkomsten:

  • Zelf te organiseren
  • In samenwerking met andere organisaties
  • Deelname aan bijeenkomsten van anderen

WERKWIJZE BESTUUR

  • Er wordt uitgegaan van een klein werkbestuur van minimaal 3 – 5 personen conform de statuten. Bestuur, medewerkers en adviseurs verdelen de taken en voeren die relatief autonoom uit. Daarbij koppelen zij op hoofdlijnen onderling terug. Wel blijft aanvulling van het bestuur zeer wenselijk. Een dergelijke werkwijze heeft als voorwaarde een groot vertrouwen in ieders deskundigheid, vaardigheden en een vermogen tot samenwerking.
  • Onderlinge afstemming vindt frequent binnen en buiten de bestuursvergaderingen plaats. In zo’n opzet kan het aantal bestuursvergaderingen worden beperkt. Deze vinden minimaal tussen de platformbijeenkomsten plaats. De verslaggeving wordt beperkt tot besluitenlijsten.

Print page
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *