Rijksoverheid

Geactualiseerd 01 oktober 2019

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Volgens de nieuwe Omgevingswet die in 2021 wordt ingevoerd wordt zowel op Rijksniveau als op provinciaal en gemeentelijk niveau een omgevingsvisie opgesteld. Dat gebeurt op elk niveau met betrokkenheid van burgers en andere belanghebbenden.
In aansluiting op de NOVI stelt ook elke provincie een omgevingsvisie op (POVI). Deze vervangt de Provinciale Ruimtelijke Visie (PRV). In samenhang daarmee stelt een gemeente haar eigen omgevingsvisie op ter vervanging van de Structuurvisie.

Op nationaal niveau is op 20 juni 2019 een ontwerp voor de omgevingsvisie ter visie gelegd. Deze NOVI bestaat uit:
Ontwerp Nationale Omgevingsvisie;
Toelichting op de Nationale Omgevingsvisie;
Achtergronddocument Gebiedsbeschrijvingen;
Achtergronddocument Opgaven in de fysieke leefomgeving: huidige situatie en ontwikkelingen.

Het doel van de: Omgevingswet is om tot een nadere integratie van diverse sectorale beleidsvelden te komen om zo een duurzame ontwikkeling van Nederland te waarborgen. In het Ontwerp NOVI wordt op basis van een geschetst toekomstperspectief en daarvan afgeleide nationale belangen, een aantal prioriteiten en bijbehorende beleidskeuzen gegeven.

Over het ontwerp Nationale Omgevingsvisie en het plan MER heeft Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een zienwijze ingediend. Het is gezien de veelheid van documenten geen gemakkelijke kost. Hierbij in het kort de aanbevelingen van de stichting.

Stichting Milieuzorg Zeist e.o. ondersteunt bepaalde beleidskeuzen, maar pleit wel voor:

  • Het centraal staan van een ontwikkeling waarbij de draagkracht van de aarde het centrale toetsingscriterium is en niet een bepaalde economische ontwikkeling.
  • Een veel concreter uitwerken van de opgaven en ambities die samenhangen met bepaalde nationale belangen en idem de per gegeven prioriteit gegeven beleidskeuzen.
  • Het nagaan van de effecten van een aantal alternatieve scenario’s en een gebiedsgerichte uitwerking daarvan, dus door een integratie van diverse nationale belangen.
  • Het op basis van een landsbrede participatie komen tot gedragen keuzen. Dat dan wel binnen de boven- en ondergrenzen m.b.t. een écht duurzame ontwikkeling, zoals deze uit een zodanig aangepast ‘Rad voor de Leefomgeving’ naar voren komen.
  • Een aanscherping van het (toetsings)instrumentarium. Dat geldt niet alleen voor de uitvoering (op basis diverse programma’s) maar ook voor de voorgestelde evaluatie en monitoring.
Share Button